IT 2673

Facebookbericht oplichterij liefdadigheidsbingo voor crowdfundingsactie rolstoelbus onrechtmatig verklaard, veroordeling in proceskosten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 oktober 2018, IEF 18101; IT 2673; ECLI:NL:RBZWB:2018:6321 (Crowdfundingsactie rolstoelbus) Mediarecht. Privacy. Gedaagde is op Facebook een crowdfundingsactie gestart voor de aanschaf van een rolstoelbus voor zijn gehandicapte zoon X. De vrouw van eiser heeft hem via Facebook aangeboden een liefdadigheidsbingo te organiseren, maar deze heeft niet plaatsgevonden. Gedaagde heeft vervolgens op 5 juli 2017 op zijn Facebookpagina een bericht met foto van eiser en zijn vrouw geplaatst waarin hij vermeldt dat ze oplichters zijn. Hij heeft het bericht verwijderd. De voorzieningenrechter oordeelde dat er minstens 30 dagen een rectificatie op zijn Facebookpagina moest staan. Op 6 september 2017 heeft gedaagde nog een bericht geplaatst waarin hij vermeldt dat er ten ronde gaat dat zijn familie oplichters zijn en dit niet zo is. Over dit geschil is ook een televisie-uitzending geweest van SBS "Stegeman op de Bres". Omdat het bericht van 5 juli 2017 niet steunt op de feiten, heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld. Omdat in het bericht van 6 september 2017 de naam van eiser niet is genoemd en het bericht van 5 juli 2017 al twee maanden was verwijderd en mensen het bericht waarschijnlijk niet koppelen aan eiser, is het bericht niet onrechtmatig. De televisie-uitzending was eveneens niet onrechtmatig, eiser, zijn vrouw en zijn woning zijn niet in beeld verschenen. Vordering gedeeltelijk toegewezen. 

4.3. Waar het in het bericht van [gedaagde] van 5 juli 2017 om gaat is de zinsnede ‘En die vent die er op staat is haar man en werkt net zo hard mee!!!!!!!!!!’ met bijgevoegd een foto met daarop het gezicht van [eiser]. Geen punt van discussie is dat deze zin terugslaat op de beschuldiging van oplichting aan het adres van de vrouw van [eiser]. Daarmee houdt deze zinsnede ook een beschuldiging van oplichting door [eiser] zelf in. Het uiten van een dergelijke beschuldiging op een open Facebookpagina moet, zoals hiervoor is overwogen, voldoende door feiten en omstandigheden worden gerechtvaardigd, wil het niet onrechtmatig zijn. Net als de voorzieningenrechter oordeelt de rechtbank dat dergelijke feiten en omstandigheden onvoldoende zijn gesteld, dan wel gebleken. [eiser] kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van zijn vrouw. Het opgeslagen zijn van goederen ten behoeve van de bingo in hun gezamenlijke woning en/of het aandacht vragen door [eiser] voor de bingo, maken, zonder bijkomende feiten en omstandigheden, welke ontbreken, niet dat ook [eiser] van oplichting kan worden beticht. Door [eiser] van oplichting te beschuldigen, terwijl de feiten en omstandigheden daarvoor onvoldoende steun bieden, heeft [gedaagde] met dit op 5 juli 2017 op zijn Facebookpagina gepubliceerde bericht jegens hem onrechtmatig gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht die hierop betrekking heeft, kan worden toegewezen.

4.4. Dit geldt niet voor het bericht dat op 6 september 2017 op de Facebookpagina van [gedaagde] is gezet. In dat bericht staat de naam van [eiser] niet genoemd. Op het moment van plaatsen van het bericht was het bericht van 5 juli 2017 al bijna twee maanden verwijderd. In het door de voorzieningenrechter opgelegde rectificatiebericht komt de naam van [eiser] niet voor. Hoewel niet is uit te sluiten dat er mensen zijn die desondanks dit bericht kunnen koppelen aan [eiser], weegt het belang van [eiser] niet aan deze kans blootgesteld te worden niet op tegen het belang van [gedaagde] duidelijk te maken dat de crowdfundingsactie ten behoeve van zijn zoon geen blaam treft. Dit bericht is jegens [eiser] niet onrechtmatig. De daarop betrekking hebbende vorderingen zullen worden afgewezen.

4.5. Partijen zijn het erover eens dat de uitzending uitsluitend was gericht op de vrouw van [eiser] en [eiser] en zijn woning niet in beeld zijn verschenen. Niet valt derhalve in te zien op welke manier deze uitzending jegens [eiser] onrechtmatig was, nog los van de vraag op grond waarvan de uitzending als onrechtmatig handelen van [gedaagde] zou kwalificeren. Ter comparitie heeft [gedaagde] onweersproken toegelicht dat de programmamakers hem hebben benaderd voor het maken van de uitzending en zelf beslissen of zij het programma uitzenden. Hij had daar geen invloed op. Verder heeft hij toegelicht dat hij hen niet bewust het adres van [eiser] heeft verstrekt. Hij heeft hen op hun verzoek om informatie de aangifte van oplichting met betrekking tot de bingo overhandigd. Daarin stond ook het adres van de vrouw van [eiser] en daarmee van [eiser]. Met [gedaagde] is de rechtbank echter van oordeel dat de programmamakers anders eenvoudig op andere manieren het adres van de vrouw van [eiser] – en daarmee van [eiser] – hadden kunnen achterhalen. De rechtbank oordeelt dan ook dat de televisie-uitzending geen aan [gedaagde] toe te rekenen onrechtmatig handelen jegens [eiser] inhoudt, zodat de daarop gebaseerde vorderingen eveneens zullen worden afgewezen.