6 jul 2026,
HvJ EU: consumentenbescherming bij online CFD‑platforms blijft gelden voor uitvoeringsbedingen
HvJ EU 18 juni 2026, IT&Recht 5339; ECLI:EU:C:2026:500 (FIBO Markets tegen J.P.). In deze zaak tussen FIBO Markets en J.P. staat de vraag centraal of bedingen in een raamovereenkomst over het aannemen, verwerken en uitvoeren van een order voor een contract for differences (CFD) vallen onder de uitzondering voor financiële instrumenten in artikel 6, lid 4, onder d, van de Rome I-verordening. Het Hof van Justitie oordeelt dat alleen de rechten en verplichtingen die het financiële instrument zelf vormen onder die uitzondering vallen. Contractuele bedingen over de technische verwerking en uitvoering van een order, zoals bedingen die de aanbieder de mogelijkheid geven een order niet of onder andere voorwaarden uit te voeren, blijven daarbuiten en kunnen daarom onder de consumentenbescherming van artikel 6 van de Rome I-verordening vallen. J.P., een consument uit Tsjechië, sloot online een raamovereenkomst met de Cypriotische beleggingsonderneming FIBO Markets om via een handelsplatform in CFD's te handelen. In de overeenkomst was bepaald dat FIBO bij technische problemen een order niet hoefde uit te voeren of deze tegen een andere koers mocht uitvoeren. Nadat een kooporder met een vertraging van zestien seconden was uitgevoerd, stelde J.P. winst te zijn misgelopen en vorderde zij schadevergoeding. Voor de verwijzende rechter stond centraal of het Cypriotische recht (op basis van het rechtskeuzebeding) of het Tsjechische consumentenrecht toepasselijk was op de raamovereenkomst en de CFD‑transactie. Het Hof stelt voorop dat artikel 6 van de Rome I-verordening consumenten beschermt door in beginsel het recht van hun gewone verblijfplaats van toepassing te verklaren zodra een professionele partij haar activiteiten op die lidstaat richt. De uitzondering voor rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen moet daarom strikt worden uitgelegd.
Uit de bewoordingen van de bepaling (waarbij het Hof expliciet de verschillende taalversies met elkaar vergelijkt), de context (verwijzing naar de MiFID‑richtlijn voor de definitie van “financieel instrument” en het onderscheid tussen instrumenten en financiële diensten) en de doelstelling van de verordening volgt dat die uitzondering alleen ziet op de rechten en verplichtingen die het financiële instrument als zodanig kenmerken. Volgens het Hof behoren de financiële voorwaarden waarmee de winst of het verlies op een CFD wordt berekend, meer in het bijzonder de vaststelling van het verschil tussen de referentiekoers die wordt gebruikt voor de berekening van winst of verlies en de koers van de uitgevoerde transactie, tot het financiële instrument zelf. Dat geldt niet voor bedingen in een raamovereenkomst die regelen hoe een order wordt aangenomen, verwerkt of uitgevoerd, of die de aanbieder de mogelijkheid geven een order niet uit te voeren of onder andere voorwaarden uit te voeren. Dergelijke bedingen maken deel uit van de verrichting van een financiële dienst en vallen niet onder de uitzondering van artikel 6, lid 4, onder d, van de Rome I-verordening. Het Hof benadrukt dat CFD's complexe, zeer speculatieve en niet-gestandaardiseerde instrumenten zijn die aanzienlijke risico's voor consumenten inhouden. Een ruimere uitleg van de uitdrukking “rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen”, waarbij uitvoeringsbedingen in raamovereenkomsten onder de uitzondering zouden vallen, zou ertoe leiden dat consumenten de bescherming van het recht van hun gewone verblijfplaats verliezen bij zulke producten, en mogelijk zelfs de bescherming van het Unierecht. Dat is volgens het Hof niet verenigbaar met de beschermingsgedachte van artikel 6 van de Rome I-verordening en het uitzonderingskarakter van artikel 6, lid 4, onder d, dat strikt moet worden uitgelegd. Het Hof maakt daarmee onderscheid tussen de kenmerken van het financiële instrument zelf en de contractuele voorwaarden waaronder de financiële dienst wordt verleend.
24. Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of artikel 6, lid 4, onder d), van de Rome I-verordening aldus moet worden uitgelegd dat wanneer het gaat om een tussen een verkoper en een consument gesloten CFD, de rechten en verplichtingen in verband met de financiële voorwaarden waaronder de order van de consument wordt uitgevoerd, meer bepaald in verband met de vaststelling van het verschil tussen de referentiekoers die wordt gebruikt voor de berekening van de winst of het verlies op dit CFD, vallen onder de uitdrukking „rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen” in de zin van die bepaling. Hij vraagt zich in het bijzonder af of de bedingen van de raamovereenkomst tussen de consument en de verkoper op grond waarvan deze laatste een dergelijke order niet hoeft uit te voeren of mag uitvoeren onder andere voorwaarden dan die welke de consument aanvankelijk heeft aangegeven, onder deze uitdrukking vallen.
53. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:
Artikel 6, lid 4, onder d), van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) moet aldus worden uitgelegd dat
wanneer het gaat om een tussen een verkoper en een consument gesloten financieel contract ter verrekening van verschillen (financial contract for differences; hierna: „CFD”), de rechten en verplichtingen in verband met de financiële voorwaarden waaronder de order van de consument wordt uitgevoerd, meer bepaald in verband met de vaststelling van het verschil tussen de referentiekoers die wordt gebruikt voor de berekening van de winst of het verlies op dit CFD, vallen onder de uitdrukking „rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen” in de zin van die bepaling, maar dat dit niet geldt voor de bedingen van de raamovereenkomst tussen de consument en de verkoper op grond waarvan deze laatste een dergelijke order niet hoeft uit te voeren of deze mag uitvoeren onder andere voorwaarden dan die welke de consument aanvankelijk heeft aangegeven.