IT 2682

Grieven falen, geen beroep op dwaling ICT-overeenkomst door ontbreken harde afspraken op schrift

Hof 's-Hertogenbosch 13 november 2018, IT 2682; ECLI:NL:GHSHE:2018:467 (ICT-overeenkomst) Contractrecht. Appellante is een accountacy- en adviesbureau en geïntimeerde een onderneming die diensten verricht op het gebied van IT. Partijen zijn overeengekomen dat appellante het computernetwerk van geïntimeerde gaat onderhouden en dat het netwerk overgezet wordt naar een online werkomgeving. Appellante heeft een door geïntimeerde uitgebrachte offerte voor akkoord ondertekend, evenals een offerte met nadere gepreciseerde prijsafspraken voor een contractsduur van drie jaar. Bestuurster van appellante heeft het voorgestelde systeem getest en heeft akkoord gegeven op het omzetten van haar netwerk naar een online werkomgeving. Vanaf het begin van de werkzaamheden door geïntimeerde zijn er klachten geweest van appellante over verschillende computerproblemen. In eerste aanleg heeft de rechtbank de vordering van appellante tot vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling afgewezen, maar haar vordering toegewezen dat zij voor recht verklaard dat de overeenkomst door buitengerechtelijke ontbinding tot een einde is gekomen. Appellante is veroordeeld aan geïntimeerde te betalen het bedrag uit hoofde van de betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de overeenkosmt tot het moment dat deze overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Vonnis bekrachtigd, geen beroep op dwaling door ontbreken harde afspraken op schrift. 

5.6. Partijen zijn in het voorjaar van 2014 gaan samenwerken, waarbij zij steeds in onderling overleg invulling hebben gegeven aan de door [geïntimeerde] voor [appellante] te verrichten werkzaamheden. Daarbij zijn nooit harde afspraken op schrift gesteld. Er zijn dan ook weinig aanknopingspunten om achteraf vast te stellen welke concrete toezeggingen of afspraken er wanneer zijn gemaakt en op welke mededelingen een geslaagd beroep op dwaling kan worden gestoeld. Daarbij merkt het hof nog op dat voor zover gemaakte afspraken door [geïntimeerde] niet zijn nagekomen, dit geen dwaling oplevert, maar een tekortkoming in de nakoming van hetgeen partijen hebben afgesproken, ofwel wanprestatie.

5.7. De stelling van [appellante] dat [geïntimeerde] haar had behoren in te lichten over haar gebrek aan ervaring met netwerken in de accountancybranche veronderstelt een verplichting aan de zijde van [geïntimeerde] tot het preventief inlichten van [appellante] omtrent haar eigen beweerdelijke onervarenheid. Een dergelijke norm bestaat niet zoals volgt uit hetgeen is overwogen onder 5.5 aan het einde. Zelfs indien het zo is dat [geïntimeerde] minder of geen ervaring had met migratie van computernetwerken in de accountancybranche, betekent dit dus niet dat [geïntimeerde] door dit niet mee te delen aan [appellante] een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven in de zin van artikel 6:228 lid 1 BW. Indien het voor [appellante] zo cruciaal was te weten of [geïntimeerde] wel ervaring had met computernetwerken in de accountancybranche had het op haar weg gelegen hier zelf vragen over te stellen aan [geïntimeerde] dan wel hier onderzoek naar te verrichten. Dat [appellante] dit heeft nagelaten dient voor haar rekening en risico te blijven. Dit alles nog afgezien van het feit dat [geïntimeerde] betwist dat zij onervaren was het met het inrichten van een ICT-systeem zoals dat van [appellante] . [geïntimeerde] heeft aangevoerd sinds 2009 het [naam] -systeem te leveren aan verschillende bedrijven en stichtingen en ook prima in staat te zijn privacy-veilige systemen te bouwen (zie punt 37 en 38 memorie van antwoord).