DOSSIERS
Alle dossiers

Overige onderwerpen  

IT 5462

Vertrouwelijkheidsregime voor bedrijfsgevoelige stukken van Google in WAMCA-procedure

Rechtbank Amsterdam 3 jun 2026,, IT 5462; ECLI:NL:RBAMS:2026:7760 (Stichting App Stores Claims tegen Google c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vertrouwelijkheidsregime-voor-bedrijfsgevoelige-stukken-van-google-in-wamca-procedure

Rb. Amsterdam 3 juni 2026, IT 5462; ECLI:NL:RBAMS:2026:7760 (Stichting App Stores Claims tegen Google c.s.). In deze zaak beslist de rechtbank in een WAMCA-procedure over het vertrouwelijkheidsregime voor stukken die Google c.s. in het kader van haar verweer aan Stichting App Stores Claims (ASC) ter beschikking moet stellen. Google had delen van haar conclusie van antwoord en producties zwartgemaakt omdat deze volgens haar vertrouwelijke informatie bevatten. Partijen waren het erover eens dat voor bepaalde informatie een vertrouwelijkheidsregime kon gelden, maar konden geen overeenstemming bereiken over de voorwaarden daarvan. De rechtbank stelt daarom voorlopig, op grond van art. 28 lid 1 onder b en art. 22a lid 3 Rv en naar analogie van art. 1019ib Rv, een vertrouwelijkheidsregime vast. Google mag de betrokken rapporten, onderliggende informatie, getuigenverhoren en commerciële overeenkomsten onderbrengen in twee digitale datarooms: ‘Confidential’ en ‘Highly Confidential’. De eerste is toegankelijk voor advocaten, vertegenwoordigers van ASC en door ASC ingeschakelde deskundigen; de tweede uitsluitend voor advocaten en externe deskundigen. Personen met toegang mogen niet verbonden zijn aan de procesfinancier van ASC.

IT 5448

Google motiveert permanente Google Ads-schorsing onvoldoende, maar hoeft account EazeGames niet te heractiveren

Gerechtshof Amsterdam 21 jul 2026,, IT 5448; ECLI:NL:GHAMS:2026:1981 (EazeGames tegen Google), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/google-motiveert-permanente-google-ads-schorsing-onvoldoende-maar-hoeft-account-eazegames-niet-te-heractiveren

Hof Amsterdam 21 juli 2026, RB 4102; IT 5448; ECLI:NL:GHAMS:2026:1981 (EazeGames tegen Google). EazeGames exploiteert een online platform waarop onder meer Bingo, Solitaire en 21 worden aangeboden en adverteert daarvoor sinds 2017 via Google Ads. EazeGames beschikt niet over het door Google voor bepaalde kansspeladvertenties vereiste certificaat. Nadat Google in de loop der jaren 188 advertenties heeft geweigerd, schorst zij het Google Ads-account van EazeGames op 20 december 2024 permanent wegens overtreding van haar beleid tegen het omzeilen van systemen. EazeGames maakt herhaaldelijk bezwaar en legt het geschil vervolgens voor aan ADROIT, een gecertificeerd buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsorgaan in de zin van de DSA. ADROIT beveelt in juni 2025 heractivering aan en acht de schorsing onder meer onvoldoende gemotiveerd en disproportioneel. Google volgt die aanbeveling niet. Het hof oordeelt dat Google contractueel weliswaar een ruime bevoegdheid en beoordelingsvrijheid heeft om Google Ads-accounts op te schorten, maar dat een permanente schorsing vanwege haar verstrekkende karakter proportioneel moet zijn en deugdelijk moet worden gemotiveerd. Daarnaast is art. 17 DSA op de schorsing van toepassing. Google moet daarom duidelijk, specifiek en zo nauwkeurig als redelijkerwijs mogelijk uiteenzetten waarom de maatregel is genomen, zodat EazeGames haar beschikbare verhaalmogelijkheden daadwerkelijk kan benutten. Aan die eisen voldoet de schorsingsmededeling niet: Google verwijst hoofdzakelijk naar het algemeen geformuleerde Omzeilingsbeleid zonder te concretiseren welke overtredingen EazeGames heeft begaan en waarom permanente schorsing in dit specifieke geval gerechtvaardigd is. Ook de nadere toelichting tijdens de procedure over onder meer mogelijke cloaking, een ander account en het grote aantal geweigerde advertenties acht het hof onvoldoende concreet. Het beroep van EazeGames op art. 16 DSA slaagt daarentegen niet, omdat dat artikel ziet op maatregelen naar aanleiding van een melding en niet op een maatregel die een dienstaanbieder, zoals hier, uit eigen beweging neemt.

IT 5444

Opzettelijke misleiding bij letselschadeclaim rechtvaardigt registratie in waarschuwingsregisters

Rechtbank Den Haag 3 jun 2026,, IT 5444; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzettelijke-misleiding-bij-letselschadeclaim-rechtvaardigt-registratie-in-waarschuwingsregisters

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IT 5444; LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra). In deze zaak vordert [eiseres] onder meer aanvullende schadevergoeding naar aanleiding van een verkeersongeval in 2019 en verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Ohra, onderdeel van Nationale-Nederlanden, had aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en € 10.000 aan voorschotten betaald, maar ontdekte later dat [eiseres] een eerder verkeersongeval uit 2016 en de daaruit voortvloeiende, grotendeels vergelijkbare nek-, rug-, hoofd- en concentratieklachten niet had gemeld. Voor dat eerdere ongeval had zij in 2019 met een andere verzekeraar een vaststellingsovereenkomst van € 36.000 gesloten. Ohra kwalificeerde het achterhouden van deze medische voorgeschiedenis als fraude, beëindigde de schadeafwikkeling en registreerde [eiseres] in de genoemde waarschuwingsregisters.

IT 5421

Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken

Rechtbank Rotterdam 11 aug 2026,, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-van-chatgpt-kan-vertrouwelijkheid-van-verschoningsgerechtigde-informatie-doorbreken

Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.

IT 5374

Definitieve richtsnoeren artikel 50 AI-verordening (transparantie): dit zijn de 9 belangrijkste wijzigingen


Op 20 juli 2026 heeft de Europese Commissie de definitieve richtsnoeren over de transparantieverplichtingen van artikel 50 AI-verordening gepubliceerd. Deze verplichtingen zijn vanaf 2 augustus 2026 van toepassing op aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van verschillende soorten AI-systemen.

We publiceerden eerder deze maand al een volledige bespreking van alle verplichtingen uit artikel 50, met inachtneming van de concept-richtsnoeren en de bijbehorende praktijkcode. Deze bespreking is aan de hand van de definitieve richtsnoeren geactualiseerd. Zij biedt organisaties de benodigde handvatten om vanaf 2 augustus aan de nieuwe transparantieverplichtingen te voldoen.

In dit artikel richten we ons uitsluitend op de negen belangrijkste wijzigingen die in de definitieve richtsnoeren zijn aangebracht ten opzichte van de eerdere conceptversie. Deze wijzigingen variëren van lichte aanscherpingen tot geheel nieuwe interpretaties (!). Zij worden hierna achtereenvolgens besproken.

IT 5358

Ontslag van bij strafrechtelijk onderzoek betrokken directielid niet toerekenbaar aan adviseurs

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ontslag-van-bij-strafrechtelijk-onderzoek-betrokken-directielid-niet-toerekenbaar-aan-adviseurs

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Amsterdam dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de vennootschappen van zijn communicatieadviseur en advocaat jegens hem toerekenbaar zijn tekortgeschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld bij hun advisering over het commentaar dat hij aan een journalist van het FD heeft gegeven. Voor de vorderingen tegen de communicatieadviseur en advocaat persoonlijk geldt dat geen persoonlijk ernstig verwijt is komen vast te staan. [eiser] was directielid bij [bedrijf] en werd vanaf 2021 verdacht van het mededelen van en handelen met voorwetenschap. Het strafrechtelijk onderzoek naar hem eindigde in een transactie met het Openbaar Ministerie. Nadat een journalist van het FD hem in dat verband om wederhoor vroeg voor een artikel, schakelde [eiser] de vennootschappen van een communicatieadviseur en een advocaat in om hem te adviseren over de vraag of, en zo ja welk, commentaar hij aan de journalist moest geven. In het uiteindelijk aan de journalist gegeven commentaar stond onder meer dat geen sprake was van het bewust delen of gebruiken van verboden informatie, maar dat een familielid zonder medeweten van [eiser] had gehandeld op basis van een onschuldig bedoeld gesprek. Die passage werd overgenomen in het FD-artikel. Kort daarna werd [eiser] door [bedrijf] op non-actief gesteld en later op staande voet ontslagen. Volgens [eiser] kon de passage worden opgevat als een bekentenis dat hij voorwetenschap had gedeeld. Hij stelt dat hij ondeugdelijk is geadviseerd en dat de bewuste passage heeft bijgedragen aan zijn ontslag. Hij vordert schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5337

Aanhouding journaliste door de Politie bij verboden demonstratie blijkt onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 10 jun 2026,, IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 (([eiseres] tegen de Politie)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/aanhouding-journaliste-door-de-politie-bij-verboden-demonstratie-blijkt-onrechtmatig

Rb. Den Haag 10 juni 2026, IEF 23724; IT 5337; ECLI:NL:RBDHA:2026:15512 ([eiseres] tegen de Politie). In deze zaak oordeelt de rechtbank Den Haag dat de aanhouding van [eiseres], een journaliste die aanwezig was bij een verboden demonstratie op de Dam op 10 november 2024, en haar daaropvolgende vrijheidsbeneming van ongeveer negen uur onrechtmatig waren. Als achtergrond geldt dat de burgemeester van Amsterdam kort vóór die datum een noodverordening had uitgevaardigd in verband met ongeregeldheden rond de voetbalwedstrijd Ajax tegen Maccabi Tel Aviv, op grond waarvan een demonstratieverbod gold. Twee dagen later vond op de Dam toch een demonstratie plaats. [eiseres] was daar aanwezig om journalistiek verslag te doen en maakte met haar telefoon video-opnames. Zij werd door de Politie aangehouden op verdenking van deelname aan de verboden demonstratie en vervolgens geboeid overgebracht naar het politiebureau, waar zij gedurende circa negen uur werd vastgehouden. Strafvervolging is nadien uitgebleven. [eiseres] stelt dat zij niet als demonstrant, maar uitsluitend als journaliste aanwezig was. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht dat haar aanhouding en vrijheidsbeneming onrechtmatig waren, alsmede rectificatie van mededelingen die de Politie na de aanhouding onder meer aan NRC heeft gedaan. Volgens de Politie nam [eiseres] wel deel aan de demonstratie, stond zij tussen demonstranten, scandeerde zij leuzen en was voor de Politie niet kenbaar dat zij als journaliste werkte. De Politie voert verder aan dat [eiseres] haar perskaart niet zichtbaar droeg en zich pas laat als pers zou hebben geïdentificeerd.

IT 5324

Illegaal online kansspelaanbod onrechtmatig jegens TOTO

Rechtbank Den Haag 17 jun 2026,, IT 5324; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 ((TOTO tegen DECC c.s.)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/illegaal-online-kansspelaanbod-onrechtmatig-jegens-toto

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5324; RB 4034; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 (TOTO tegen DECC c.s.). De rechtbank Den Haag oordeelt in een geschil tussen TOTO en meerdere gedaagden over het online aanbieden van kansspelen via Lala.bet. TOTO stelt dat zonder vergunning van de Kansspelautoriteit online kansspelen zijn aangeboden aan Nederlandse spelers, terwijl zij zelf als vergunninghoudende aanbieder actief is op de gereguleerde Nederlandse kansspelmarkt. De rechtbank acht de vorderingen tegen [gedaagde sub 4], SkyGrow en [gedaagde sub 6] op dit punt toewijsbaar. Zij worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die TOTO als gevolg van het illegale kansspelaanbod heeft geleden, nader op te maken bij staat. Ook worden zij veroordeeld tot het staken en gestaakt houden van het aanbieden of faciliteren van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning, op straffe van een dwangsom. De schade wordt in deze procedure nog niet begroot, omdat de omvang daarvan en de precieze financiële gevolgen in een afzonderlijke schadestaatprocedure moeten worden vastgesteld.

IT 5334

HvJ EU: gezamenlijke overheidscontrole volstaat voor kwalificatie als overheidsonderneming onder open data-richtlijn

HvJ EU 2 jul 2026,, IT 5334; ECLI:EU:C:2026:499 (Vodovody a kanalizace Přerov a.s. tegen Úřad pro ochranu osobních údajů), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-gezamenlijke-overheidscontrole-volstaat-voor-kwalificatie-als-overheidsonderneming-onder-open-data-richtlijn

HvJ EU 18 juni 2026, IT 5334; ECLI:EU:C:2026:499 (Vodovody a kanalizace Přerov a.s. tegen Úřad pro ochranu osobních údajů). In deze prejudiciële procedure tussen Vodovody a kanalizace Přerov a.s. en de Tsjechische Úřad pro ochranu osobních údajů staat de vraag centraal wanneer een onderneming als "overheidsonderneming" in de zin van de richtlijn inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie moet worden aangemerkt. Meer in het bijzonder verduidelijkt het Hof van Justitie of meerdere openbare lichamen gezamenlijk een overheersende invloed kunnen uitoefenen en of daarvoor vereist is dat zij onderling afstemmen of gemeenschappelijke belangen nastreven. Aanleiding voor het geschil vormt een verzoek om inzage in de vergadernotulen van de bestuursorganen van Vodovody a kanalizace Přerov, een Tsjechische vennootschap die actief is op het gebied van drinkwatervoorziening en waterzuivering. De onderneming is vrijwel volledig in handen van verschillende Tsjechische steden en gemeenten, maar geen van deze aandeelhouders bezit zelfstandig een meerderheidsbelang. Nadat de onderneming het informatieverzoek had afgewezen omdat zij zichzelf niet als "overheidsonderneming" beschouwde, oordeelde de Tsjechische toezichthouder dat zij het verzoek alsnog overeenkomstig de nationale informatievrijheidswet moest behandelen. De verwijzende rechter vraagt vervolgens het Hof hoe het begrip "overheidsonderneming" uit artikel 2, punt 3, van Richtlijn 2019/1024 moet worden uitgelegd. Voordat het Hof de inhoudelijke vragen beantwoordt, gaat het eerst in op zijn bevoegdheid. Hoewel het hoofdgeding betrekking heeft op een verzoek om toegang tot documenten en niet op het hergebruik van overheidsinformatie als zodanig, stelt het Hof vast dat de Tsjechische wetgever de definitie van "overheidsonderneming" uit de richtlijn rechtstreeks en zonder voorbehoud heeft overgenomen in de nationale wetgeving en daarmee de personele werkingssfeer van de nationale informatiewet heeft afgestemd op die van de richtlijn. In lijn met de Dzodzi‑rechtspraak benadrukt het Hof dat de Unie er belang bij heeft dat dergelijke naar Unierecht overgenomen begrippen uniform worden uitgelegd. Daardoor bestaat een duidelijk belang bij een uniforme uitleg van het Unierecht en is het Hof bevoegd de prejudiciële vragen te beantwoorden. Het Hof leidt uit de tekst van artikel 2, punt 3, van de richtlijn af dat het begrip "overheidsonderneming" niet beperkt is tot ondernemingen waarop één openbaar lichaam een overheersende invloed kan uitoefenen. De bepaling spreekt uitdrukkelijk over "de openbare lichamen" in meervoud. Dat sluit aan bij de definitie van overheidsonderneming in Richtlijn 2014/25, waarop de open data‑richtlijn is gebaseerd en die eveneens uitgaat van aanbestedende diensten in meervoud.