Overige onderwerpen

IT 3686

Bitcoin-mining als economische prestatie

Rechtbank Den Haag 1 okt 2021, IT 3686; ECLI:NL:RBDHA:2021:10751 (Eiseres tegen de Belastingdienst ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bitcoin-mining-als-economische-prestatie

Rechtbank Den Haag 1 oktober 2021, IT 3686; ECLI:NL:RBDHA:2021:10751 (Eiseres tegen de Belastingdienst) Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder opgelegde naheffingsaanslag. De activiteiten die de aanleiding gaven tot het opleggen hiervan, bestaan uit het verifiëren en authenticeren van transacties in de cryptovaluta bitcoin, evenals het realiseren van bitcoin-blockchain. De vergoedingen hiervoor bestaan uit de transaction-fee en de blockreward. In het geschil is of eiseres een economische prestatie heeft verricht. Ter beantwoording hiervan moet worden gekeken naar de vraag of er tegenover de inspanningen van eiseres een concreet aanwijsbare vergoeding staat. Eiseres stelt dat het delven gebeurt met het oogmerk bitcoins te verwerven die kunnen worden verkocht, voor 98% aan afnemers buiten de Gemeenschap. Dit wordt onderbouwd met algemene statistische gegevens over de handel in bitcoin. De rechtbank acht het beroep dat een groot deel van de omzetbelasting hierdoor als voorbelasting in aftrek dient te worden toegelaten gegrond. 

IT 3641

Verdeling cryptomunten

Rechtbank Noord-Holland 28 jul 2021, IT 3641; ECLI:NL:RBNHO:2021:6715 (Eiser tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verdeling-cryptomunten

Rechtbank Noord-Holland 28 juli 2021, IT 3641; ECLI:NL:RBNHO:2021:6715 (Eiser tegen gedaagde) Deze procedure betreft een civiele bodemzaak tussen twee partijen die een relatie met elkaar hebben gehad. Zij hadden een samenlevingsovereenkomst gesloten. In december 2017 hebben zij cryptovaluta aangekocht. Zowel de man als de vrouw hebben hiervoor 10.000 euro ingelegd. De accounts waarop de cryptovaluta gekocht zijn, staan op naam van de vrouw. Nu de relatie voorbij is vordert de man de helft van de waarde van de munten ten tijde van de werkelijke verdeling, zodat hij dezelfde portefeuille op zijn eigen account kan aankopen. De vrouw voert aan dat er in het convenant is afgesproken wanneer het peilmoment van de waarde zou zijn. Daarnaast zijn de cryptomunten feitelijk al verdeeld: de vrouw behoudt de munten, terwijl de man een geldvordering krijgt. De rechtbank vindt het daarom redelijk om bij de waardebepaling uit te gaan van de gemiddelde waarde over een maand na ondertekening van het convenant. 

IT 3580

Gevangenisstraf voor phishing en verkoop van panels

Rechtbank 1 jul 2021, IT 3580; ECLI:NL:RBDHA:2021:6678http://www.itenrecht.nl/artikelen/gevangenisstraf-voor-phishing-en-verkoop-van-panels

Rechtbank Den Haag 1 juli 2021, IT 3580; ECLI:NL:RBDHA:2021:6678  Verdachte wordt onder andere verdacht van oplichting, phishing en computervredebreuk. Hij heeft op internet zogenaamde panels verkocht. Met deze panels kunnen gemakkelijk webpagina's van banken worden nagemaakt. Ook heeft de verdachte zelf slachtoffers gemaakt door oplichting. Hij wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk. Daarnaast wordt hij veroordeeld tot de gedragsinterventie Hack_Right, omdat gebleken is dat verdachte een talent voor programmeren heeft. 

IT 3512

Film 'De Oost' hoeft geen disclaimer aan begin op te nemen

Rechtbank 11 mei 2021, IT 3512; ECLI:NL:RBAMS:2021:2347 (FIN tegen New Ams), http://www.itenrecht.nl/artikelen/film-de-oost-hoeft-geen-disclaimer-aan-begin-op-te-nemen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 11 mei 2021, IEF 19944, IT 3512; ECLI:NL:RBAMS:2021:2347 (FIN tegen New Ams) De film “De Oost” hoeft niet te worden voorzien van de door de Stichting Federatie Indische Nederlanders (FIN) gewenste disclaimer. De FIN eiste dat voorafgaand aan de film zou worden vermeld dat het militair ingrijpen van Nederland volgde op de Bersiap, dat de film geen volledige of waarheidsgetrouwe weergave van de geschiedenis beoogt te zijn en dat in de film feiten en fictie zijn vermengd. Volgens de voorzieningenrechter handelen de makers echter niet onrechtmatig met hun weigering om een disclaimer op te nemen zoals door FIN geëist. Deze stelt dat een verplichte toevoeging van een disclaimer voorafgaand aan de film een vorm van preventieve censuur zou zijn. Dat zou alleen rechtmatig zijn als de film zelf tot onherstelbare schade zou leiden.

IT 3487

Uitlatingen over omkoping niet aannemelijk gemaakt

Hof 13 apr 2021, IT 3487; ECLI:NL:GHARL:2021:3358 (Appellant tegen geïntimeerde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitlatingen-over-omkoping-niet-aannemelijk-gemaakt

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 april 2021, IEF 19908, IT 3487; ECLI:NL:GHARL:2021:3358 (Appellant tegen geïntimeerde) Deze zaak betreft uitlatingen die in 2020 gedaan zijn over een voetbalwedstrijd tijdens het WK van 1994, waarbij Nigeria heeft verloren van Italië met 2-1. Geïntimeerde vervulde destijds een functie bij het Nigeriaanse elftal, appellant heeft hier ook ooit een functie bij vervuld. De rechtbank heeft in kort geding aannemelijk geacht dat appellant in een radio-uitzending van een Nigeriaanse zender heeft gezegd of gesuggereerd dat geïntimeerde deze wedstrijd heeft verkocht. Dit vond de kortgedingrechter onrechtmatig en daarom is appellant veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie in een landelijke krant in Nigeria. Het hof oordeelt nu echter dat geïntimeerde niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant deze uitlatingen heeft gedaan. De vordering van geïntimeerde wordt daarom alsnog afgewezen.

IT 3199

Perspublicatie NRC niet onrechtmatig


Rechtbank 22 jul 2020, IT 3199; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC), http://www.itenrecht.nl/artikelen/perspublicatie-nrc-niet-onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 22 juli 2020, IEF 19350, IT 3199; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC) Mediarecht. Eiser vordert schadevergoeding van NRC wegens onrechtmatige perspublicatie. Eiser stelt dat er inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van de vorderingen van eiser zouden een beperking vormen op het grondrecht van NRC op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking is alleen indien de perspublicatie onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank weegt alle wederzijdse belangen af, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en oordeelt dat de perspublicatie niet onrechtmatig is. Dat de naam van de bestuurder van de rechtspersoon vaak wordt genoemd, dat er geen wederhoor is toegepast en dat de gevolgen van publicatie ernstig voor die voormalige bestuurder, doen hier niet aan af.

IT 3194


Rectificatie afgewezen bij onrechtmatige uitlatingen

Rechtbank 17 jul 2020, IT 3194; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-bij-onrechtmatige-uitlatingen

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2020, IEF 19335, IT 3194; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen) Mediarecht. Gedaagde wordt aangesproken door eiser omdat hij uitlatingen zou hebben gedaan in een televisieprogramma die eiser onrechtmatig vindt. Eiser vordert een verklaring voor recht, schadevergoeding en een rectificatie op Twitter en in de Telegraaf. Gedaagde verweert zich met een beroep op vrijheid van meningsuiting. Er zijn hier dus twee grondrechten aan de orde: het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de eer en goede naam. Per geval moet dan aan de omstandigheden van het geval worden beoordeeld welk grondrecht zwaarder moet wegen. In dit geval zijn de meeste uitlatingen gepresenteerd als feiten, dus er moet getoetst worden of de uitingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal om te oordelen welk grondrecht zwaarder weegt. De volgende omstandigheden zijn relevant bij deze toets: de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal ten tijde van de publicatie, de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Afweging van deze omstandigheden leidt tot de conclusie dat de geuite feitelijke beweringen van gedaagde onrechtmatig zijn. De verklaring voor recht en de schadevergoeding worden toegewezen. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen, omdat de uitingen meer dan vijf jaar geleden plaatsvonden en daarnaast minder dan een minuut in beslag namen. Rectificatie zal de kwestie juist opnieuw voor het voetlicht brengen, terwijl het publiek op dit moment geen actieve herinnering heeft aan het voorval.

IT 3080

Dynamic security in printer niet per definitie ongeoorloofd

Hof 17 dec 2019, IT 3080; ECLI:NL:GHAMS:2019:4502 (123INKT tegen HP), http://www.itenrecht.nl/artikelen/dynamic-security-in-printer-niet-per-definitie-ongeoorloofd

Hof Amsterdam 17 december 2019, IT 3080; ECLI:NL:GHAMS:2019:4502 (123inkt.nl tegen HP) 123inkt.nl verkoopt onder meer inktcartridges van het 123inkt-huismerk, waaronder cartridges voor HP-printers. Dit zijn zogenoemde klooncartridges. HP brengt onder meer printers en cartridges op de markt. In de printers van HP is firmware geprogrammeerd die de printer aanstuurt en controles uitvoert betreffende de werking van het apparaat. Onderdeel van de firmware die HP gebruikt is ´dynamic security´, bedoeld om het hacken van HP-chips te bemoeilijken. De vraag die speelt: is het gebruik van dynamic security in printers onrechtmatig jegens de gebruiker van de printer?