IT 3021

Facet kan verbintenis onderhoud ISK niet omzetten in schadevergoeding

Rechtbank Rotterdam 18 december 2019, IT 3021 (Facet tegen ICT4Kraam) Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarbij Facet zich bezighoudt met onderhoud, support en ontwikkeling van Informatie Systeem Kraamzorg (ISK) voor ICT4Kraam. ICT4Kraam heeft Facet opdracht gegeven het verwebben van ISK on hold te zetten en prioriteit te geven aan support van de bestaande versie ISK8. Facet heeft daartegen geprotesteerd en verklaard dat de verbintenis uit de laatste overeenkomst rechtsgeldig is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding, omdat deze verbintenis vooral ziet op het verwebben van ISK.

Het betoog van Facet gaat niet op, omdat de instructie van ICT4Kraam om het verwebben on hold te zetten niet kan worden aangemerkt als een (gedeeltelijke) opzegging van de overeenkomst. Die instructie is immers vergezeld gegaan van de instructie om prioriteit te geven aan support van de bestaande versie van ISK, welke volgens artikel 3 van de overeenkomst onder de opdrachtformulering valt. Hiermee falen de betogen van Facet en worden de vorderingen van Facet afgewezen.

4.5 Het betoog van Facet – wat er ook van zij – gaat niet op, omdat de instructie van ICT4Kraam om het verwebben on hold te zetten niet kan worden aangemerkt als een (gedeeltelijke) opzegging van de overeenkomst. Die instructie is immers vergezeld gegaan van de instructie om prioriteit te geven aan support van de bestaande versie van ISK; artikel 3 van de overeenkomst laat geen andere uitleg toe dan dat support van ISK onder de opdrachtformulering valt. Bedoelde instructie moet dan ook redelijkerwijs worden uitgelegd als een aanwijzing omtrent de uitvoering van de opdracht in de zin van artikel 7:402 lid 1 BW, die overigens de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen onverlet laat. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat ICT4Kraam haar (betalings)verplichtingen onverkort is nagekomen, althans tot 1 januari 2019.

4.9 Al met al zijn er geen aanwijzingen dat ICT4Kraam een relevante tekortkoming kan worden verweten die een ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt of anderszins tot schadeplichtigheid leidt. Facet wordt dus geacht met haar verklaring van 30 juli 2018 de overeenkomst zelf voortijdig te hebben opgezegd; de gevolgen van die opzegging komen dus voor haar eigen rekening. Voor zover Facet nog heeft bedoeld te betogen dat zij na de instructie om de verwebbing on hold te zetten niet anders kon dan de overeenkomst opzeggen, faalt ook dat betoog. Dat zij volledig afhankelijk was van de verwebbing omdat zij haar hele organisatie had ingericht voor de verwebbing en ICT4Kraam haar enige klant was, zijn omstandigheden die voor haar eigen rekening komen, nu zij immers als zelfstandig opdrachtnemer met ICT4Kraam heeft gecontracteerd.