DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5357

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

Hoge Raad 3 jul 2026,, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 (Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-kansspelovereenkomst-zonder-vergunning-niet-nietig-op-grond-van-art-3-40-bw

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 3 juli 2026, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 ([deelnemers] tegen TSG en Electraworks). De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland over de civiele geldigheid van overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning. In de onderliggende procedures vorderen twee deelnemers terugbetaling van hun gokverliezen van respectievelijk TSG, aanbieder van PokerStars, en Electraworks, exploitant van onder meer partycasino.com. Beide aanbieders beschikten niet over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) om in Nederland online kansspelen aan te bieden. De deelnemers stellen dat de kansspelovereenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok en art. 3:40 BW. De prejudiciële vragen zien in de kern op de vraag of het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen meebrengt dat de met deelnemers gesloten overeenkomsten civielrechtelijk nietig of vernietigbaar zijn, en of deelnemers hun verloren inzetten daarom als onverschuldigd betaald kunnen terugvorderen.

IT 5356

Ziggo-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens schending informatieplichten en misleidende omissie

Rechtbank Midden-Nederland 17 jun 2026,, IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ziggo-overeenkomst-rechtsgeldig-vernietigd-wegens-schending-informatieplichten-en-misleidende-omissie

Rb. Midden-Nederland 17 juni 2026, RB 4050; IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een bewoner sprak met zijn buurman af dat deze een Ziggo-abonnement voor internet en televisie voor hem zou afsluiten, waarvoor hij maandelijks € 92,50 betaalde. De kantonrechter merkt de buurman aan als handelaar, omdat het zakelijke abonnement was afgesloten op naam van zijn eenmanszaak, waarvan de activiteiten mede bestonden uit IT-dienstverlening, en hij naast de abonnementskosten kosten voor het inboeken en btw doorberekende. Dat de afspraak tussen buren was gemaakt, doet daaraan niet af. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand was gekomen, moest de handelaar vooraf duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken over onder meer de prijs en de wijze van betaling en de overeenkomst vervolgens op papier of, met toestemming, op een andere duurzame gegevensdrager bevestigen. Hij kon niet bewijzen dat hij aan deze verplichtingen had voldaan. Ook had hij onvoldoende duidelijk gemaakt dat het abonnement een looptijd van 36 maanden had, hoe het maandbedrag was samengesteld en dat hij een commercieel oogmerk had. Het weglaten of onduidelijk verstrekken van deze essentiële informatie vormt volgens de kantonrechter een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk.

IT 5342

Rb. Zeeland-West-Brabant: inspanningsverplichting online marketing leidt niet tot garantie op betere vindbaarheid

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jul 2026,, IT 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-zeeland-west-brabant-inspanningsverplichting-online-marketing-leidt-niet-tot-garantie-op-betere-vindbaarheid

Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2026, IT 5342; ECLI:NL:RBZWB:2026:5145 (PlantBezorgd tegen RB-Media). In deze zaak tussen PlantBezorgd en RB-Media staat de vraag centraal of RB-Media bij de uitvoering van een overeenkomst van opdracht voor online marketingwerkzaamheden is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en haar zorg- en informatieplicht heeft geschonden. PlantBezorgd stelt dat RB-Media gedurende langere tijd nauwelijks werkzaamheden heeft verricht, waardoor de online vindbaarheid van haar webshop sterk is afgenomen en schade is ontstaan. De rechtbank oordeelt dat PlantBezorgd haar verwijten onvoldoende heeft onderbouwd en wijst alle vorderingen af. PlantBezorgd exploiteert een webshop voor planten en aanverwante artikelen en heeft RB-Media in 2022 ingeschakeld om haar online vindbaarheid te verbeteren. Partijen kwamen overeen dat RB-Media vanaf 2023 maandelijks 24 uur zou besteden aan online marketingwerkzaamheden, verdeeld over Google Ads (SEA), zoekmachineoptimalisatie (SEO), conversieoptimalisatie (CRO) en werkzaamheden voor een specifieke campagne. Daarbij was uitdrukkelijk afgesproken dat de uren flexibel konden worden ingezet wanneer ontwikkelingen in de markt daartoe aanleiding gaven. Nadat PlantBezorgd begin 2025 door een derde was gewezen op een volgens haar sterk afgenomen SEO-vindbaarheid, zegde zij de overeenkomst op en stelde zij RB-Media aansprakelijk voor de gestelde schade. Volgens PlantBezorgd had RB-Media de overeengekomen werkzaamheden feitelijk niet uitgevoerd. Zij voerde aan dat uit de wijzigingsgeschiedenis van het Google Ads-account bleek dat nauwelijks SEA-werkzaamheden waren verricht, dat via de Wayback Machine nauwelijks SEO-aanpassingen aan de website zichtbaar waren en dat vrijwel geen CRO-werkzaamheden waren uitgevoerd. Daarnaast stelde PlantBezorgd dat RB-Media haar onvoldoende had geïnformeerd over de teruglopende online vindbaarheid en haar als deskundige had moeten waarschuwen voor de tegenvallende resultaten. Zij vorderde onder meer terugbetaling van betaalde facturen, vergoeding van gederfde winst, extra marketingkosten en onderzoekskosten. RB-Media betwistte dat zij haar verplichtingen niet was nagekomen. Volgens haar gold slechts een inspanningsverplichting en niet een resultaatverplichting, omdat de online vindbaarheid afhankelijk is van talrijke factoren die grotendeels buiten haar invloedssfeer liggen, zoals algoritme-updates van Google en de technische prestaties van de website. Verder stelde RB-Media dat de overeengekomen uren wel degelijk waren besteed, onder meer aan werkzaamheden die niet zichtbaar worden in de wijzigingsgeschiedenis van Google Ads, zoals data-analyses, feedmanagement, strategieontwikkeling en werkzaamheden met externe tools.

IT 5314

Opzegvergoeding energiecontract blijft in stand: digitale overdracht algemene voorwaarden voldoende

Rechtbank Oost-Brabant 27 mei 2026,, IT 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzegvergoeding-energiecontract-blijft-in-stand-digitale-overdracht-algemene-voorwaarden-voldoende

Rb. Oost-Brabant 27 mei 2026, IT&Recht 5314; ECLI:N:RBOBR:2026:3623 (Clean Energy tegen [gedaagde]). In deze zaak staat de vraag centraal of [gedaagde] een opzegvergoeding verschuldigd is wegens het voortijdig beëindigen van een driejarig zakelijk energiecontract met Clean Energy. Daarnaast is de vraag of de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden en contractvoorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn verklaard en of het daarin opgenomen opzegbeding vernietigbaar is op grond van artikel 6:233 BW en artikel 6:234 BW. Nu [gedaagde] als kleinzakelijke partij optreedt, beoordeelt de rechtbank zijn beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden inhoudelijk. Tussen Clean Energy en [gedaagde] is op 14 november 2022 een zakelijke overeenkomst gesloten voor de levering van gas en elektriciteit aan het bedrijfsadres van [gedaagde]. De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar, van 1 december 2022 tot 1 januari 2026, tegen vaste tarieven. [gedaagde] kampt vrijwel vanaf het begin met betalingsachterstanden. Op 16 januari 2024 stelt Clean Energy een eindafrekening over 2023 op van € 14.358,20, die onbetaald blijft. Vervolgens stapt [gedaagde] per 15 april 2024 over naar een andere energieleverancier, waardoor de overeenkomst voortijdig eindigt. De eindafrekening over 2024 bedraagt uiteindelijk € 19.335,16, waarvan € 13.465,36 ziet op een opzegvergoeding. Ook deze factuur blijft onbetaald. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] tijdens de looptijd van de overeenkomst is overgestapt naar een andere energieleverancier. Daarmee is de overeenkomst met Clean Energy voortijdig beëindigd. Het standpunt van [gedaagde] dat een overstap niet automatisch tot beëindiging van de overeenkomst leidt, volgt de rechtbank niet. [gedaagde] heeft immers niet weersproken dat hij niet gelijktijdig meerdere energieleveranciers op dezelfde aansluiting kon hebben. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de algemene voorwaarden en contractvoorwaarden van toepassing zijn. Clean Energy heeft uitvoerig toegelicht dat de overeenkomst tot stand is gekomen via het digitale verkoopsysteem Salesdock, waarbij [gedaagde] tijdens het offerteproces expliciet akkoord moest gaan met de toepasselijkheid van de voorwaarden voordat de offerte kon worden geaccepteerd. De voorwaarden waren gedurende het proces via hyperlinks beschikbaar, konden worden opgeslagen als pdf en werden na acceptatie nogmaals per e-mail toegezonden. Ter ondersteuning heeft Clean Energy een verklaring overgelegd van de betrokken tussenpersoon en schermafbeeldingen van het systeem.

IT 5307

Reclameovereenkomst kansspelpromotie: voorinvesteringen zonder terugbetalingsplicht, maar geen aanspraak op resterende termijnen

Rechtbank Amsterdam 27 mei 2026,, IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/reclameovereenkomst-kansspelpromotie-voorinvesteringen-zonder-terugbetalingsplicht-maar-geen-aanspraak-op-resterende-termijnen

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IEF 23618; RB 4022; IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze zaak over de afwikkeling van een exclusieve samenwerkingsovereenkomst tussen Sagevas, exploitant van kansspelaanbieder betFIRST, en sportmediaproducent FC Afkicken. Op grond van die overeenkomst zou FC Afkicken betFIRST exclusief promoten in haar sportmedia, maar de samenwerking is feitelijk niet uitgevoerd nadat gewijzigde wet- en regelgeving voor kansspelreclame de beoogde promotie bemoeilijkte. Sagevas had inmiddels € 420.000 aan FC Afkicken betaald en vorderde terugbetaling, primair omdat de overeenkomst volgens haar rechtsgeldig was ontbonden en de betalingen slechts voorschotten waren op nog te verrichten diensten. Daarnaast stelde Sagevas dat FC Afkicken de exclusiviteitsverplichting had geschonden en daarom een contractuele vergoeding van € 25.000 verschuldigd was. FC Afkicken voerde daartegen aan dat de betalingen geen voorschotten waren, maar voorinvesteringen in de groei van haar kanalen en onderneming, en vorderde in reconventie nog € 150.000 op basis van een niet-ondertekend addendum waarin de totale pre-payment zou zijn verhoogd naar € 570.000. De rechtbank acht zich bevoegd op grond van de forumkeuze voor de Rechtbank Amsterdam en past Nederlands recht toe op basis van de rechtskeuze in de overeenkomst; ook de subsidiaire grondslag van ongerechtvaardigde verrijking wordt wegens nauwe samenhang met de overeenkomst naar Nederlands recht beoordeeld.

IT 5305

Geen ontbinding van softwarelicentieovereenkomst: licentiegever niet verantwoordelijk voor mislukte implementatie door derde

Rechtbank Midden-Nederland 29 apr 2026,, IT 5305; ECLI:NL:RBMNE:2026:3082 ([eiseres] tegen [gedaagde sub 1] en [handelsnaam]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-ontbinding-van-softwarelicentieovereenkomst-licentiegever-niet-verantwoordelijk-voor-mislukte-implementatie-door-derde

Rb. Midden-Nederland 29 april 2026, IT&R 5305; ECLI:NL:RBMNE:2026:3082 ([eiseres] tegen [gedaagde sub 1] en [handelsnaam]). De Rechtbank Midden-Nederland wijst de vorderingen van een zakelijke afnemer van softwarelicenties af, omdat de licentiegever niet is tekortgeschoten in de nakoming van de licentieovereenkomst. Partijen hadden op 22 december 2023 een overeenkomst gesloten voor de afname van twintig softwarelicenties voor een looptijd van vijf jaar, van 1 februari 2024 tot en met 31 januari 2029. Voor de implementatie van de software had de afnemer daarnaast een afzonderlijke overeenkomst gesloten met een implementatiepartner. Die implementatie duurde lang en mislukte uiteindelijk, waarna de afnemer nooit met de software is gaan werken en de licentieovereenkomst buitengerechtelijk ontbond. De rechtbank oordeelt echter uitsluitend over de verhouding tussen de afnemer en de licentiegever, omdat zij zich eerder onbevoegd had verklaard ten aanzien van het geschil met de implementatiepartner. Uit de licentieovereenkomst volgde volgens de rechtbank alleen dat de licentiegever toegang tot de software moest verschaffen. Onvoldoende was onderbouwd dat de licentiegever daarnaast verantwoordelijk was voor de implementatie, voor het handelen van de implementatiepartner of voor een functionerend eindresultaat binnen de bedrijfsprocessen van de afnemer. Dat de licentiegever de implementatiepartner had aangedragen, maakt dat niet anders, omdat de afnemer twee afzonderlijke overeenkomsten met twee verschillende partijen had gesloten en als zakelijke partij, bijgestaan door een ervaren projectmanager, het verschil tussen licentieverlening en implementatie had moeten begrijpen.

IT 5300

Huurder moet achterstallige energievoorschotten betalen; beroep op gebrekkige verwarming slaagt niet

Rechtbank Rotterdam 22 mei 2026,, IT 5300; ECLI:NL:RBROT:2026:5729 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/huurder-moet-achterstallige-energievoorschotten-betalen-beroep-op-gebrekkige-verwarming-slaagt-niet

Rb. Rotterdam 22 mei 2026, IT 5300; ECLI:NL:RBROT:2026:5729 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De rechtbank heeft geoordeeld dat een huurder € 1.327,30 aan achterstallige energievoorschotten moet betalen aan zijn voormalige verhuurder. De huurder stelde dat hij meer had betaald dan door de verhuurder was verwerkt en voerde aan dat gebreken aan de verwarming tot hoge stookkosten hadden geleid. De kantonrechter volgt deze verweren niet. De huurder onderbouwde zijn gestelde extra betalingen niet met bewijsstukken en had de vermeende gebreken bovendien nooit bij de verhuurder gemeld. Daardoor kon geen beroep worden gedaan op opschorting van de betalingsverplichting. Ook een beroep op terugbetaling van de waarborgsom slaagt niet, omdat de huurder daarvoor geen tegenvordering had ingesteld. De vordering van de verhuurder wordt toegewezen en de huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

IT 5298

Stichting Sint Maartenskliniek mocht EPD-overeenkomst ontbinden: leverancier kon fatale implementatiedeadline niet halen

Rechtbank Midden-Nederland 1 apr 2026,, IT 5298; ECLI:NL:RBMNE:2026:2848 (Stichting Sint Maartenskliniek tegen Nexus c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/stichting-sint-maartenskliniek-mocht-epd-overeenkomst-ontbinden-leverancier-kon-fatale-implementatiedeadline-niet-halen

Rb. Midden-Nederland 1 april 2026, IT 5298; ECLI:NL:RBMNE:2026:2848 (Sint Maartenskliniek tegen Nexus c.s.). De rechtbank Midden-Nederland heeft in een geschil over de implementatie van een elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) geoordeeld dat de Sint Maartenskliniek (hierna: SMK) haar overeenkomst met softwareleverancier NEXUS rechtsgeldig heeft ontbonden. SMK had in 2023 verschillende overeenkomsten gesloten met NEXUS voor de levering, implementatie en het onderhoud van een nieuw EPD. Het project werd uitgevoerd onder de naam ‘Project ZEBRA’. Volgens de overeenkomst moest de implementatie, inclusief acceptatie van het systeem, uiterlijk op 1 juli 2024 zijn afgerond. Die datum was contractueel aangemerkt als een fatale termijn. Op 19 januari 2024 ontbond SMK de overeenkomst omdat zij het vertrouwen had verloren dat NEXUS de afgesproken opleverdatum nog kon halen. SMK vorderde vervolgens terugbetaling van reeds betaalde facturen ter hoogte van €1.033.340 en een schadevergoeding van bijna €5 miljoen. NEXUS stelde dat partijen de oorspronkelijke opleverdatum hadden losgelaten en waren uitgegaan van een nieuwe planning met een latere ‘go live’-datum. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Uit de projectdocumentatie blijkt weliswaar dat over uitstel werd gesproken, maar volgens de contractuele governancestructuur kon een wijziging van de deadline uitsluitend door de directies van beide partijen worden goedgekeurd. Een dergelijk besluit is nooit genomen. Dat binnen het project met alternatieve planningen werd gewerkt, betekende daarom niet dat de oorspronkelijke fatale termijn was vervallen.

IT 5297

Energieleverancier krijgt opzegvergoeding toegewezen na beëindiging zakelijk energiecontract

Rechtbank Limburg 6 mei 2026,, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F.]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/energieleverancier-krijgt-opzegvergoeding-toegewezen-na-beeindiging-zakelijk-energiecontract

Rb. Limburg 6 mei 2026, IT 5297; ECLI:NL:RBLIM:2026:4276 (Innova tegen [de V.O.F]). Innova en [de V.O.F.] sloten op 23 juli 2024 via een tussenpersoon een overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit met een looptijd van drie jaar. De overeenkomst zou op 1 september 2024 ingaan. Een dag later zei [de V.O.F.] het contract op, waarna de overeenkomst op 2 september 2024 werd beëindigd. Innova bracht daarop een eindafrekening in rekening van € 1.314,29, waarvan € 1.306,46 zag op een contractuele opzegvergoeding wegens voortijdige beëindiging. Volgens [de V.O.F.] was geen opzegvergoeding verschuldigd omdat nauwelijks of geen energie was geleverd, Innova haar schade niet had onderbouwd en sprake zou zijn van een afkoelperiode. Ook voerden zij aan dat de toepasselijke voorwaarden pas na het sluiten van de overeenkomst waren verstrekt.