Gepubliceerd op donderdag 8 oktober 2026
IT 5569
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ||
23 sep 2026,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 sep 2026,, IT 5569; ECLI:NL:GHARL:2026:6295 ([de man] tegen [de vrouw]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-schorst-afgifte-van-3-22-bitcoins-wegens-nieuwe-feiten-en-restitutierisico

Uitspraak ingezonden door Joe Jay de Haas, Lawfox.

Hof schorst afgifte van 3,22 bitcoins wegens nieuwe feiten en restitutierisico

Hof Arnhem-Leeuwarden 29 september 2026, IT 5569; ECLI:NL:GHARL:2026:6295 ([de man] tegen [de vrouw]). In deze zaak tussen [de man] en [de vrouw] staat de vraag centraal of de tenuitvoerlegging van een vonnis waarin [de man] is veroordeeld tot afgifte van 3,22 bitcoins aan [de vrouw] moet worden geschorst. De rechtbank had [de man] veroordeeld de bitcoins binnen vier weken af te geven, op straffe van een dwangsom, en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Na de mondelinge behandeling in eerste aanleg kwam aan het licht dat [de vrouw] was aangehouden en in voorlopige hechtenis was genomen op verdenking van voorbereiding van een aanslag op het leven van [de man]. Ook werd de omgang tussen [de vrouw] en hun dochter geschorst. Volgens het hof gaat het om nieuwe feiten en omstandigheden waarmee de rechtbank bij haar eerdere beslissing geen rekening heeft kunnen houden.

Het hof oordeelt dat deze nieuwe omstandigheden de belangenafweging wezenlijk veranderen. Het belang van [de vrouw] bij een snelle tenuitvoerlegging is verminderd, onder meer omdat haar eerdere plan om met de gelden een woning in de buurt van haar dochter te kopen door de voorlopige hechtenis en de opgeschorte omgang minder gewicht heeft gekregen. Daartegenover staat het belang van [de man] om de uitkomst van het hoger beroep af te wachten. Daarbij weegt het hof mee dat sprake is van een aanmerkelijk restitutierisico, omdat [de vrouw] van een bijstandsuitkering leeft en eerder een relatief beperkte proceskostenveroordeling slechts in termijnen kon voldoen. Het hof concludeert daarom dat het belang van [de man] bij schorsing van de tenuitvoerlegging zwaarder weegt dan het belang van [de vrouw] bij behoud van de uitvoerbaarheid bij voorraad. De verdere tenuitvoerlegging van het vonnis van 8 juli 2026 wordt geschorst.

2.13 Concluderend is het hof van oordeel dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die rechtvaardigen dat wordt afgeweken van de eerdere beslissing van de rechtbank over de door [de vrouw] gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. Het hof oordeelt dat rekening houdend met de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang bezien, het belang van [de man] bij schorsing van de tenuitvoerlegging zwaarder weegt dan het belang van [de vrouw] bij behoud van de uitvoerbaarheid bij voorraad. De incidentele vordering zal daarom worden toegewezen op de manier zoals in het dictum geformuleerd. De overige argumenten van partijen kunnen onbesproken blijven.