Gepubliceerd op vrijdag 8 mei 2026
IT 5263
Rechtbank Rotterdam ||
9 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 9 mrt 2026, IT 5263; ECLI:NL:RBROT:2026:2915 ([verzoeker] tegen het College van B&W van Rotterdam), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-bij-verzoek-om-uitgebreide-avg-inzage

Geen spoedeisend belang bij verzoek om uitgebreide AVG-inzage

Rb. Rotterdam 9 maart 2026, IT 5263; ECLI:NL:RBROT:2026:2915 ([verzoeker] tegen het College van B&W van Rotterdam). De voorzieningenrechter heeft een verzoek om voorlopige voorziening afgewezen in een zaak over inzage in persoonsgegevens en een Wmo-dossier. [verzoeker] stelde dat hij met een informatieachterstand procedeerde in een hogerberoepsprocedure over zijn Ziektewet-uitkering en daarom spoedeisend belang had bij onmiddellijke verstrekking van aanvullende gegevens. 

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van spoed. Daarbij weegt mee dat nog geen zittingsdatum bekend was in de procedure bij de Centrale Raad van Beroep en dat de gevraagde maatregelen geen voorlopig karakter hadden. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat het inzagerecht onder de AVG niet bedoeld is voor het verkrijgen van een volledige reconstructie van alle handelingen, activiteiten en interventies. Ook is niet aannemelijk geworden dat het reeds verstrekte Wmo-dossier onvolledig was. Het verzoek wordt daarom afgewezen

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De procedure bij de Centrale Raad van Beroep kan nog lang duren. Niet gebleken is dat er al een zittingsdatum bekend is gemaakt. De maatregelen waar verzoeker om verzoekt, hebben overigens geen voorlopig karakter. De voorzieningenrechter overweegt verder nog het volgende. Voor zover het verzoek van 28 november 2025 is gebaseerd op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), is van belang dat het college met een besluit van 13 januari 2026 inzage heeft gegeven in over verzoeker verwerkte persoonsgegevens. Het lijkt hierbij mede te gaan om de persoonsgegevens waarop verzoeker doelt in zijn verzoek van 28 november 2025. Verzoeker wenst ook een gedetailleerd overzicht van alle uitgevoerde activiteiten en interventies en een volledige reconstructie van alle verrichte handelingen, maar daarvoor is het inzagerecht op grond van de AVG niet bedoeld. Voor zover verzoeker meent dat de op 18 december 2025 ontvangen kopie van zijn Wmo-dossier onvolledig is, oordeelt de voorzieningenrechter dat dit in deze procedure niet aannemelijk is geworden.