IT 2646

Gezamenlijke actie ontevreden klanten Alert Life Sciences Computing niet onrechtmatig

Rechtbank Oost-Brabant 3 oktober 2018, IT 2646; ECLI:NL:RBOBR:2018:4790 (Alert Life Sciences Computing) Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2016:3387. Alert Life Sciences Computing Portugal (hierna: Alert PT) houdt zich bezig met het ontwikkelen, leveren en onderhouden van software ten behoeve van de gezondheidszorg. Voor ziekenhuizen biedt zij onder de naam “Alert® PFH” een integraal ICT-systeem bestaande uit een ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS) en een elektronisch patiëntendossier van de derde generatie (EPD) aan. Met dit ICT-systeem worden alle zorgprocessen gedigitaliseerd en ontstaat uiteindelijk een papierloze omgeving (‘paper free hospital’). Alert PT besloot zich tot de Nederlandse markt te richten. Alert sloot raamovereenkomsten met JBZ, Bernhoven, Atrium, ZANOB en TSZ. Alert verwijt de ziekenhuizen dat zij gezamenlijk en individueel onrechtmatig hebben gehandeld door een gezamenlijk front jegens Alert te vormen in een cruciale fase van de projecten. Alert meent dat de ziekenhuizen met hun handelen de grenzen van de betamelijkheid hebben overschreden door verscheidenene handelingen. De rechtbank stelt voorop dat ontevreden klanten van een bepaalde leverancier, die hun krachten bundelen en gezamenlijk actie tegen die leverancier ondernemen, daarmee in beginsel nog niet onrechtmatig jegens die leverancier handelen.

3.4. Alert verwijt de ziekenhuizen dat zij gezamenlijk en individueel onrechtmatig hebben gehandeld door vanaf juli 2010 althans maart 2011 een gezamenlijk front jegens Alert te vormen in een cruciale fase van de projecten. Alert meent dat de ziekenhuizen met hun handelen de grenzen van de betamelijkheid hebben overschreden door (zoals samengevat in de nadere conclusie van Alert):
a) samen te werken, terwijl de ziekenhuizen zich ervan bewust waren dat zij zich ten opzichte van Alert in een overwichtsituatie bevonden;
b) in een cruciale fase van de oplevering ervoor te kiezen een gezamenlijk front jegens Alert te vormen;
c) het bewerkstellingen van en/of vragen om vertragingen van de projecten, zonder te willen praten over de directe financiële consequenties van de vertragingen voor Alert en kort na elkaar de betalingen op te schorten en bankgaranties te trekken, wetende dat zij Alert daarmee geheel financieel droog zouden leggen en wetende dat Alert grote investeringen had gedaan in de Nederlandse markt, die geheel door hen werd vertegenwoordigd;
d) gezamenlijk eenzijdige en onredelijke eisen door te drukken, waaronder de ziekenhuizen de projecten wilden continueren
e) samen te werken, zonder dat ieder van hen zich volledig rekenschap heeft gegeven van zijn eigen rechtspositie; het rapport van Ernst & Young was volgens de ziekenhuizen niet aan een ieder bekend, maar het verdere beleid van die ziekenhuizen is daar wel op gebaseerd;
f) te dreigen met de pers door te ontbinden, en daadwerkelijk uitlatingen te doen richting de pers.

3.7. De rechtbank stelt voorop dat ontevreden klanten van een bepaalde leverancier, die hun krachten bundelen en gezamenlijk actie tegen die leverancier ondernemen, daarmee in beginsel nog niet onrechtmatig jegens die leverancier handelen. Een dergelijke gezamenlijke actie kan wel als onrechtmatig worden aangemerkt, indien de inhoud van de actie gelet op de aard van de actie en alle overige omstandigheden van het geval de grenzen van het betamelijke overschrijdt.

10.1. Het verwijt van Alert over het individueel dan wel gezamenlijk onrechtmatig handelen door de ziekenhuizen vanwege hun samenwerking wordt verworpen (r.o. 3.33), zodat de daarop gebaseerde vorderingen van Alert zullen worden afgewezen.