Contracten

IT 3689

Gedaagde dient werkzaamheden te hervatten

Rechtbank Overijssel 13 okt 2021, IT 3689; ECLI:NL:RBOVE:2021:3895 (Koninklijke Bammens tegen Ovis Telematics), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gedaagde-dient-werkzaamheden-te-hervatten

Vzr. Rechtbank Overijssel 13 oktober 2021, IT 3689; ECLI:NL:RBOVE:2021:3895 (Koninklijke Bammens tegen Ovis Telematics) Kort geding. Bammens is een onderneming die zich richt op de productie, verkoop en onderhoud van ondergrondse afvalsystemen. Zij heeft in 2004 een derde opdracht gegeven om Container Management Software (CMS) te ontwikkelen. Ovis adviseert en ondersteunt op het gebied van informatietechnologie. Bammens heeft Ovis het onderhoud en de doorontwikkeling van CMS overgedragen. Bammens heeft de betaling opgeschort vanwege vermoedelijke onjuistheden. In reactie hierop kondigt Ovis aan dat zij hun dienstverlening zullen stoppen. Tussen partijen is in geschil of Ovis al dan niet gerechtigd is haar dienstverlening te staken indien zij (vooraf) geen vergoeding voor voortzetting daarvoor ontvangt van Bammens. De voorzieningenrechter oordeelt dat het van elementair belang is voor de bedrijfsvoering van Bammens dat Ovis haar dienstverlening doorzet. Ovis dient hiervoor een redelijke vergoeding te ontvangen. 

IT 3684

Geen schadevergoeding in software-zaak

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 okt 2021, IT 3684; ECLI:NL:GHARL:2021:9568 (Bittuning tegen Linq5), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-in-software-zaak

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 oktober 2021, IT 3684; ECLI:NL:GHARL:2021:9568 (Bittuning tegen Linq5) Bittuning exploiteert een webshop. Zij heeft met Linq5 een overeenkomst gesloten over een koppeling (‘plug-in’) tussen de webshop van Bittuning en het door haar gebruikte boekhoudprogramma van Exact Online. Bij gebruik bleek dat gegevens van crediteuren in dat boekhoudprogramma werden overschreven door debiteurenboekingen. Linq5 heeft de koppeling aangepast, waarna de problemen zijn verholpen. Bittuning heeft de overgeschreven data hersteld. De daarmee gepaard gaande kosten van medewerkers, haar boekhouder en haar advocaat wil Bittuning op Linq5 verhalen op grond van tekortkoming. Deze vordering is door de rechtbank afgewezen. Het hof stelt vast dat de koppeling als zodanig goed functioneerde: zij leidde de gegevens van de webshop door naar de boekhoudomgeving. In zoverre is van een tekortkoming geen sprake. Het probleem dat Bittuning ondervond, lag dan ook niet daarin, maar in de verwerking van de gekoppelde gegevens in het programma van Excel. Daarnaast acht het hof Bittuning zelf verantwoordelijk is voor haar eigen boekhouding. Hierdoor is de schade niet toewijsbaar aan Linq5. De grieven van Bittuning slagen daarom niet.

IT 3667

Geen onverschuldigde betaling voor ICT-werkzaamheden

Gerechtshof Den Haag 7 sep 2021, IT 3667; ECLI:NL:GHDHA:2021:1720 (MR2 tegen Result XL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-onverschuldigde-betaling-voor-ict-werkzaamheden

Gerechtshof Den Haag 7 september 2021, IT 3667; ECLI:NL:GHDHA:2021:1720 (MR2 tegen Result XL) Deze zaak gaat over (terug)betalingsverplichtingen voor ICT aankopen en werkzaamheden van Result ten behoeve van MR2. MR2 is een onderneming die zich richt op het ontwikkelen en verkopen van overboekingssoftware en -applicaties. Result is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met consultancy, project- en programmamanagement en interim management op het gebied van ICT. Samen hebben zij een overeenkomst van opdracht gesloten. Hieruit volgde dat Result voor MR2 werkzaamheden zou verrichten. MR2 heeft Result gedagvaard omdat zij van mening is dat er € 20.000 onverschuldigd betaald is. Vlak na het overmaken van dit bedrag is in overleg besloten dat dit resultaat niet meer nodig was. Het hof oordeelt in dit arrest, net als de rechtbank, dat de € 20.000 niet onverschuldigd is betaald en dat Result niet hoeft terug te betalen. MR2 stelt dat er sprake was van een resultaatsverbintenis, waardoor Result pas de vergoeding zou ontvangen als bepaalde doelstellingen behaald waren. Het hof verwerpt deze stelling. In geen enkel stuk tussen partijen vastgelegd komt naar voren dat een resultaatsverbintenis beoogd was.

IT 3661

Schoonmaken via online platform is uitzendovereenkomst

Gerechtshof Amsterdam 21 sep 2021, IT 3661; ECLI:NL:GHAMS:2021:2741 (FNV tegen Helpling ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/schoonmaken-via-online-platform-is-uitzendovereenkomst

Hof Amsterdam 21 september 2021, IT 3661; ECLI:NL:GHAMS:2021:2741 (FNV tegen Helpling) Helpling exploiteert een platform waar schoonmakers en huishoudens afspraken kunnen maken over het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden. Het platform stelt minimum en maximum tarieven, maar huishoudens en schoonmakers spreken hierbinnen onderling af tegen welk tarief de klus wordt uitgevoerd. Appellante is schoonmaakster en heeft na ziekmelding bij Helpling informatie ingewonnen over mogelijke doorbetaling van loon. Helpling heeft hierop laten weten dat er geen sprake was van een dienstverband. FNV vorderde in eerste aanleg primair te verklaren dat deze arbeidsovereenkomst wel bestaat. De kantonrechter heeft dit afgewezen. In dit hoger beroep overweegt het hof dat er inderdaad geen gewone arbeidsovereenkomst tot stand komt. Hiervoor speelt het platform een te beperkte rol in de afspraken die worden gemaakt tussen huishoudens en schoonmakers. Wel is er sprake van een uitzendovereenkomst. De huishoudens zijn inlener van de schoonmaker, waardoor er tussen hen ook geen arbeidsovereenkomst ontstaat. 

IT 3652

Uber-chauffeurs vallen onder CAO Taxivervoer

Rechtbank Amsterdam 13 sep 2021, IT 3652; ECLI:NL:RBAMS:2021:5029 (FNV tegen Uber), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uber-chauffeurs-vallen-onder-cao-taxivervoer

Rechtbank Amsterdam 13 september 2021, IT 3652; ECLI:NL:RBAMS:2021:5029 (FNV tegen Uber) FNV is partij bij de CAO Taxivervoer. De CAO Taxivervoer is de afgelopen jaren op verschillende momenten algemeen verbindend verklaard geweest. Uber beheert een digitale applicatie waarmee wordt bemiddeld rond het personenvervoer per auto tegen betaling. Hierbij richt Uber zich op de 'bel- en bestelmarkt'. FNV heeft Uber aangesproken op het naleven van de CAO Taxivervoer. Uber heeft dat geweigerd. In deze rechtszaak vordert FNV dat verklaard wordt dat de CAO Taxivervoer ook voor Uber algemeen verbindend is (geweest). Hier vloeit het verzoek uit voort om aan chauffeurs het achterstallig salaris te voldoen waarop zij ingevolge deze CAO recht op hebben. FNV stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van 7:610 BW, aangezien er wordt voldaan aan de eisen van arbeid, loon en gezag. Uber voert als verweer dat zij geen werkgever is, maar een technologiebedrijf. Dit verweer wordt verworpen, aangezien chauffeurs akkoord moeten gaan met voorwaarden en hierbij een overeenkomst sluiten. Ook aan de andere vereisten voor een arbeidsovereenkomst wordt voldaan. De kantonrechters veroordelen Uber om voor de periodes dat de CAO Taxivervoer algemeen verbindend verklaard is (geweest), deze integraal na te leven jegens de chauffeurs.

IT 3630

Betaling van vervalste factuur bevrijdend

Hoge Raad 28 mei 2021, IT 3630; ECLI:NL:HR:2021:783 (Devante tegen Hascor), http://www.itenrecht.nl/artikelen/betaling-van-vervalste-factuur-bevrijdend

HR 28 mei 2021, IT 3630; ECLI:NL:HR:2021:783 (Devante tegen Hascor) Devante is een dochtermaatschappij van Yildirim Holding, een onderneming die zich bezighoudt met de handel in onder meer ferrochroom. Hascor bestelde in 2015 een hoeveelheid van dit ferrochroom. Vanuit het juiste e-mailadres werd er, na de eerste e-mail, een tweede gestuurd met de inhoud dat de vorige e-mail fouten bevatte. Een derde e-mail verkondigde dat de fouten eruit gehaald waren en dat de factuur voldaan kon worden. Dit bleek achteraf een valse factuur. In de vraag of er bevrijdend is betaald, oordeelde het hof dat er sprake is van bijzondere omstandigheden van dien aard dat het aan Devante valt toe te rekenen dat Hascor de e-mail met factur voor echt heeft gehouden. Devante mocht dit redelijkerwijze ook doen. Met bijzondere omstandigheden wordt in dit geval geduid op het feit dat er telkens een andere verkopende partij vanuit Yildirim naar voren werd geschoven en de e-mails verstuurd zijn vanuit het juiste e-mailadres. Ook gezien de inhoud van de e-mails had Hascor geen reden om te twijfelen aan de echtheid hiervan. Het oordeel van het hof wordt door de Hoge Raad in stand gehouden. 

IT 3622

Onterecht uitgegaan van een hogere afnameverplichting van aantal ontwikkelaars

Rechtbank Overijssel 7 jul 2021, IT 3622; ECLI:NL:RBOVE:2021:3009 (Probegin tegen Communiq), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onterecht-uitgegaan-van-een-hogere-afnameverplichting-van-aantal-ontwikkelaars

Rechtbank Overijssel 7 juli 2021, IT 3622; ECLI:NL:RBOVE:2021:3009 (Probegin tegen Communiq) Probegin is een softwareontwikkelaar. Communiq houdt zich bezig met de marketing voor franchises. Partijen hebben een softwareovereenkomst gesloten waarbij is afgesproken dat Probegin een integraal platform voor Communiq zou gaan ontwikkelen, die Communiq voor al haar klanten kan gebruiken. Communiq is vervolgens ontevreden over kwaliteit van het geleverde werk en is van mening dat de overschrijding van de ureninschatting buitenproportioneel is. Ze heeft daarop haar betalingen aan Probegin opgeschort. Probegin vordert betaling van de facturen en stelt daarbij dat er een afnameverplichting van vijf ontwikkelaars is overeengekomen. De rechter gaat hier niet in mee en oordeelt dat uit de feiten en omstandigheden gedurende de onderhandelingen is gebleken, dat een afnameverplichting van een ontwikkelaar is overeengekomen. Probegin heeft echter telkens nagelaten om slechts een ontwikkelaar ter beschikking te stellen en aangevoerd dat er alleen in teamverband gewerkt kan worden. Volgens de rechtbank is dit niet wat partijen overeengekomen zijn en heeft Communiq dus terecht de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. 

IT 3618

Onvoldoende aannemelijk dat verhuizing datacenter onzorgvuldig gebeurt

Rechtbank Oost-Brabant 20 jul 2021, IT 3618; ECLI:NL:RBOBR:2021:4069 (Eiseres tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onvoldoende-aannemelijk-dat-verhuizing-datacenter-onzorgvuldig-gebeurt

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 20 juli 2021, IT 3618; ECLI:NL:RBOBR:2021:4069 (Eiseres tegen gedaagde) Kort geding. Eiseres is een dienstverlenende organisatie, actief in onder andere de schoonmaak, beveiliging, de zorg en facility management. Gedaagde houdt zich bezig met de advisering en ondersteuning op het gebied van informatietechnologie. Zij hebben sinds 2017 een overeenkomst, waarin is afgesproken dat de IT-infrastructuur van eiseres wordt uitbesteed aan gedaagde. Bij deze overgang is een deel van het ICT-team en een datacenter van eiseres overgenomen. Gedaagde heeft vervolgens aangegeven het datacenter te willen verhuizen. Eiser vordert dat gedaagde eerst aan een aantal voorwaarden zal moeten voldoen, waaronder een degelijk verhuisplan en een motivering waarom de verhuizing noodzakelijk is. Eiseres stelt namelijk dat dit een zorgvuldige operatie betreft en dat zij afhankelijk is van de servers in het datacenter. Daarnaast ondervindt zij internetproblemen. Volgens de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verhuizing door gedaagde niet op zorgvuldige wijze zal worden uitgevoerd. De projectmanager van gedaagde heeft onder andere een stappenplan uitgelegd en gedaagde heeft aangegeven dat zij inmiddels zelf een Wifi netwerk heeft gebouwd. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang.