Gepubliceerd op woensdag 5 augustus 2026
IT 5400
Rechtbank Rotterdam ||
18 jun 2026,
Rechtbank Rotterdam 18 jun 2026,, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hogeschool-rotterdam-moet-maas-opdracht-heraanbesteden-wegens-onvoldoende-gemotiveerde-looptijd-raamovereenkomst

Hogeschool Rotterdam moet MaaS-opdracht heraanbesteden wegens onvoldoende gemotiveerde looptijd raamovereenkomst

Rb. Rotterdam 18 juni 2026, IT 5400; ECLI:NL:RBROT:2026:7542 (Reisbalans tegen Stichting Hogeschool Rotterdam). In deze zaak staat een Europese openbare aanbesteding van Stichting Hogeschool Rotterdam voor de levering van ‘Mobility as a Service’ centraal. De opdracht omvat onder meer een mobiliteitskaart, een app, portaal en koppelingen met de financiële en HR-systemen van de Hogeschool. De overeenkomst heeft een initiële looptijd van vier jaar en kan tweemaal met maximaal 24 maanden worden verlengd, waardoor de totale looptijd acht jaar kan bedragen. Reisbalans schrijft op de aanbesteding in en biedt voor verschillende onderdelen een tarief van € 0,01. Nadat de Hogeschool aanvankelijk voornemens is de opdracht aan Reisbalans te gunnen, trekt zij deze gunningsbeslissing in en verklaart zij de inschrijving van Reisbalans ongeldig wegens de volgens haar irreële en symbolische tarieven. De Hogeschool is vervolgens voornemens de opdracht aan Mobility Concept B.V. te gunnen. Reisbalans vordert in kort geding primair dat de Hogeschool de aanbestedingsprocedure intrekt en, indien zij de opdracht nog steeds wil gunnen, een nieuwe aanbestedingsprocedure houdt.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de aanbesteding moet worden aangemerkt als een raamovereenkomst in de zin van de Aanbestedingswet 2012. Daarbij is niet doorslaggevend hoe de Hogeschool de overeenkomst zelf heeft aangeduid, maar wat de aard en economische werkelijkheid van de overeenkomst is. Hoewel de app en het portaal bij aanvang worden geïmplementeerd, staat op dat moment nog niet vast welke diensten gedurende de looptijd daadwerkelijk zullen worden afgenomen. De concrete dienstverlening ontstaat pas wanneer werknemers een individuele mobiliteitsaanvraag doen en gebruikmaken van onder meer de mobiliteitskaart en vervoersdiensten. De accounts, mobiliteitskaarten en bijbehorende vervoersdiensten vormen in economische zin bovendien overwegend het onderwerp van de aanbesteding. Op grond van artikel 2.140, derde lid, Aw 2012 mag een raamovereenkomst in beginsel niet langer dan vier jaar duren, tenzij een langere looptijd in een uitzonderingsgeval deugdelijk wordt gemotiveerd. Bij de beoordeling van de looptijd moeten ook de verlengingsopties worden meegeteld. De mogelijke looptijd van de onderhavige raamovereenkomst bedraagt daarom acht jaar. De Hogeschool heeft volgens de voorzieningenrechter niet deugdelijk gemotiveerd waarom in dit geval een dergelijke langere looptijd is vereist. Het zonder deugdelijke motivering hanteren van een looptijd van meer dan vier jaar vormt daarom een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure en is wegens strijd met artikel 2.140, derde lid, Aw 2012 onrechtmatig. Dat Reisbalans vóór haar inschrijving geen bezwaar heeft gemaakt tegen de looptijd, leidt niet tot rechtsverwerking. Volgens de voorzieningenrechter kan bij een dergelijk fundamenteel gebrek rechtsverwerking niet aan een klagende inschrijver worden tegengeworpen. De voorzieningenrechter gebiedt de Hogeschool daarom de aanbestedingsprocedure in te trekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure te houden indien zij de opdracht nog steeds wenst te gunnen. Daarin ligt tevens besloten dat het jegens Mobility uitgesproken gunningsvoornemen wordt ingetrokken. De overige bezwaren van Reisbalans, waaronder haar bezwaren tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving, behoeven geen bespreking meer. De Hogeschool wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van Reisbalans van € 2.229,64. Indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving wordt betaald en het vonnis vervolgens wordt betekend, wordt dit bedrag verhoogd met € 98,00 en de kosten van betekening. Over de proceskosten is tevens wettelijke rente verschuldigd indien deze niet tijdig worden betaald.

4.12. Het voorgaande leidt tot toewijzing van de primaire vordering onder 2. In de toewijzing ligt besloten dat het door de Hogeschool jegens Mobility uitgesproken gunningsvoornemen wordt ingetrokken, waarmee de vordering onder 1 geen zelfstandige betekenis heeft. De (overige) gronden van de primaire en (meer) subsidiaire vorderingen van Reisbalans (en het verweer daartegen) kunnen, gelet op het voorgaande oordeel, buiten beschouwing blijven en behoeven niet te worden besproken.