IT 2771

Geen preventief verbod van tv-programma over oplichter

Rechtbank Amsterdam 2 mei 2019, IEF 18440, IT 2771; (X tegen RTL Nederland B.V.) Privacyrecht. RTL heeft aangekondigd in een tv-programma aandacht te zullen schenken aan de oplichtingspraktijken van eiser. Eiser vordert een verbod van 3 jaar de beelden openbaar te maken, en het staken van het uitzenden van ‘promo’s’. Dit komt neer op een preventieve censuur, dat enkel gegeven kan worden in uitzonderlijke omstandigheden, waarbij een afweging moet worden gemaakt tussen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van eiser en het belang van gedaagde bij het recht op vrijheid van meningsuiting. Nu er sprake is van goed onderzoek, en niet van lichtvaardige verdenkingen, het om een onderwerp van publiek belang gaat, en eiser in de beelden is geblurd, bestaat er geen grond voor een preventief verbod tot uitzending. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.4. Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat misdaadjournalist John van den Heuvel (van Simpel Media B.V.) al twee keer eerder in een televisieprogramma aandacht heeft besteed aan X; in 2012 in een aflevering van ‘Rechtgezet” en in 2017 in een aflevering van ‘Van den Heuvel haalt recht’. Verder is gebleken dat X in het verleden in ieder geval twee keer strafrechtelijk is veroordeeld voor oplichting. Gedaagden hebben aangevoerd dat zij opnieuw aandacht schenken aan X omdat nieuwe meldingen in 2018 erop wijzen dat X zijn oplichtingspraktijken na voornoemde veroordelingen gewoon heeft voortgezet, dit keer door middel van (de webshop van) zijn onderneming, Welke onderneming failliet is verklaard. Volgens gedaagde heeft John van den Heuvel het door hem verzamelde bewijsmateriaal aan de politie overhandigd die na eigen onderzoek en na maar liefst 167 aangiftes van gedupeerden in 2018 in 2019 opnieuw tot arrestatie van X is overgegaan.
Gelet op de voorgeschiedenis van X alsmede de aanwijzingen voor het opnieuw in de fout gaan van X na zijn veroordeling in 2017, waaronder een aanzienlijk aantal aangiftes in 2018, vindt naar het oordeel van de voorzieningenrechter de beschuldiging van oplichting voldoende steun in de feiten. Het beroep van eisers op de ‘onschuldpresumptie’ slaagt niet. De pers behoeft immers voor het signaleren van misstanden de beschuldiging niet wettig en overtuigend te bewijzen. Zij moet er wel op toezien dat zij niet overgaat tot het publiceren van lichtvaardige verdenkingen, maar daarvan is hier geen sprake. Ook de vraagtegens die eisers hebben geplaatst bij de zorgvuldigheid van het door John van den Heuvel verrichte onderzoek kunnen eisers niet baten. De verdenking is immers niet uitsluitend gebaseerd op het onderzoek van John van den Heuvel maar ook op het onderzoek dat door de politie zelf is verricht en heeft geleid tot de arrestatie van X. Dat het voorarrest van X inmiddels tot twee keer toe is verlengd, bevestigt bovendien dat hier niet van een lichtvaardige verdenking kan worden gesproken. Het door eisers in het geding gebrachte sepotbericht maakt de beoordeling op dit punt evenmin anders. Het  betreft immers een sepotbericht uit 2017 van een strafbaar feit gepleegd op 15 januari 2016, dat dus geen betrekking kan hebben op de 167 aangiftes uit 2018 en de arrestatie van X in 2019, waarop de uitzending met name ziet.

4.5. Daarnaast gaat het in de uitzending om ernstige feiten en is het onderwerp van publiek belang. Het gaat immers om omvangrijke en herhaalde oplichtingspraktijken, vooral via het internet, met vele gedupeerden, waarbij door X gebruik wordt gemaakt van zogenoemde kantvangers om zelf als oplichter buiten schot te blijven. Het publiek moet daarover geïnformeerd kunnen worden.

4.6. Verder hebben gedaagden ter zitting verklaard dat X in de uitzending door blurren onherkenbaar is gemaakt. Zelfs de beelden van X uit voorgaande uitzendingen waarin hij toen herkenbaar in beeld werd gebracht zijn nu geblurred. Volgens gedaagden wordt alleen in de leader van het programma kort een oude foto van X uit de Telegraaf getoond waarop hij is afgebeeld met een balkje voor zijn ogen. Gedaagden hebben hierover terecht naar voren gebracht dat dit voor verdachten een gebruikelijke en voldoende wijze van onherkenbaar maken is. Gedaagden hebben verder verklaard dat ook de twee gezinsleden van X die zeer kort in beeld zijn volledig onherkenbaar zijn gemaakt en dat ook de woning en het bedrijfspand van X zijn geblurred. Van het bedrijfspand en de daarin gevestigde bedrijven worden ook geen namen genoemd, aldus gedaagden.