25 aug 2026,
HRIF.EU geen belanghebbende bij overnameverbod Solvinity; verzoek om voorlopige voorziening afgewezen
Rb. Rotterdam 25 augustus 2026, IT 5477; ECLI:NL:RBROT:2026:10636 (HRIF.EU tegen de staatssecretaris). De voorzieningenrechter wijst het verzoek van Stichting Human Rights in Finance.EU (HRIF.EU) om een voorlopige voorziening af. De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat had Kyndryl Holdings Inc. en gelieerde entiteiten op grond van artikel 14a.4 lid 1 Telecommunicatiewet verboden overwegende zeggenschap te verkrijgen in Solvinity Group B.V., omdat deze verkrijging volgens hem tot een bedreiging van het publieke belang kon leiden. Solvinity en haar aandeelhouder maakten tegen dit besluit bezwaar. Ook HRIF.EU maakte bezwaar, met het doel te worden toegelaten tot die bezwaarprocedure. Bij besluit van 25 augustus 2026 verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van HRIF.EU niet-ontvankelijk, omdat de stichting geen belanghebbende is. HRIF.EU stelde daartegen beroep in en verzocht de voorzieningenrechter onder meer om haar als deelnemer toe te laten tot de inhoudelijke hoorzitting in de bezwaarprocedure van Solvinity en haar aandeelhouder.
De voorzieningenrechter acht de motivering van de staatssecretaris vooralsnog toereikend om HRIF.EU niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb aan te merken. De statutaire doelstelling van HRIF.EU is zowel inhoudelijk als territoriaal zeer ruim en ziet op de bescherming van grondrechten binnen het economische transactieverkeer. De staatssecretaris heeft daarbij onder meer terecht betrokken dat DigiD ziet op veilige communicatie met (semi-)overheidsorganisaties en niet zelf op economisch transactieverkeer. Daarnaast blijken de feitelijke werkzaamheden van HRIF.EU grotendeels te bestaan uit het voorbereiden en voeren van juridische procedures, terwijl dergelijke activiteiten voor een algemeenbelangorganisatie in de regel niet gelden als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb. Verder heeft HRIF.EU volgens de voorzieningenrechter ook geen rechtstreeks en actueel belang als bedoeld in artikel 1:2 lid 1 Awb, omdat zij inhoudelijk geen bezwaar heeft tegen het overnameverbod en haar eerdere inspanningen juist waren gericht op het voorkomen van de overname door Kyndryl. De staatssecretaris heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Er bestaat geen aanleiding het besluit te schorsen of een andere voorziening te treffen, zodat het verzoek kennelijk ongegrond is en wordt afgewezen.
Gelet op de statutaire doelstelling is HRIF.EU niet aan te merken als belanghebbende. Volledigheidshalve heb ik toch gekeken naar de feitelijke werkzaamheden van de stichting.
Ondanks dat de omschrijving van de feitelijke werkzaamheden in de statuten meer omvatten dan het voorbereiden en voeren van procedures, kan ik uit de feitelijke activiteiten van HRIF.EU niet anders opmaken dat de activiteiten zich feitelijk grotendeels beperken tot het voorbereiden en voeren van procedures. Op de website van HRIF.EU wordt voornamelijk bericht over lopende procedures. Ook de werkzaamheden genoemd in de bijlage bij het bezwaarschrift betreffen activiteiten/stukken die verband houden met (de voorbereiding van) juridische procedures.”
8. De voorzieningenrechter acht deze motivering van het bestreden besluit vooralsnog toereikend, zodat zij er van uitgaat dat HRIF.EU geen belanghebbende is als bedoeld in het derde lid, van de artikel 1:2 van de Awb. De voorzieningenrechter acht hierbij mede van belang dat het door een organisatie zoals HRIF.EU, die een algemeen belang behartigt, in rechte opkomen tegen besluiten en het verrichten van handelingen ter voorbereiding van het in rechte opkomen tegen besluiten in de regel niet kan worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2015:3920, punt 1.4 en ECLI:NL:RVS:2026:2061, punt 7.2.2 e.v.).
9. De voorzieningenrechter stelt verder – in navolging van de slotoverweging van onderdeel 3 van het bestreden besluit – het volgende vast. Gelet op onder meer haar partijdeelname in een eerder verzoek van Solvinity en haar aandeelhouder stelt de voorzieningenrechter vast dat HRIF.EU geen (inhoudelijke) bezwaren heeft tegen het besluit van 25 mei 2026, omdat haar eerdere inspanningen juist erop waren gericht dat een overname door Kyndryl zou worden verboden door de staatssecretaris. Gelet hierop heeft HRIF.EU als belangenorganisatie reeds om die reden geen rechtstreeks en actueel belang als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb bij haar bezwaar (vgl. ECLI:NL:RVS:2026:2294, punt 8 en ECLI:NL:RVS:2026:4305, punt 2.5).
10. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de staatssecretaris het bezwaar van HRIF.EU niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen of enige andere voorziening te treffen.