IT 3562

HvJ EU: registratiesysteem verkeersovertredingen in strijd met AVG

HvJ EU 22 juni 2021, IT 3562, IEFbe 3238; ECLI:EU:C:2021:504 (B tegen Republiek Letland)  Het Hof geeft in deze uitspraak een antwoord op een aantal door het Letse grondwettelijk hof gestelde prejudiciële vragen. De persoonsgegevens van natuurlijk persoon B staan bij de Letse directie verkeersveiligheid geregistreerd, omdat hij een aantal verkeersovertredingen heeft begaan. Op basis van deze overtredingen zijn er zogenaamde strafpunten aan B toegekend. Vervolgens is het door middel van deze regeling ook voor een ieder mogelijk om zonder belang inzage te krijgen in dit soort gegevens. B betwist dat deze regeling in overeenstemming is met de AVG, omdat de regeling het recht op eerbiediging van het privéleven zou schenden. In de eerste plaats merkt het Hof op dat de informatie over strafpunten kwalificeert als persoonsgegevens, die binnen de werkingssfeer van de AVG valt. Verder oordeelt het Hof dat deze regeling niet proportioneel is in verhouding tot het doel, namelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het feit dat het om een min of meer openbaar register gaat, doordat iedereen zonder direct belang persoonsgegevens van anderen kan inzien, leidt bovendien tot onverenigbaarheid met de AVG. 

113. Gelet op de gevoeligheid van de gegevens in kwestie en de ernst van de op voormelde wijze gemaakte inbreuk op het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens van de betrokken personen, alsmede gelet op het feit dat – gezien de vaststellingen in punt 111 van dit arrest – niet blijkt dat het doel de verkeersveiligheid te verhogen redelijkerwijs niet even doeltreffend kan worden bereikt met andere, minder ingrijpende maatregelen, kan niet worden geoordeeld dat het vaststaat dat een dergelijk systeem voor het verstrekken van persoonsgegevens die betrekking hebben op strafpunten die zijn toegekend wegens verkeersovertredingen, noodzakelijk is om dat doel te bereiken (zie naar analogie, arrest van 9 november 2010, Volker und Markus Schecke en Eifert, C‑92/09 en C‑93/09, EU:C:2010:662, punt 86).

122. Gelet op een en ander dient op de tweede prejudiciële vraag te worden geantwoord dat de bepalingen van de AVG, met name artikel 5, lid 1, artikel 6, lid 1, onder e), en artikel 10 ervan, aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling waarbij aan het overheidsorgaan dat de verantwoordelijkheid draagt voor het register waarin de strafpunten worden aangetekend die aan bestuurders van voertuigen zijn toegekend wegens verkeersovertredingen, de verplichting wordt opgelegd om de desbetreffende gegevens toegankelijk te maken voor het publiek, zonder dat de persoon die om toegang verzoekt hoeft aan te tonen dat hij een specifiek belang heeft bij het verkrijgen van die gegevens.