Contracten

IT 2689

Prejudicieel gestelde vragen: is het feit dat een licentiehouder van software zich niet houdt aan de voorwaarden van de overeenkomst een auteursrechtinbreuk of kan hiervoor een afzonderlijke regeling gelden?

Hof van Jusitie EU 16 okt 2018, IT 2689; (Free Mobile tegen IT Development), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-is-het-feit-dat-een-licentiehouder-van-software-zich-niet-houdt-aan-de

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 oktober 2018, IEF 18145; IT 2689; IEFbe 2799; C-666/18 (Free Mobile tegen IT Development) Via Minbuza. Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst wijzigingen zijn aangebracht in de software en heeft op 22.05.2015 inbeslagneming wegens inbreuk laten verrichten ten kantore van de onderneming Coraso, een subcontractant van Free Mobile. Volgens Free Mobile zijn de verzoeken op grond van inbreuk niet ontvankelijk. Daarnaast stelt Free Mobile dat de originaliteit van de software niet is bewezen en dat de handelingen voor beslag inzake inbreuk nietig zijn. Ook stelt Free Mobile dat de aangebrachte wijzigingen alleen betrekking hebben op de eigen database van de licentiehouders en dat de clausule waarin is bepaald dat het softwarepakket niet mag worden gewijzigd in strijd is met de bepalingen van het wetboek van intellectuele eigendom. Deze bepalingen moeten worden geacht niet te zijn geschreven. De rechter in eerste aanleg heeft de vorderingen van IT Development niet-ontvankelijk verklaard. IT Development heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de rechter in tweede aanleg verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof. In eerste aanleg waren de verzoeken van IT Development uitsluitend gebaseerd op inbreuk. In hoger beroep zijn zij subsidiair tevens gebaseerd op de contractuele aansprakelijkheid.

IT 2682

Grieven falen, geen beroep op dwaling ICT-overeenkomst door ontbreken harde afspraken op schrift

Hof 13 nov 2018, IT 2682; ECLI:NL:GHSHE:2018:467 (ICT-overeenkomst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/grieven-falen-geen-beroep-op-dwaling-ict-overeenkomst-door-ontbreken-harde-afspraken-op-schrift

Hof 's-Hertogenbosch 13 november 2018, IT 2682; ECLI:NL:GHSHE:2018:467 (ICT-overeenkomst) Contractrecht. Appellante is een accountacy- en adviesbureau en geïntimeerde een onderneming die diensten verricht op het gebied van IT. Partijen zijn overeengekomen dat appellante het computernetwerk van geïntimeerde gaat onderhouden en dat het netwerk overgezet wordt naar een online werkomgeving. Appellante heeft een door geïntimeerde uitgebrachte offerte voor akkoord ondertekend, evenals een offerte met nadere gepreciseerde prijsafspraken voor een contractsduur van drie jaar. Bestuurster van appellante heeft het voorgestelde systeem getest en heeft akkoord gegeven op het omzetten van haar netwerk naar een online werkomgeving. Vanaf het begin van de werkzaamheden door geïntimeerde zijn er klachten geweest van appellante over verschillende computerproblemen. In eerste aanleg heeft de rechtbank de vordering van appellante tot vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling afgewezen, maar haar vordering toegewezen dat zij voor recht verklaard dat de overeenkomst door buitengerechtelijke ontbinding tot een einde is gekomen. Appellante is veroordeeld aan geïntimeerde te betalen het bedrag uit hoofde van de betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de overeenkosmt tot het moment dat deze overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Vonnis bekrachtigd, geen beroep op dwaling door ontbreken harde afspraken op schrift. 

IT 2671

Geen opname van telefonisch verkoop domeinnaam voorafgaand aan de bevestiging is voor eigen risico

Rechtbank 25 okt 2018, IT 2671; ECLI:NL:RBNHO:2018:9588 (Trademark Office tegen Hout DieZijn Meubelmakerij), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-opname-van-telefonisch-verkoop-domeinnaam-voorafgaand-aan-de-bevestiging-is-voor-eigen-risico
Hout DieZijn

Ktr. Rechtbank Noord-Holland 25 oktober 2018, IT 2671; RB 3240; ECLI:NL:RBNHO:2018:9588 (Trademark Office tegen Hout DieZijn Meubelmakerij) Telemarketing. Trademark heeft gedaagde benaderd over het registreren van www.houtdiezijn.nl tegen betaling, met instemming is een opname gemaakt van een deel van het telefoongesprek waarin gedaagde akkoord is gegaan. De overeenkomst is vernietigd vanwege dwaling/bedrog. Gedaagde voert aan dat de door Trademark in geding gebrachte transcriptie van de voice log een te summiere weergave is van de telefoongesprekken tussen hen. Van de bevestiging van de overeenkomst was een beperkte geluidsopname en transcriptie. Van de daaraan voorafgegane telefonische gesprekken waren geen geluidsopnames gemaakt (ook geen aantekeningen); vordering tot betaling wordt dan ook afgewezen.

IT 2666

In gebreke blijven Gorspaviljoen contract pinautomaten niet gerechtvaardigd door ondernemersrisico

Rechtbank 9 mrt 2018, IT 2666; ECLI:NL:RBROT:2018:8282 (CCV tegen Gorspaviljoen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/in-gebreke-blijven-gorspaviljoen-contract-pinautomaten-niet-gerechtvaardigd-door-ondernemersrisico

Rechtbank Rotterdam 9 maart 2018, IT 2666; ECLI:NL:RBROT:2018:8282 (CCV tegen Gorspaviljoen) Contractrecht. CCV is leverancier en verhuurder van mobiele pinautomaten. Zij heeft met Gorspaviljoen een huurovereenkomst gesloten ter zake twee pinautomaten. Gorspaviljoen is in gebreke gebleven, ondanks een aanmaning. Zij stelt dat ze slechts drie weken gebruik heeft gemaakt van de automaten omdat haar restaurant niet goed liep. Dit hoort echter bij het ondernemersrisico. Het verweer van Gorspaviljoen wordt verworpen. 

IT 2663

Uitzending Top 40 door Radio 538 via DAB+ niet toegestaan vanwege afhakende luisteraars

Rechtbank 26 okt 2018, IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitzending-top-40-door-radio-538-via-dab-niet-toegestaan-vanwege-afhakende-luisteraars

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 26 oktober 2018, IEF 18064; IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538) Contractenrecht. Mediarecht. Stichting de Nederlandse Top 40 (‘de Stichting’) en Radio 538 werken al meer dan 25 jaar samen ten behoeve van het radioprogramma Top 40. In dit verband zijn steeds licentieovereenkomsten gesloten. De laatste overeenkomst loopt af op 31 december 2018. Uitzending van de Top 40 vindt al gedurende 25 jaar plaats middels het landelijke FM zendernetwerk van Radio 538. Na diverse onderhandelingen tussen partijen over een mogelijke voortzetting van de licentieovereenkomst, publiceert Radio 538 op maandag 24 september 2018 een persbericht. Hierin kondigt zij aan met een eigen, vernieuwde hitlijst (de 538TOP50) te zullen komen, die vanaf november 2018 op het vertrouwde tijdstip van 14.00 tot 18.00 te horen zal zijn. Radio 538 kondigt aan de Top 40 te verplaatsen naar het DAB+ kanaal en het online kanaal van Radio 538. Daarnaast speelt ook de samenstelling van de Top 40 mee bij deze beslissing, zo stelt Radio 538 in het persbericht: “Door de veranderingen in de markt en de wijze waarop muziek wordt geconsumeerd, wil de zender de samenstelling van de lijst veranderen. De recente gesprekken met de Stichting Nederlandse Top 40 leidden niet tot een akkoord. De vernieuwing is nodig omdat streamingcijfers onnauwkeurig zijn als het gaat om de waardering”.

IT 2644

Audit trail zorgt voor aanvaarding contract Nationale Zorggids, gerechtvaardigd vertrouwen door stagiaire die zich "assistente" noemt

Rechtbank 8 aug 2018, IT 2644; ECLI:NL:RBMNE:2018:4749 (Nationale Zorggids), http://www.itenrecht.nl/artikelen/audit-trail-zorgt-voor-aanvaarding-contract-nationale-zorggids-gerechtvaardigd-vertrouwen-door-stagi

Rechtbank Midden-Nederland 08 augustus 2018, IT 2644; ECLI:NL:RBMNE:2018:4749 (Nationale Zorggids) Eiseres houdt zich bezig met dienstverlening op het gebied van marketing, communicatie en multimedia. Zij beheert een aantal branche-gerelateerde websites, waaronder de Nationale Zorggids. Gedaagde voert een psychologische praktijk en verzorgt bedrijfsopleidingen en trainingen. Zij heeft stagiaires in dienst. Eiseres heeft in augustus 2015 een email gestuurd naar de praktijk van gedaagde betreffende een overeenkomst voor een pakket van de Nationale Zorggids en heeft dezelfde dag hierover telefonisch contact gehad met een stagiaire van gedaagde. September 2015 geeft gedaagde dat zij niet aanwezig was in augustus 2015 en dat zij dus ook geen toestemming heeft gegeven voor de overeenkomst. Zij wenste de facturen niet te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat vast is komen te staan dat er via audit trail een digitaal aanvaardingsproces is doorlopen door één van de stagiaires van gedaagde. Daar bovenop had eiseres niet kunnen afleiden van het telefoongesprek dat ze met een stagiaire praatte, omdat de stagiaire zich assistente van gedaagde noemde. In de zorg is het gebruikelijk dat zorgverleners werkzaamheden laten bijstaan door een assistente. Het aanbod van de overeenkomst is daarmee aanvaard. Omdat eiseres facturen onbetaald heeft gelaten, is zij toerekenbaar tekortgeschoten in haar betalingsverplichtingen en is eiseres bevoegd de overeenkomst te ontbinden.

IT 2645

"Op het einde van de registratieperiode" dient niet worden uitgelegd als het einde van automatische jaarlijkse verlenging van domeinnamen

Hof 18 sep 2018, IT 2645; ECLI:NL:GHAMS:2018:3432 (Hostway tegen Stichting Justitio Zuid), http://www.itenrecht.nl/artikelen/op-het-einde-van-de-registratieperiode-dient-niet-worden-uitgelegd-als-het-einde-van-automatische-j

Hof Amsterdam 18 september 2018, IT 2645; IEF 18011; ECLI:NL:GHAMS:2018:3432 (Hostway tegen Stichting Justitio Zuid) A. heeft 217 domeinnamen laten registreren door Hostway. De activiteiten en domeinregistraties zijn van A. overgegaan op People Business. A heeft alle domeinnamen in 2010 per brief en fax opgezegd per de verscheidene vervaldata. Hostway heeft vóór het eind van de registratieperiodes domeinnamen vrijgegeven die op naam van A. stonden geregistreerd. A. meldde dat dit niet de bedoeling was, waardoor Hostway de meeste domeinnamen weer op naam van A heeft geregistreerd. Hostway voerde aan dat zij verward was over de strekking van de opzegging. Zij dacht dat A. de domeinnamen wellicht had willen "verhuizen" naar een andere host, en dat het in de brief ging over vervaldata van de domeinnamen die jaarlijks geregistreerd worden. Het hof oordeelt dat de bewoordingen in de brief dat de registraties worden opgezegd "op het einde van de registratieperiode" zijn, in samenhang met het kopje "vervaldatum" en de daaronder genoemde data, zo duidelijk dat zij redelijkerwijs niet anders kunnen worden uitgelegd dan dat A. de overeenkomsten tot registratie in die zin opzegde dat de registraties dienden voort te duren tot aan de data die onder dat kopje worden genoemd. Het hof gaat mee met het oordeel van de rechtbank dat Hostway toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de met A. gesloten overeenkomsten door de registraties eerder te beëindigen dan zij mocht doen als gevolg van de opzeggingen in de opzeggingsbrief.

IT 2632

Overeenkomst rechtsgeldig beëindigd op 1 januari 2017: afnemer betaalt leverancier voor onderhoud tot 1 januari 2017

Stichting Geschillenoplossing automatisering 7 feb 2018, IT 2632; (Beëindiging automatiseringsovereenkomst), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-rechtsgeldig-be-indigd-op-1-januari-2017-afnemer-betaalt-leverancier-voor-onderhoud-tot
SGOA

SGOA arbitraal vonnis 7 februari 2018, IT 2632 (Beëindiging automatiseringsovereenkomst) ICT. Leverancier richt zit op onder meer op het ontwikkelen, produceren, uitgeven en onderhouden van software. Afnemer doet in vermogensbeheer en beleggingsadvies. Afnemer en leverancier sluiten in 2007 een automatiseringsovereenkomst over de levering van een automatiseringssysteem voor het beheren van relaties en relatiecontacten. Eind 2015 wil afnemer een deel van het overeengekomen onderhoud opzeggen. Maar in de automatiseringsovereenkomst staat dat dit pas tegen de laatste kalendermaand kan en niet tussentijds. Op 22 januari 2016 laat afnemer per brief laten weten de automatiseringsovereenkomst te willen opzeggen per 1 januari 2017. Ook geeft afnemer de opdracht onderhoud aan vier onderdelen van het automatiseringssysteem te schrappen. Leverancier heeft hier niet op gereageerd. Afnemer wil de gehele overeenkomst ontbinden omdat de leverancier in verzuim is. Maar de leverancier stelt dat de afnemer de overeenkomst moet nakomen tot de einddatum. Afnemer sluit de toegang tot het systeem af, zodat Leverancier geen onderhoud meer kan leveren. Leverancier vordert dat de overeenkomst niet is geëindigd door opzegging per 1 januari 2017 en dat de afnemer daarom de onderhoudsverplichting moet betalen. De arbiters oordelen dat de afnemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gerechtigd was om het onderhoud te verminderen en daardoor is er geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. De overeenkomst is met de brief van 22 januari 2016 wel rechtsgeldig beëindigd. De primaire vordering wordt afgewezen. Afnemer moet de onderhoudsvergoeding betalen over de periode 21 juli 2016 tot 1 januari 2017, plus een compensatie voor het bedrag dat betaald zou worden als de overeenkomst niet was opgezegd, te weten € 49.870,32.