30 jul 2026,
Kopieer citeerwijze ||
Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein
Geen algemeen stakingsbevel, wel afgifte gegevens achter frauduleuze F1-ticketwebsites
Rb. Den Haag 30 juli 2026, IEF 23726; IT 5397; ECLI:NL:RBDHA:2026:21021 (Formula 1 Companies tegen Metaregistrar en Mijndomein). In dit kort geding constateren de Formula 1 Companies dat via verschillende websites niet-bestaande tickets voor het FIA Formula One World Championship worden aangeboden en daarbij zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van hun FORMULA 1- en F1-merken. Nadat een consument voor € 2.600 aan tickets voor de Grand Prix van Monza heeft betaald zonder deze te ontvangen, ontdekken de Formula 1 Companies meerdere vergelijkbare websites. De websites vertonen sterke overeenkomsten in vormgeving en contactgegevens en gebruiken onder meer gefingeerde namen. Mijndomein is hostingprovider van de betrokken websites en heeft bemiddeld bij de registratie van de domeinnamen, waarvoor Metaregistrar als registrar is ingeschakeld. Na verschillende notice-and-takedownverzoeken haalt Mijndomein de betrokken websites offline, maar weigeren gedaagden de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders te verstrekken. De Formula 1 Companies vorderen in kort geding onder meer staking van de dienstverlening als tussenpersoon en verstrekking van de identificerende gegevens van de domeinnaamhouders.
De voorzieningenrechter wijst het gevorderde stakingsbevel af. Voor zover het betrekking heeft op de bestaande websites hebben de Formula 1 Companies geen belang meer bij toewijzing, omdat deze al offline zijn gehaald en gehouden. Voor zover het bevel ook ziet op toekomstige websites, zou toewijzing ertoe leiden dat gedaagden iedere registratie en website vooraf inhoudelijk moeten controleren op mogelijke merkinbreuk of fraude. Dat acht de voorzieningenrechter, mede gezien de grote aantallen domeinnaamregistraties en de reeds door gedaagden getroffen maatregelen, niet proportioneel. Het verweer dat de Formula 1 Companies wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen tegen Metaregistrar wordt verworpen. Metaregistrar heeft als registrar een rol gespeeld bij de registratie van de domeinnamen en beschikt in dat kader over bepaalde identificerende gegevens. De vordering tot verstrekking van identificerende gegevens wordt grotendeels toegewezen. De voorzieningenrechter beoordeelt op grond van artikel 6:162 BW aan de hand van het Lycos/Pessers-arrest of de weigering van gedaagden om de gegevens te verstrekken onrechtmatig is. Hoewel dat arrest betrekking heeft op een hostingprovider, acht de voorzieningenrechter de daarin geformuleerde voorwaarden ook toepasselijk op Metaregistrar als registrar, omdat ook zij over identificerende gegevens van de domeinnaamhouders beschikt. Aan alle vier de voorwaarden is voldaan. Ten eerste is voldoende aannemelijk dat de informatie op de websites mogelijk onrechtmatig en schadelijk is tegenover de Formula 1 Companies: op de websites zijn zonder toestemming tekens gelijk aan de merken gebruikt voor waren en diensten waarvoor deze zijn ingeschreven en het frauduleuze karakter van de websites is niet betwist. Ten tweede hebben de Formula 1 Companies een reëel belang bij de gegevens om tegen de merkinbreuk en fraude en de gevolgen daarvan op te treden. Dat de registratiegegevens mogelijk vals zijn of aan derden toebehoren, doet daaraan niet af, omdat één of meer gegevens alsnog naar de inbreukmakers, fraudeurs of een partij die hen heeft geholpen kunnen leiden. Ten derde is voldoende aannemelijk dat geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de betrokkenen te identificeren. Van de Formula 1 Companies kan, gelet op hun eerdere vergeefse contactpogingen en de sterke overeenkomsten tussen de websites, niet worden verlangd dat zij iedere websitehouder afzonderlijk opnieuw sommeren. Ten slotte prevaleert het belang van de Formula 1 Companies bij bestrijding van de merkinbreuk en fraude boven het belang van de websitehouders bij anonimiteit en bescherming van hun persoonsgegevens. De weigering om de gegevens te verstrekken is daarom onrechtmatig. Mijndomein en Metaregistrar moeten binnen 24 uur na betekening van het vonnis de bij hen aanwezige identificerende gegevens verstrekken. Beide hoeven geen IP-adressen af te geven omdat zij daar niet meer over beschikken en Metaregistrar hoeft ook geen bankgegevens te verstrekken omdat zij die niet bezit. Aan de bevelen wordt een niet-hoofdelijke dwangsom verbonden van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat niet aan de bevelen wordt voldaan, met een maximum van € 100.000. Omdat de Formula 1 Companies ten aanzien van het stakingsbevel in het ongelijk worden gesteld maar de gegevensvordering grotendeels wordt toegewezen, compenseert de voorzieningenrechter de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De termijn voor het instellen van de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv wordt bepaald op zes maanden.
5.14. Hoewel gedaagden zich op het standpunt stellen dat het niet aan hen is om te beoordelen of sprake is van merkinbreuk, betwisten zij ook niet dat inbreuk op de Merken is gemaakt. Dat op de websites onder de Domeinnamen merkinbreuk is gepleegd, acht de voorzieningenrechter ook voldoende duidelijk, omdat op de websites zonder toestemming van de Formula 1 Companies tekens gelijk aan de Merken zijn gebruikt voor het aanbieden van waren en diensten waarvoor de Merken zijn ingeschreven. Daarbij komt dat gedaagden niet hebben betwist dat sprake is van frauduleuze websites. Hierdoor is het voldoende aannemelijk dat de informatie op de websites mogelijk onrechtmatig en schadelijk is tegenover de Formula 1 Companies. Daarmee is voldaan aan de eerste voorwaarde uit het Lycos/Pessers-arrest.
5.16. De voorzieningenrechter gaat daar niet in mee en is van oordeel dat de Formula 1 Companies een reëel belang hebben bij afgifte van de gegevens, zodat zij de inbreuk en fraude kan (proberen te) stoppen en kan optreden tegen de gevolgen van de reeds gepleegde inbreuken en fraude. Gedaagden hebben hun standpunt over het door hen uitgevoerde onderzoek niet onderbouwd. Dat het aannemelijk is dat de gegevens vals zijn en/of van derden afkomstig zijn, en dat deze derden allemaal ‘nietsvermoedend’ zijn, is de voorzieningenrechter dus niet duidelijk geworden. En zelfs als dit aannemelijk is, dan is er nog steeds een kans dat één of meer gegevens de Formula 1 Companies leiden naar de inbreukmakers/fraudeurs althans een partij die hen heeft geholpen. Verkrijging van de gegevens zal de Formula 1 Companies dus een stap dichter bij de partijen achter de frauduleuze websites kunnen brengen.
5.18. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat er in dit geval geen minder ingrijpende mogelijkheid is om de identificerende gegevens van degene die (in)direct bij de inbreuk is betrokken te achterhalen, dan afgifte van identificerende gegevens door gedaagden. Het is niet zo dat pas aan dit criterium is voldaan als er geen enkele andere optie meer openstaat. In dit geval hebben de Formula 1 Companies een sommatiebrief gestuurd aan de houder van de website www.gptickets2025.com, pogingen gedaan om telefonisch contact op te nemen via zowel het mobiele nummer dat op de website www.gptickets2025.com stond vermeld, alsmede telefonisch contact opgenomen met de receptie van het VIDA Gebouw dat op meerdere websites als vestigingsadres stond genoteerd. Omdat de website www.gptickets2025.com in grote mate overeenstemt met de websites onder de Domeinnamen (zie 3.7 hiervoor), acht de voorzieningenrechter het met de Formula 1 Companies aannemelijk dat steeds dezelfde partijen achter deze websites zitten. Van de Formula 1 Companies had dan ook niet verwacht hoeven worden dat zij nog een of meerdere sommatiebrieven aan deze websitehouders van de Domeinnamen zouden sturen. Het is niet te verwachten dat de Formula 1 Companies door het gebruiken van andere beschikbare contactgegevens, voor zover die er zijn, binnen een aanvaardbare termijn en met een voldoende kans van slagen het door hen nagestreefde doel zullen bereiken.
5.20. De voorzieningenrechter volgt gedaagden hierin niet. Het belang van de Formula 1 Companies bij afgifte van de identificerende gegevens, namelijk om op te treden tegen de inbreuk en de fraude onder gebruikmaking van hun Merken, prevaleert boven het belang van de websitehouders om anoniem te blijven, mede omdat de websitehouders hun praktijken voortzetten ondanks dat zij op de hoogte is gesteld van de bezwaren van de Formula 1 Companies. Bovendien strekt het recht op bescherming van persoonsgegevens en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich niet zo ver uit dat een beroep daarop voorziet in de mogelijkheid om inbreuk te maken op exclusieve rechten en/of fraude te plegen en dat in stand te houden. Voor zover het verweer van gedaagden ziet op de mogelijke onjuistheid van de gegevens, geldt hetzelfde als hiervoor in 5.16 is overwogen.