22 apr 2026
Uitspraak ingezonden door Remi van Mansfeld, Kennedy van der Laan.
Geen fatale termijn in agile-ontwikkeling: geen verzuim bij vertraagde oplevering app
Rb. Amsterdam 22 april 2026, IT5258; ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 ([eiser] tegen DTT). In deze zaak stond een conflict centraal tussen [eiser], opdrachtgever en een softwareontwikkelaar (DTT) over de ontwikkeling van een nieuwe mobiele app en het onderhoud van bestaande native apps. De opdrachtgever stelde dat de ontwikkelaar toerekenbaar tekort was geschoten door het niet tijdig opleveren van de app, het overschrijden van de begrote kosten en het niet nakomen van een toezegging om de app kosteloos af te maken. Daarnaast werd gesteld dat ook het onderhoud van de bestaande apps ondeugdelijk was uitgevoerd.
De rechtbank wijst alle vorderingen af. Ten aanzien van de ontwikkeling van de nieuwe app oordeelt de rechtbank dat geen sprake was van fatale termijnen. De in de offerte en communicatie genoemde opleverdatum moest worden gezien als een inspanningsverplichting binnen een agile/scrum-werkwijze, waarbij flexibiliteit en voortschrijdend inzicht centraal staan. Hierdoor kon verzuim niet zonder meer intreden en was een rechtsgeldige ingebrekestelling vereist, die in dit geval onvoldoende effect had. Een belangrijk onderdeel van het geschil betrof een e-mailtoezegging van een developer om extra werkzaamheden kosteloos uit te voeren. De rechtbank oordeelt dat sprake was van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, omdat deze toezegging herhaaldelijk werd gedaan met medeweten van leidinggevenden (in cc). Toch mocht de opdrachtgever hieruit niet afleiden dat de volledige app gratis zou worden afgerond. De toezegging zag slechts op specifieke aanvullende werkzaamheden (extra sprints) en niet op het gehele, bovendien gaandeweg veranderende, projectresultaat. Ook het beroep op tekortkomingen bij het onderhoud van de bestaande apps wordt verworpen. Daarbij weegt mee dat de opdrachtgever deze werkzaamheden zelf voortijdig had beëindigd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de ontwikkelaar hierin toerekenbaar tekort is geschoten. Alle vorderingen worden afgewezen en [eiser] wordt veroordeeld in de kosten.
4.20 Gelet op het voorgaande hield de toezegging van de Developer in dat DTT in ieder geval sprint 9, 10 en 11 niet in rekening zou brengen, en dat zij zou werken aan het lijstje dat in de e-mail van 29 januari 2024 stond. Uit de e-mails van de Developer kan dan ook niet redelijkerwijs de conclusie worden getrokken dat een vast resultaat is afgesproken of toegezegd, dus ook niet dat DTT de Flutter-app in “MVP-versie” zou opleveren of dat zij moest blijven werken aan een ongedefinieerd eindresultaat zonder daarvoor betaald te krijgen.