Overige onderwerpen

IT 2825

ING verplicht BKR-registratie te verwijderen

Rechtbank 7 jun 2019, IT 2825; ECLI:NL:RBAMS:2019:4363 (Eiser tegen ING), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ing-verplicht-bkr-registratie-te-verwijderen

Rechtbank Amsterdam 7 juni 2019, IT&R 2825; ECLI:NL:RBAMS:2019:4363 (eiser tegen ING) BKR-registratie. Eiser heeft een borgtochtovereenkomst gesloten met ING en heeft zich voor een bepaald bedrag borg gesteld voor een krediet dat ING heeft verstrekt. De overeenkomst is door ING beëndigd en heeft de eiser in het informatiesysteem van BKR geregistreerd. Na onderlinge regeling is het bedrag betaald door eiser. Eiser heeft geprobeerd een woning te kopen, maar de hypotheek werd afgewezen vanwege de BKR-registratie van ING. Eiser vordert de registratie te verwijderen. ING voert aan dat de koop van een woning geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan de BKR-registratie moet worden verwijderden en dat de belangen van eiser niet zwaarder wegen dan het belang van de registratie. De verwijdering van de BKR-registratie wordt toegewezen.

IT 2742

Toezichthouder mag bekend maken dat loterij Curaçao illegaal is

Overige instanties 5 apr 2019, IT 2742; ECLI:NL:OGEAC:2019:66 (DGC tegen GCB), http://www.itenrecht.nl/artikelen/toezichthouder-mag-bekend-maken-dat-loterij-cura-ao-illegaal-is

Ktr. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 5 april 2019 ECLI:NL:OGEAC:2019:66 (DGC tegen GCB). Eiseres is een stichting die volgens de statuten een bijdrage wil leveren aan de Curaçaose jeugd. Eiseres heeft een loterij georganiseerd waarbij een huis gewonnen kan worden. Gedaagde, stichting GCB, is toezichthouder gokwezen en stelt dat de loterij vergunningsplichtig is. Gedaagde heeft eiseres gevraagd alsnog een aanvraagformulier in te vullen voor het verkrijgen van een vergunning. Gedaagde heeft daarbij aangekondigd dat, indien eiseres daartoe niet overgaat en de loterij doorzet, gedaagde zal overgaan tot onder meer bekendmaking aan het publiek dat een vergunning voor de loterij ontbreekt.Toezichthouder GCB mag dit publiekelijk bekend maken.

IT 2694

Actieve rol Facebook bij advertenties leidt tot verwachting waken inbreuk IE-rechten PHV

Rechtbank 21 dec 2018, IT 2694; ECLI:NL:RBAMS:2018:9362 (PVH c.s. tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/actieve-rol-facebook-bij-advertenties-leidt-tot-verwachting-waken-inbreuk-ie-rechten-phv

Vzr. Rechtbank Amsterdam 21 december 2018, IEF 18172; RB 3273; IT 2694; ECLI:NL:RBAMS:2018:9362 (PVH c.s. tegen Facebook) Merkenrecht. Auteursrecht. Tommy Hilfiger Europe (onderdeel PVH) heeft met Facebook een advertentieovereenkomst gesloten voor het merk Tommy Hilfiger op de platforms van Facebook. Tommy Hilfiger Licensing (onderdeel PVH) heeft o.a. het Benelux woordmerk TOMMY HILFIGER laten registreren. PVH heeft afbeeldingen in het geding gebracht van een aantal advertenties aangetroffen op Facebook en Instagram voor kleding en schoeisel met de naam "Tommy Hilfiger", die niet van haar afkomstig zijn. Facebook heeft deze verwijderd. PVH heeft Facebook verzocht om gegevens aan haar te verstrekken van de adverteerders die advertenties hebben geplaatst waarmee inbreuk werd gemaakt. Merkinbreuk Benelux-woordmerk Tommy Hilfiger door stelselmatig verschijnen advertenties die niet verwezen naar producten van PVH. Facebook kan geen beroep doen op vrijwaringsbepaling art. 6:196c BW: door controle van Facebook op advertenties, vastgelegd in het advertentiebeleid, bepaalt zij mede de inhoud en speelt zij dus een actieve rol. Van Facebook wordt verwacht dat zij passende maatregelen treft om stelselmatige inbreuken op IE-rechten van derden zoals PVH te voorkomen. Facebook niet zelf de inbreukmaker. Maatregelen Facebook onvoldoende effectief door telkens opduiken gewraakte advertenties. Privacybelangen staan niet in de weg van verstrekking gegevens: het gaat om adverteerders die bedrijfsmatig inbreukmakende artikelen aanbieden. Het beschikken over de gevraagde (persoons-)gegevens is voor PVH noodzakelijk om hiertegen te kunnen optreden. Vorderingen gedeeltelijk toegewezen.

IT 2667

ACM neemt codevoorstel dataveiligheid NEDU en Netbeheer Nederland over

Via ACM. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een besluit genomen over het codevoorstel van NEDU en Netbeheer Nederland over dataveiligheid. Het codebesluit wijzigt de Informatiecode elektriciteit en gas, de Begrippencode elektriciteit en de Begrippencode gas. De ACM neemt het codevoorstel van de indieners over. Netbeheerders, leveranciers en programmaverantwoordelijken moeten onderling gegevens uitwisselen. Het codebesluit legt vast hoe deze (persoons)gegevens beter moeten worden beschermd tegen onbevoegde toegang.

IT 2663

Uitzending Top 40 door Radio 538 via DAB+ niet toegestaan vanwege afhakende luisteraars

Rechtbank 26 okt 2018, IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitzending-top-40-door-radio-538-via-dab-niet-toegestaan-vanwege-afhakende-luisteraars

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 26 oktober 2018, IEF 18064; IT 2663; ECLI:NL:RBAMS:2018:7644 (Top 40 tegen Radio 538) Contractenrecht. Mediarecht. Stichting de Nederlandse Top 40 (‘de Stichting’) en Radio 538 werken al meer dan 25 jaar samen ten behoeve van het radioprogramma Top 40. In dit verband zijn steeds licentieovereenkomsten gesloten. De laatste overeenkomst loopt af op 31 december 2018. Uitzending van de Top 40 vindt al gedurende 25 jaar plaats middels het landelijke FM zendernetwerk van Radio 538. Na diverse onderhandelingen tussen partijen over een mogelijke voortzetting van de licentieovereenkomst, publiceert Radio 538 op maandag 24 september 2018 een persbericht. Hierin kondigt zij aan met een eigen, vernieuwde hitlijst (de 538TOP50) te zullen komen, die vanaf november 2018 op het vertrouwde tijdstip van 14.00 tot 18.00 te horen zal zijn. Radio 538 kondigt aan de Top 40 te verplaatsen naar het DAB+ kanaal en het online kanaal van Radio 538. Daarnaast speelt ook de samenstelling van de Top 40 mee bij deze beslissing, zo stelt Radio 538 in het persbericht: “Door de veranderingen in de markt en de wijze waarop muziek wordt geconsumeerd, wil de zender de samenstelling van de lijst veranderen. De recente gesprekken met de Stichting Nederlandse Top 40 leidden niet tot een akkoord. De vernieuwing is nodig omdat streamingcijfers onnauwkeurig zijn als het gaat om de waardering”.

IT 2658

Tuchtrechter: Dreiging met aangifte van laster door advocaat niet onbegrijpelijk na "onnozele onzin"

Overige instanties 3 okt 2018, IT 2658; (Beloning juridisch medewerker), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tuchtrechter-dreiging-met-aangifte-van-laster-door-advocaat-niet-onbegrijpelijk-na-onnozele-onzin

Vz. Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 3 oktober 2018, IEF 18042; IT 2658; zaak 18-577 (Beloning juridisch medewerker) Tuchtrecht. Mediarecht. Na enkele weken werken als juridisch medewerker bij verweerder, heeft klager van hem te horen gekregen dat hij niet meer op het kantoor van verweerder hoefde te komen. Klager heeft voor de door hem verrichte werkzaamheden geen beloning ontvangen. Verweerder heeft in kort geding over een negatieve uitlating op social media door klager aangegeven bereid te zijn alsnog een vergoeding te geven aan klager. Dit staat niet in het dictum en dit is hij niet nagekomen. Klager heeft meerdere malen per e-mail verzocht dit alsnog te doen, maar verweerder heeft gedreigd aangifte te doen van laster indien klager hem alsnog met  "deze onnozele onzin" benadert. De klacht houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in art. 46 Advocatenwet door het niet nakomen van de rechterlijke uitspraak en het op onnodig grievende wijze dreigen met het doen van aangifte tot laster. Of er sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging van de verweerder, is een vraag waarover de civiele rechter oordeelt. Het is niet onbegrijpelijk dat verweerder na het zoveelste verzoek op voornoemde wijze reageert. Het verwijt dat verweerder in zijn e-mail heeft gedreigd met het doen van aangifte is evenmin (onnodig) grievend. Klager heeft zich in de tussentijd kennelijk niet willen wenden tot de civiele rechter voor nakoming. De klachten zijn ongegrond.

IT 2650

Bestuursorgaan moet zorgdragen voor inzichtelijkheid en controleerbaarheid na besluit door algoritme

Hoge Raad 17 aug 2018, IT 2650; ECLI:NL:HR:2018:1316 (Belanghebbende tegen heffingsambtenaar Waalwijk), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bestuursorgaan-moet-zorgdragen-voor-inzichtelijkheid-en-controleerbaarheid-na-besluit-door-algoritme

HR 17 augustus 2018, IT 2650; ECLI:NL:HR:2018:1316 (Belanghebbende tegen heffingsambtenaar Waalwijk)  Algoritmes. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de bij beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak en heeft in het kader van de hoorprocedure gevraagd om de grondstaffels. De heffingsambtenaar heeft deze pas in hoger beroep bij het Hof overgelegd. Het middel richt zich tegen het oordeel van het Hof dat de grondstaffels op de zaak betrekking hebbende stukken zijn die de heffingsambtenaar in de bezwaarfase ter inzage had moeten leggen. Het middel betoogt dat het Hof daarbij ten onrechte ervan is uitgegaan dat de grondstaffels zijn neergelegd in een schriftelijk stuk. Het middel betoogt verder dat het in de bezwaarfase technisch niet mogelijk was de grondstaffels te herleiden uit het door de heffingsambtenaar gehanteerde softwareprogramma. Het middel faalt. Een stuk in de zin van artikel 7:2 lid 2 Awb heeft niet alleen maar betrekking op gegevens in papieren vorm. Terecht betoogt het middel dat de voorgenoemde verplichting zich niet kan uitstrekken tot informatie die het bestuursorgaan zelf niet kan raadplegen. Indien een besluit echter resultaat is van een geautomatiseerd proces en de belanghebbende de juistheid daarvan wil controleren en betwisten, dan moet het bestuursorgaan zorgdragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van de keuzes, aannames en gegevens. De grondstaffels zijn resultaat van hiervoor genoemde keuzes en daarom had de ambtenaar zorg moeten dragen voor de inzichtelijkheid. Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

IT 2646

Gezamenlijke actie ontevreden klanten Alert Life Sciences Computing niet onrechtmatig

Rechtbank 3 okt 2018, IT 2646; ECLI:NL:RBOBR:2018:4790 (Alert Life Sciences Computing), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gezamenlijke-actie-ontevreden-klanten-alert-life-sciences-computing-niet-onrechtmatig

Rechtbank Oost-Brabant 3 oktober 2018, IT 2646; ECLI:NL:RBOBR:2018:4790 (Alert Life Sciences Computing) Vervolg op ECLI:NL:RBOBR:2016:3387. Alert Life Sciences Computing Portugal (hierna: Alert PT) houdt zich bezig met het ontwikkelen, leveren en onderhouden van software ten behoeve van de gezondheidszorg. Voor ziekenhuizen biedt zij onder de naam “Alert® PFH” een integraal ICT-systeem bestaande uit een ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS) en een elektronisch patiëntendossier van de derde generatie (EPD) aan. Met dit ICT-systeem worden alle zorgprocessen gedigitaliseerd en ontstaat uiteindelijk een papierloze omgeving (‘paper free hospital’). Alert PT besloot zich tot de Nederlandse markt te richten. Alert sloot raamovereenkomsten met JBZ, Bernhoven, Atrium, ZANOB en TSZ. Alert verwijt de ziekenhuizen dat zij gezamenlijk en individueel onrechtmatig hebben gehandeld door een gezamenlijk front jegens Alert te vormen in een cruciale fase van de projecten. Alert meent dat de ziekenhuizen met hun handelen de grenzen van de betamelijkheid hebben overschreden door verscheidenene handelingen. De rechtbank stelt voorop dat ontevreden klanten van een bepaalde leverancier, die hun krachten bundelen en gezamenlijk actie tegen die leverancier ondernemen, daarmee in beginsel nog niet onrechtmatig jegens die leverancier handelen.