Gepubliceerd op vrijdag 3 april 2026
IT 5177
Rechtbank Oost-Brabant ||
18 mrt 2026
Rechtbank Oost-Brabant 18 mrt 2026, IT 5177; ECLI:NL:RBOBR:2026:1773 ([eiser] tegen Enexis), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-tekortkoming-van-netbeheerder-wegens-uitblijven-tijdige-verzwaring-van-elektriciteitsaansluiting-geen-bindende-oplevertoezegging-en-geen-overschrijding-van-een-redelijke-termijn

Geen tekortkoming van netbeheerder wegens uitblijven tijdige verzwaring van elektriciteitsaansluiting; geen bindende oplevertoezegging en geen overschrijding van een redelijke termijn

Rb. Oost-Brabant 18 maart 2026, IT 5177; ECLI:NL:RBOBR:2026:1773 ([eiser] tegen Enexis). In deze bodemzaak vorderde een taxibedrijf schadevergoeding van Enexis Netbeheer B.V. omdat de verzwaring van haar elektriciteitsaansluiting en de beschikbaarstelling van voldoende transportvermogen volgens haar te laat waren gerealiseerd voor de inzet van 50 elektrische bussen. Het taxibedrijf had op 31 januari 2023 een aanvraag gedaan voor wijziging van de bestaande aansluiting van 3x250 ampère naar een aansluiting van 1.750 kVA op haar terrein. Op 13 april 2023 ondertekende zij de offerte van Enexis. In die offerte stond als gewenste opleverdatum 3 juli 2023, maar ook dat de verwachte levertijd van 33 weken slechts een indicatie was, dat daaraan geen rechten konden worden ontleend en dat de levertijd langer zou worden indien eerst een netuitbreiding nodig was. Na een telefoongesprek bevestigde Enexis op 19 april 2023 per e-mail dat de voorkeursdatum van 3 juli 2023 niet haalbaar was, dat de datum “nu [was] gezet op week 2 van 2024” en dat voor realisatie van de aansluiting ook een netuitbreiding nodig was. Het taxibedrijf stelde dat Enexis daarmee had toegezegd, althans het gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt, dat de aansluiting in week 2 van 2024 gereed zou zijn, en dat zij in dat vertrouwen op 10 juli 2023 50 elektrische bussen had besteld. De rechtbank stelt echter vast dat eiseres haar oorspronkelijke beroep op overschrijding van de 18-wekentermijn van artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet 1998 tijdens de mondelinge behandeling had verlaten, gelet op het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 29 april 2025, waarin die termijn buiten toepassing is gelaten wegens strijd met artikel 47 Handvest. De zaak moest daarom worden beoordeeld op de gewijzigde grondslag dat Enexis onjuiste of misleidende informatie zou hebben verstrekt en de aansluiting niet binnen een redelijke termijn zou hebben gerealiseerd.

De rechtbank verwerpt die grondslag. Zij oordeelt dat uit de offerte, de ATO, de achtergrond van het telefoongesprek van 19 april 2023, de e-mail van die datum en de context waarbinnen Enexis als netbeheerder opereert niet volgt dat Enexis zich juridisch heeft willen binden aan een fatale opleverdatum in week 2 van 2024. Integendeel: uit de contractdocumentatie bleek juist dat de genoemde termijnen indicatief waren en dat een voorbehoud gold indien netuitbreiding noodzakelijk was. Ook uit de inhoud van het telefoongesprek en de e-mail kan volgens de rechtbank niet worden afgeleid dat een harde toezegging is gedaan; het ging slechts om een nadere planningsindicatie op basis van de toenmalige verwachtingen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat Enexis als netbeheerder een publieke, wettelijk gereguleerde taak vervult en binnen die kaders redelijke keuzes moet maken over netuitbreidingen en werkzaamheden, terwijl de bredere context van netcongestie tot vertragingen leidt die niet zonder meer aan Enexis kunnen worden toegerekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Enexis in dit geval voldoende duidelijk gecommuniceerd dat oplevering pas mogelijk zou zijn na afronding van de noodzakelijke netuitbreiding. De verzwaarde aansluiting is uiteindelijk op 26 april 2024 gerealiseerd; op 14 juni 2024 kwam na afronding van de eerste netuitbreiding 1.300 kW transportvermogen beschikbaar, wat volgens de rechtbank voldoende was voor eiseres, en na een tweede netuitbreiding in week 39 van 2025 werd het aangevraagde vermogen van 1.750 kW volledig beschikbaar. Omdat geen toerekenbare tekortkoming van Enexis is komen vast te staan, wijst de rechtbank de vordering tot betaling van € 526.805,46 aan schadevergoeding, de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de rente af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 14.241, te vermeerderen met € 92 en de kosten van betekening indien niet tijdig aan de proceskostenveroordeling wordt voldaan.

4.13.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eiser] er na het telefoongesprek van 19 april 2023 en de mail van die dag enkel vanuit mocht gaan dat de werkzaamheden voor haar aansluiting door Enexis gepland stonden in week 2 van 2024. [eiser] mocht er redelijkerwijs niet vanuit gaan dat Enexis zich ertoe had verbonden de aansluiting op die datum te realiseren. Uit de contractsdocumentatie bleek immers dat de door Enexis gegeven levertijden slechts indicatief waren, en de verklaringen van de heren [A] en [B] , over wat zij op 19 april 2023 bespraken, geven geen aanknopingspunten om te oordelen dat dat in dit geval anders was. Voor bewijslevering op dit punt ziet de rechtbank dan ook geen ruimte.

4.14.

De rechtbank betrekt bij al het voorgaande twee meer algemene achtergronden, die van belang zijn, gelet op de maatschappelijke kringen waartoe partijen behoren, en daarom in acht moeten worden genomen bij de uitleg van de overeenkomst.

(1) De publieke, wettelijk geregelde taak van Enexis speelt een belangrijke rol bij de invulling van wat partijen in de context redelijkerwijs uit elkaars uitlatingen mogen afleiden en van elkaar mogen verwachten. Deze publieke taak houdt in dat alle aangeslotenen kosten betalen aan Enexis en dat Enexis met dat geld onder meer waar nodig zorgt voor netuitbreidingen. Enexis moet haar taak uitvoeren binnen de wettelijke kaders. Zij mag bijvoorbeeld niet op zichzelf beslissen (a) zoveel nieuwe medewerkers in dienst te nemen, zoveel onderdelen in te kopen en zoveel nieuwe opdrachten aan aannemers te gunnen, dat zij veel sneller netuitbreidingen kan opleveren, en (b) de (hoge) kosten hiervan om te slaan over de aangeslotenen. De gedachte in de wet is dat een balans moet worden bereikt tussen daadkracht en kosten. Het is belangrijk dat [eiser] dus de kosten van de netuitbreiding hier niet zelf draagt, anders dan de kosten die aan haar als aangeslotene in rekening worden gebracht. [eiser] heeft een positie die in enige mate vergelijkbaar is met de positie van een patiënt in de zorg: de patiënt wil aandringen op een spoedige behandeling, maar betaalt de kosten ervan niet (anders dan de premie van de zorgpolis en een eventuele eigen bijdrage) en zal binnen ruime grenzen genoegen moeten nemen met gemotiveerde beslissingen van de medici wat betreft prioriteiten en wachtlijsten. Dat volgt ook bij de zorg uit de wettelijke context waarin de kosten worden gedragen door grote groepen samen, niet door de patiënt alleen.

(2) Het stroomnet in Nederland staat al geruime tijd onder grote druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren sterk toeneemt. Deze druk vertaalt zich in vertragingen bij de netbeheerders zoals Enexis, die de gevraagde werkzaamheden – binnen de wettelijke kaders – niet snel kunnen uitvoeren. Het is niet zozeer aan de netbeheerders, maar aan de (politieke) instituties van de (centrale) overheid om met oplossingen te komen, omdat deze oplossingen nauw samenhangen met de vraag wie het gaat betalen (aangeslotenen, rijksbelastingbetalers, lokale of regionale belastingbetalers, of anderen?).

4.15.

Bij deze stand van zaken moet Enexis redelijke keuzes maken over netuitbreidingen en werkzaamheden en duidelijk communiceren over haar planning en de voortgang. De rechtbank is van oordeel dat Enexis dit hier goed heeft gedaan, en dat [eiser] uit de uitlatingen van Enexis redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat daarbij steeds het voorbehoud door Enexis werd gemaakt dat oplevering pas zou kunnen plaatsvinden als de noodzakelijke netuitbreiding gereed zou zijn.

4.16.

Het voorgaande brengt met zich dat het door [eiser] gevorderde door de rechtbank zal worden afgewezen.