IT 3047

Fusie tussen Mediaset Spanje en Nederlandse Mediaset is legitiem

Vzr. Rechtbank Amsterdam 26 februari 2020, IT 3047; ECLI:NL:RBAMS:2020:1200 (Vivendi tegen MFE) De Italiaanse vennootschap Mediaset exploiteert een televisiebedrijf en is in het bezit van onder meer drie Italiaanse televisiekanalen. Bijna de helft van de aandelen van Mediaset zijn (indirect) in handen van de familie Berlusconi. Mediaset houdt 100% van de aandelen in MFE, een lege vennootschap. Vivendi is een Frans mediabedrijf, actief in de muziek-, televisie- en filmindustrie, dat (indirect) in handen is van de familie Bolloré. Mediaset heeft plannen om onder Nederlandse vlag te gaan fuseren met Mediaset Spanje, haar Spaanse dochteronderneming. Vivendi maakt als een van de minderheidsaandeelhouders van Mediaset bezwaar tegen deze fusie. Geen van de bezwaren van Vivendi gaat echter op, zodat de vordering van het fusieverbod wordt afgewezen.

4.6. De conclusie tot zover is dat de loyaliteitsregeling voorshands geen reden vormt de fusie te verbieden. Dit betekent dat de vorderingen opgenomen onder f), g), h), i) en j) (zie 3.1) zullen worden afgewezen.

4.11. Voor zover nog wordt toegekomen aan een belangenafweging sluit de voorzieningenrechter zich aan bij de overwegingen van de Italiaanse kortgedingrechter. In dat vonnis is beslist dat de belangenafweging in het voordeel van Mediaset moet uitvallen. In dit kort geding zijn geen (andere) argumenten naar voren gebracht die tot een ander oordeel nopen. Kort gezegd weegt de zogenoemde business rationale zwaarder dan het belang van Vivendi om de fusie tegen te houden. Tegenover het grote aantal rapporten dat Mediaset ter onderbouwing van de business rationale in het geding heeft gebracht (zie 3.5), zet Vivendi slechts één negatief stemadvies en de mening van één analist geciteerd in een artikel in de Financial Times. Weliswaar kan een eenmaal geïmplementeerde (grensoverschrijdende) fusie niet worden teruggedraaid, maar daar staat tegenover dat Vivendi, mocht blijken dat Simon Fiduciaria ten onrechte van stemming is uitgesloten, aanspraak kan maken op een schadevergoeding, indien zij daardoor schade heeft geleden. Bovendien kan Vivendi gebruik maken van haar uittreedrecht. Dit alles geldt te meer nu het materiële bezwaar van Vivendi tegen de fusie is gelegen in de in de statuten opgenomen loyaliteitsregeling waarvan voorshands niet kan worden geoordeeld dat die in strijd is met het Nederlandse vennootschapsrecht, integendeel (zie 4.2-4.6).

4.12. Over de vraag of de wijze waarop de fusie wordt vormgegeven in overeenstemming is met de regels van het Nederlands fusierecht, kan in dit kort geding geen oordeel worden gegeven. Het is niet aanstonds duidelijk dat in strijd met deze regels wordt gehandeld. Het debat over de vraag of het fusievoorstel dat op 5 februari 2020 (en dus na het uitbrengen van de dagvaarding in dit kort geding) bij de Kamer van Koophandel is gedeponeerd, kan worden aangemerkt als hetzelfde of als een nieuw voorstel, is niet ten volle gevoerd. Pas zeer kort voor de mondelinge behandeling van dit kort geding zijn de desbetreffende stukken in het geding gebracht. Al met al kan dit geen reden vormen om (een van) de vorderingen van Vivendi toe te wijzen en er bestaat ook geen noodzaak dit op dit moment te beoordelen. Implementatie van de fusie kan alleen plaatsvinden door het passeren van de desbetreffende akte door de notaris. Indien de notaris van mening is dat aan alle vormvereisten is voldaan en tot het passeren van die akte wil overgaan, kan Vivendi, indien zij het daarmee niet eens is, deze kwestie opnieuw aan de voorzieningenrechter voorleggen.