IT 3218

Inspanningsverplichting werd niet geschonden

Hof Amsterdam 14 juli 2020, IT 3218; ECLI:NL:GHAMS:2020:2016 (Blue Ocean tegen X) Partijen zijn ICT-bedrijven en sloten een overeenkomst ter ontwikkeling en exploitatie van een applicatie op het gebied van human resource management. De ene partij zou de architectuur en de ontwikkeling van de applicatie verzorgen. De andere partij zou de applicatie testen, verkopen en implementeren bij eindgebruikers. Heeft de partij die de ontwikkeling van de applicatie zou verzorgen, zich voldoende ingespannen? Er kan niet worden gesteld dat zij haar inspanningsverplichting, of enige op haar rustende informatie- of waarschuwingsplicht heeft geschonden. Het vonnis wordt bekrachtigd.

3.16
Gelet op de inhoud van het evaluatierapport gaat het hof ervan uit dat Blue Ocean in beginsel mocht verwachten dat de applicatie zou kunnen draaien op IE10 en IE11, ook al staat dat niet uitdrukkelijk in de PSA, de Master Statement of Work of zes van de zeven Statements of Work (terwijl de zevende kennelijk op een module van een andere klant ziet). Het hof volgt [X] wel in haar standpunt dat dit vanaf 12 januari 2016 niet meer gold voor IE10, omdat Microsoft die versie van Internet Explorer vanaf die datum niet meer ondersteunt. Op zichzelf diende [X] zich echter voldoende in te spannen om te bewerkstelligen dat de applicatie zou kunnen draaien op IE11. De keuze voor Angular Material betreft het design en [X] is daarvoor verantwoordelijk.

Geen grief is echter gericht tegen de overweging van de rechtbank dat [X] heeft geprobeerd een aantal browserversies toch te ondersteunen. In het evaluatierapport staat ook dat de problemen met IE11 zijn opgelost door middel van 'workarounds', dat IE11 nu wordt ondersteund en dat dit getest is. Daarom kan ook in dit opzicht niet worden aangenomen dat [X] haar inspanningsverbintenis heeft geschonden.

3.24
Zoals hiervoor is overwogen, mocht [X] ervan uitgaan dat Blue Ocean voldoende deskundig was. Verder mocht [X] ervan uitgaan dat Blue Ocean overzag dat zij zelf verantwoordelijk was voor het afdoende testen van de modules en wat de risico's waren van het implementeren van modules bij klanten zonder afdoende testen en van het afzien van de mogelijkheid een professional hosting party in te schakelen. Gelet op dit alles kan niet worden aangenomen dat [X] enige op haar rustende informatie- of waarschuwingsplicht heeft geschonden.

3.25
Al het voorgaande leidt tot de slotsom dat Blue Ocean onvoldoende heeft gesteld om te kunnen aannemen dat [X] in enig opzicht is tekortgeschoten. Ook de argumenten van Blue Ocean dat [X] tot vijfmaal toe heeft geprobeerd de problemen op te lossen, maar telkens vruchteloos, dat de lijst van problemen die in de brief van DAS van 22 september 2017 staat, lang is en dat die problemen in de weg staan aan gebruik van de applicatie, maken dat niet anders. Hierbij is van belang dat niet in geschil is (i) dat de te ontwikkelen applicatie maatwerk betrof en (ii) dat het bij nieuw te ontwikkelen software te verwachten en gebruikelijk is dat na ontwikkeling nog fouten zullen voorkomen. Aan bewijslevering komt het hof niet toe. Het bewijsaanbod van Blue Ocean wordt daarom gepasseerd. Dat geldt ook voor het aanbod bewijs te leveren middels deskundigen.

3.26
Blue Ocean was niet bevoegd haar betalingen op te schorten. [X] was wel bevoegd de PSA en de daarop gebaseerde nadere overeenkomsten buitengerechtelijk te ontbinden. Zij kan ook betaling verlangen van de openstaande facturen. Tegen de toewijzing door de rechtbank van de werkelijke incassokosten zijn geen grieven gericht. Aan Blue Ocean komt geen vordering tot ontbinding en schadevergoeding toe. De toewijzing van de vorderingen in conventie en de afwijzing van de vorderingen in reconventie dienen in stand te blijven.