Internet

IT 3331

Domeinnaam moet overgedragen worden aan KVK

Rechtbank 23 okt 2020, IT 3331; ECLI:NL:RBNHO:2020:8538 (Kamer van Koophandel tegen BV), http://www.itenrecht.nl/artikelen/domeinnaam-moet-overgedragen-worden-aan-kvk

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 23 oktober 2020, IEF 19598, IT 3331; ECLI:NL:RBNHO:2020:8538 (Kamer van Koophandel tegen BV) Domeinnaamrecht. Handelsnaamrecht. Kort geding. Gedaagde is een BV die zich richt op het aannemen van bouwwerken. Gedaagde is houder van de domeinnaam 'zakelijkuittreksel.nl'. Op die website worden uittreksels uit het Handelsregister van de KVK aangeboden. De KVK heeft een geschillenprocedure bij het WIPO ingediend. Daarin heeft het WIPO bevolen dat KVK de domeinnaamhouder wordt. Gedaagde ontkent enige bemoeienis met de website te hebben en beroept zich in feite op identiteitsfraude. De voorzieningenrechter acht dit verweer niet als onaannemelijk. Om hierover te kunnen oordelen is echter nader bewijs nodig. Voor zover de vorderingen van KVK zien op haar merk- en handelsnaamrechten, kunnen deze niet worden toegewezen. Wat betreft de inbreukmakende domeinnaam, heeft gedaagde niet weersproken dat deze op diens naam staat geregistreerd. Gedaagde wordt veroordeeld om al hetgeen te doen wat van haar zijde nodig is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam 'zakelijkuittreksel.nl' aan KVK wordt overgedragen. Indien gedaagde daaraan niet voldoet, treedt dit vonnis in de plaats van de voor de overdracht noodzakelijke wilsverklaring, zodat het vonnis dezelfde kracht heeft als een akte.

IT 3318

Consument heeft oplichter zelf toegang gegeven tot computer

Overige instanties 26 okt 2020, IT 3318; (Consument tegen ING Bank), http://www.itenrecht.nl/artikelen/consument-heeft-oplichter-zelf-toegang-gegeven-tot-computer

KiFiD Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 26 oktober 2020, IT 3318, 2020-871(Consument tegen ING Bank) Internetfraude. Consument heeft een betaalrekening bij ING. Omdat zij een beperking ervaarde in haar account, zocht ze op internet naar het telefoonnummer van de helpdesk van LinkedIn. De man, die zij aan de lijn kreeg, bleek achteraf gezien een oplichter te zijn en heeft haar 600 euro afhandig gemaakt. Consument stelt dat zij geen toestemming heeft gegeven voor de transacties, maar slachtoffer is geworden van cybercrime. Zij verzoekt ING de door haar geleden schade te vergoeden. De Commissie oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de vordering wordt afgewezen, nu consument zelf de transacties heeft verricht en een onbevoegde derde toegang tot haar computer heeft gegeven.

IT 3311

Beantwoording prejudiciële vragen over ‘technisch voorschrift’

HvJ EU 22 okt 2020, IT 3311; ECLI:EU:C:2020:856 (Sportingbet en IOE tegen Santa Casa), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-technisch-voorschrift

HvJ EU 22 oktober 2020, IT 3311; ECLI:EU:C:2020:856 (Sportingbet en IOE tegen Santa Casa) Prejudiciële verwijzing. Sportingbet en Internet Opportunity Management (‘IOE’) bieden gokdiensten aan via het internet en hebben door middel van Portugese wetgeving een boete opgelegd gekregen omdat zij binnen de staatsmonopolie op gokdiensten zou opereren. Op grond van artikel 8 lid 1 Richtlijn 98/34/EG moeten lidstaten elk ontwerp voor een technisch voorschrift meedelen aan de Europese Commissie. Niet-nakoming van die verplichting is een zeer ernstige procedurefout, die wordt bestraft met de niet-toepasselijkheid van deze technische voorschriften. De vraag is of de wettelijke bepaling een ‘technisch voorschrift’ is. Artikel 1 punt 11 Richtlijn 98/34/EG, gelezen in samenhang met artikel 1 punt 5 van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat een nationale wettelijke regeling waarin is bepaald dat het aan een overheidsinstantie verleende exclusieve recht om voor het gehele nationale grondgebied bepaalde kansspelen te exploiteren zich mede uitstrekt tot de exploitatie van deze spelen op het internet, een ‘technisch voorschrift’ is in de zin van eerstgenoemde bepaling. Het feit dat dit technisch voorschrift niet is meegedeeld aan de Europese Commissie ex artikel 8 lid 1 van die richtlijn, heeft tot gevolg dat de regeling niet kan worden tegengeworpen aan particulieren.

IT 3286

Onrechtmatige uitlatingen over thuiszorginstelling

Rechtbank 4 okt 2017, IT 3286; ECLI:NL:RBNHO:2017:11722 (Ambachtzorg tegen gedaagden), http://www.itenrecht.nl/artikelen/onrechtmatige-uitlatingen-over-thuiszorginstelling

Rechtbank Noord-Holland 4 oktober 2017, IEF 19523, IT 3286; ECLI:NL:RBNHO:2017:11722 (Ambachtzorg tegen gedaagden) Onrechtmatige uitlatingen. Ambachtzorg, een kleine thuiszorginstelling, had bij de voorzieningenrechter een kort geding aanhangig gemaakt tegen gedaagden omdat gedaagden stelselmatig en publiekelijk onjuiste, negatieve, smadelijke en lasterlijke informatie zouden hebben gepubliceerd over Ambachtzorg. Omdat de uitlatingen dateerden vlak na het overlijden van de vader van gedaagden, werden de uitingen niet als onrechtmatig beschouwd. Na het vonnis van de voorzieningenrechter hebben gedaagden wederom meerdere uitlatingen gedaan over Ambachtzorg. Daarin suggereerden gedaagden onder meer dat Ambachtzorg een streng verpleegregime heeft tegen de wil van de vader en zich schuldig zou maken aan dwangverpleging en ouderenmishandeling. Geoordeeld wordt dat gedaagden zich meermalen op onrechtmatige wijze hebben uitgelaten over Ambachtzorg. Het is voldoende aannemelijk geworden dat gedaagden hiermee de eer en goede naam van Ambachtzorg hebben aangetast. Gedaagden moeten de onrechtmatige uitlatingen op internet over Ambachtzorg staken, op straffe van een dwangsom.

IT 3251

Dungs.nl maakt inbreuk op merkenrecht Karl Dungs

Hof 21 apr 2020, IT 3251; ECLI:NL:GHDHA:2020:1657 (ITT tegen Karl Dungs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/dungs-nl-maakt-inbreuk-op-merkenrecht-karl-dungs

Hof Den Haag 21 april 2020, IEF 19433, IT 3251; ECLI:NL:GHDHA:2020:1657 (ITT tegen Karl Dungs) Domeinnaamrecht. Merkenrecht. Zie eerder [IEF 18133], [IEF 17998], [IEF 17017] en [IEF 15548]. Beslissing na terugverwijzing door de Hoge Raad. Karl Dungs is houdster van het Uniewoordmerk DUNGS. ITT gebruikt de domeinnaam dungs.nl waar producten van het merk DUNGS worden aangeboden. Het uitgangspunt is dat de domeinnaamhouder alleen gedwongen kan worden de domeinnaam aan een ander over te dragen, als hij daartoe rechtens verplicht is. Die plicht kan berusten op een overeenkomst of ontstaan omdat registratie of gebruik van de domeinnaam jegens de ander onrechtmatig is, zoals wanneer daardoor inbreuk wordt gemaakt op een merkenrecht van de ander. Het gaat erom of door het gebruik van het merk DUNGS in de domeinnaam door ITT de indruk kan worden gewekt dat er een commerciële band bestaat tussen ITT en Karl Dungst. De tekst op de website wekt de indruk dat er een bijzondere samenwerkingsverband bestaat tussen ITT en Karl Dungs. ITT heeft met de domeinnaam dungs.nl derhalve inbreuk gemaakt op het Uniemerkenrecht van Karl Dungs. Karl Dungs handelde niet onrechtmatig door de domeinnaam aan zich te laten overdragen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 december 2015 [IEF 15548].

IT 3244

Geen inbreuk sterk gelijkende domeinnaam als handelsnaam

Rechtbank 3 sep 2020, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-inbreuk-sterk-gelijkende-domeinnaam-als-handelsnaam

Vzr. Rechtbank Limburg 3 september 2020, IEF 19423, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran) Kort geding. Handelsnaamrecht. De domeinnaam “[domeinnaam 1]” staat sinds 2009 geregistreerd bij de SIDN op naam van een (voormalige) eenmanszaak van de bestuurder en enig aandeelhouder van Terhagen. Terhagen heeft met Witran in 2015 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Witran tot juni 2020 het alleenrecht heeft op exploitatie van [domeinnaam 1]. Witran heeft in juni 2020 [domeinnaam 2] laten registreren bij de SIDN en voert tevens de handelsnaam "[domeinnaam 2]". Terhagen vordert veroordeling van Witran om de handelsnaam [domeinnaam 2], dan wel [domeinnaam 1], te verwijderen van al haar bedrijfsuitingen en deze naam op geen enkele wijze meer te bezigen op grond van art. 5 Hnw. Centraal staat de vraag of Witran met het gebruik van [domeinnaam 2] en de handelsnaam “[domeinnaam 2]” inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van Terhagen. Terhagen heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het handelsnaamrecht op [domeinnaam 1] heeft verworven, noch heeft zij aangetoond dat de handelsnaam ooit door haar zelf is gevoerd, zodat de vorderingen worden afgewezen.

IT 3241

YouTube mocht video’s met desinformatie Covid-19 verwijderen

Rechtbank 9 sep 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/youtube-mocht-video-s-met-desinformatie-covid-19-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 september 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube) Mediarecht. Vrijheid van meningsuiting. Kort geding. Eiser 1 heeft interviews gehouden met eiser 2, een huisarts, die op het YouTube-kanaal van burgerjournalistiek platform Café Weltschmerz zijn geplaatst. In de video’s wordt gesteld dat het geneesmiddel Hydroxychloroquine werkt tegen Covid-19. YouTube heeft de interviews verwijderd op grond van het door haar opgestelde ‘Beleid tegen misleidende medische informatie over COVID-19’. Eisers vorderen samengevat YouTube te veroordelen de video’s terug te plaatsen. Volgens eisers grijpt YouTube te diep in op hun vrijheid van meningsuiting en pleegt zij daarmee censuur. Strikte toepassing door YouTube van haar beleid om uitsluitend content die in lijn is met de WHO en het RIVM toe te laten wordt te beperkt geacht, maar het gaat erom hoe YouTube haar beleid inzet. De interviews worden als desinformatie aangemerkt en mochten derhalve door YouTube worden verwijderd. De vorderingen van eisers worden afgewezen.

IT 3233

Negatieve uitlatingen op Facebook toch niet onrechtmatig

Hof 18 aug 2020, IT 3233; ECLI:NL:GHARL:2020:6557 (Appellant tegen Koster), http://www.itenrecht.nl/artikelen/negatieve-uitlatingen-op-facebook-toch-niet-onrechtmatig
Facebook

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 augustus 2020, IT 3233; ECLI:NL:GHARL:2020:6557 (Appellant tegen Koster) Mediarecht. Privacy. Onrechtmatige uiting. Appellant heeft met bouwbedrijf Koster een aannemingsovereenkomst gesloten voor een door Koster nieuw te bouwen woning. Tijdens de werkzaamheden is tussen partijen een geschil ontstaan, waarop Koster de overeenkomst heeft ontbonden. In een tussenvonnis in de bodemprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat Koster het werk in onvoltooide staat heeft mogen beëindigen, waarna appellant een boos bericht met video-opname op zijn Facebook-pagina heeft geplaatst. De rechtbank heeft in het vonnis in incident appellant veroordeeld het bericht en de video-opname te verwijderen van Facebook. Appellant vordert vernietiging van het vonnis in incident en beroept zich daarbij op de vrijheid van vereniging. Appellant wordt daarin niet gevolgd. Het gaat hier om een belangenafweging tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eer en goede naam. Koster heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bericht met de video-opname de eer en goede naam van Koster serieus aantast. Het vonnis in incident wordt vernietigd. De vorderingen van Koster in incident worden alsnog afgewezen.