IT 3667

Geen onverschuldigde betaling voor ICT-werkzaamheden

Gerechtshof Den Haag 7 september 2021, IT 3667; ECLI:NL:GHDHA:2021:1720 (MR2 tegen Result XL) Deze zaak gaat over (terug)betalingsverplichtingen voor ICT aankopen en werkzaamheden van Result ten behoeve van MR2. MR2 is een onderneming die zich richt op het ontwikkelen en verkopen van overboekingssoftware en -applicaties. Result is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met consultancy, project- en programmamanagement en interim management op het gebied van ICT. Samen hebben zij een overeenkomst van opdracht gesloten. Hieruit volgde dat Result voor MR2 werkzaamheden zou verrichten. MR2 heeft Result gedagvaard omdat zij van mening is dat er € 20.000 onverschuldigd betaald is. Vlak na het overmaken van dit bedrag is in overleg besloten dat dit resultaat niet meer nodig was. Het hof oordeelt in dit arrest, net als de rechtbank, dat de € 20.000 niet onverschuldigd is betaald en dat Result niet hoeft terug te betalen. MR2 stelt dat er sprake was van een resultaatsverbintenis, waardoor Result pas de vergoeding zou ontvangen als bepaalde doelstellingen behaald waren. Het hof verwerpt deze stelling. In geen enkel stuk tussen partijen vastgelegd komt naar voren dat een resultaatsverbintenis beoogd was.

 6.2

    Het hof verwerpt deze stelling. Dat partijen een resultaatsverbintenis zijn overeengekomen, is in geen enkel stuk tussen partijen vastgelegd en het klopt niet met hetgeen MR2 óók heeft gesteld, namelijk dat was overeengekomen dat Result € 10.000,- (plus btw) per maand zou krijgen voor rond de 10 dagen werken per maand. Dit laatste strookt met de niet bestreden vastgestelde feiten en duidt op een inspanningsverbintenis en juist niet op een resultaatsverbintenis. Er zijn geen stukken waarin een deadline is genoemd of waaruit blijkt dat de gewerkte dagen alleen betaald zouden worden als er ‘bepaalde doelstellingen’ waren bereikt. Integendeel, MR2 heeft vanaf januari 2018 zeven keer maandelijks het afgesproken bedrag betaald en dat er zeven keer een bepaald resultaat was bereikt is nergens gesteld en nergens uit gebleken en is ook niet af te leiden uit de betalingen met de algemene omschrijving “IT services”.

    Over een mogelijke resultaats-afspraak heeft MR2 slechts gerept in de brief van 5 februari 2019, waarin (de gemachtigde van) MR2 schrijft dat partijen nog hebben afgesproken dat Result ervoor moest “zorgen dat bepaalde resultaten werden behaald, waarna hij betaald zou worden”. Echter, in deze brief staat erbij dat het om een aanvullende afspraak gaat die op 10 oktober 2018 (“10.10.2018”) is gemaakt. De facturen waarvan Result betaling vordert dateren van daarvóór (vóór 10 oktober 2018). Een stelling over een daarna pas gemaakte resultaats-afspraak kan MR2 dus niet baten. Hier komt bij dat MR2 haar stelling ook niet heeft onderbouwd tegenover de betwisting van Result.