IT 3140

Is een digitale opslagruimte een gegevensdrager?

HR 12 mei 2020, IT 3140; ECLI:NL:HR:2020:799 (Digitale opslagruimte) Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte “een gegevensdrager, te weten een digitale opslagruimte (Skydrive)” in zijn bezit heeft gehad, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is gemotiveerd. De vraag die gesteld wordt aan de Hoge Raad is: ‘Is een digitale opslagruimte een gegevensdrager a.b.i. art. 240b Sr?’

Er wordt overwogen dat er, in het geval van digitale opslag door gebruik van een clouddienst, onderscheid moet worden gemaakt tussen de voor de gebruiker beschikbare digitale opslagruimte en de gegevensdrager waarop die opslagruimte zich bevindt. Volgens de wetsgeschiedenis heeft de term 'bezit' a.b.i. art. 240b SR een fysieke connotatie, dus heeft het Hof dit verkeerd beoordeeld door bewezen te verklaren dat verdachte  “een gegevensdrager, (...) te weten een digitale opslagruimte (Skydrive)” in zijn bezit heeft gehad.

Doordat er bewezen is verklaard dat verdachte een latop in bezit had, leidt dit niet tot cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat, indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklaring vervalt, de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, terwijl ook de kwalificatie van het bewezenverklaarde ongewijzigd blijft. Het beroep wordt verworpen.

2.4.1 In geval van digitale opslag door gebruik van een clouddienst moet onderscheid worden gemaakt tussen de aldus voor de gebruiker beschikbare digitale opslagruimte en de gegevensdrager waarop die opslagruimte zich bevindt. Mede in aanmerking genomen dat de term ‘bezit’ als bedoeld in artikel 240b Sr volgens de wetsgeschiedenis een fysieke connotatie heeft, heeft het hof dit miskend door bewezen te verklaren dat de verdachte “een gegevensdrager, (...) te weten een digitale opslagruimte (Skydrive)” in zijn bezit heeft gehad. Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht.

2.4.2 Nu tevens is bewezenverklaard het in bezit hebben van een laptop, behoeft dit evenwel niet tot cassatie te leiden, in aanmerking genomen dat, indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklaring vervalt, de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, terwijl ook de kwalificatie van het bewezenverklaarde ongewijzigd blijft.

Afbeelding: JoshuaWoronieck van Pixabay