IT 2655

Handhaving BKR-registratie na ineens afbetalen schuld proportioneel door langdurige betalingsachterstand

Rechtbank Midden-Nederland 3 oktober 2018, IT 2655; ECLI:NL:RBMNE:2018:5020 (Eiser tegen de Volksbank) AVG. Eiser heeft een betaalrekening geopend met de mogelijkheid om rood te staan. De Volksbank heeft achterstand in de betaling van de vordering op eiser gemeld bij het CKI van het BKR. Achterstandcodering A en bijzonderheidscode 2 zijn opgenomen. Uiteindelijk heeft eiser de vordering in één keer voldaan. Bij het BKR is een herstelmelding gedaan. De Volksbank heeft bijzonderheidscode 2 verwijderd. Eiser vordert verwijdering van de achterstandsmelding en de herstelmelding uit het CKI. Hij stelt dat het belang bij het verwijderen van de meldingen zwaarder weegt dan het belang van de Volksbank bij instandhouding van de meldingen. Hij kan hierdoor geen hypotheek krijgen en tegelijkertijd is zijn financiele situatie stabiel. Omdat er gedurende een lange periode sprake is geweest van een betalingsachterstand en er wellicht toch mogelijkheden zijn voor eiser om financiering te krijgen, is niet voldoende aannemelijk dat handhaving van de BKR-registratie niet proportioneel is. De vordering is afgewezen.

4.7. [eiser] heeft aangevoerd dat hij een groot belang heeft bij verwijdering van de BKR-registraties omdat hij nu bij zijn moeder woont en hij graag met zijn nieuwe partner een nieuw huis wil kopen. Omdat hij niet in aanmerking komt voor een huurwoning, is het kopen van een huis zijn enige optie. De Volksbank heeft aangevoerd dat het willen kopen van een woning geen zwaarwegende omstandigheid is en dat er niet zoiets bestaat als een recht om een woning te kopen. Ter zitting is nog naar voren gekomen dat de bijzonderheidscodering 2 inmiddels is verwijderd, hetgeen er mogelijk toe kan leiden dat [eiser] wel een hypothecair krediet kan verkrijgen, al dan niet tegen een hogere rente.

4.8. Omdat er gedurende een lange periode sprake is geweest van een betalingsachterstand (ongeoorloofde roodstand) en er wellicht toch mogelijkheden zijn voor [eiser] om financiering te krijgen, is niet voldoende aannemelijk dat handhaving van de BKR-registratie niet proportioneel is. Daarbij is van belang dat niet naar voren is gekomen hoe het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkene minder nadelige wijze, kunnen worden verwezenlijkt.