Internet

IT 3193

Conclusie A-G: YouTube niet aansprakelijk voor illegaal uploaden

HvJ EU 16 jul 2020, IT 3193; ECLI:EU:C:2020:586 (Frank Peterson tegen Google en YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-youtube-niet-aansprakelijk-voor-illegaal-uploaden

HvJ EU conclusie A-G 16 juli 2020, IEF 19333, IT 3193, IEFbe 3109; ECLI:EU:C:2020:586 (Frank Peterson tegen Google en YouTube) Frank Peterson, een muziekproducent, heeft een procedure aangespannen tegen YouTube en moederbedrijf Google voor de Duitse rechtbanken met betrekking tot het uploaden naar YouTube van muziek van zangeres Sarah Brightmann, waarop hij beweert verschillende rechten te hebben. Het materiaal is geüpload door gebruikers van dat platform zonder zijn toestemming. Volgens de advocaat-generaal zijn online platforms zoals YouTube, niet direct aansprakelijk voor het illegaal uploaden van beschermde werken door de gebruikers van die platforms.

IT 3184

Consumentenbond: Facebook moet gebruikers compenseren

De Consumentenbond en Data Privacy Stichting (DPS) beginnen een massaclaim tegen Facebook voor een financiële compensatie voor het jarenlang schenden van de privacy van Nederlandse gebruikers. Zij roepen consumenten op zich aan te sluiten bij deze actie. Facebook verzamelde jarenlang privégegevens van gebruikers en verkocht deze zonder toestemming aan adverteerders en appmakers. Hiermee heeft Facebook haar gebruikers misleid: het bedrijf stelde dat gebruik van het platform gratis zou zijn, maar feitelijk gezien betaalden gebruikers met hun gegevens. Op deze manier heeft Facebook zich ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van haar gebruikers.

Lees verder op Consumentenbond.nl.

IT 3182

Recht op privacy wijkt voor recht op informatievrijheid

Hof 23 jun 2020, IT 3182; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/recht-op-privacy-wijkt-voor-recht-op-informatievrijheid

Hof Amsterdam 23 juni 2020 IT 3182; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde) Privacyrecht. Bij het googelen van de naam van geïntimeerde (plastisch chirurg), verschenen tussen de zoekresultaten koppelingen naar onder meer www.zwartelijstartsen.nl en www.drimble.nl met vermelding van de naam van geïntimeerde, haar BIG-nummer, haar specialisme en de uitspraak van het Tuchtcollege. Geïntimeerde verzocht Google de koppelingen te verwijderen. Google wees dit verzoek af en stelde dat de URL’s in de zoekresultaten gerechtvaardigd worden door het wezenlijk belang van het grote publiek hier toegang tot te hebben. Het Hof oordeelt - in tegenstelling tot de rechtbank - dat het recht op informatievrijheid van Google en derden hier zwaarder weegt dan het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens van geïntimeerde. Hoewel uit vaste rechtspraak (HR X/Google en HvJEU Costeja) volgt dat in beginsel het recht op informatievrijheid van het publiek moet wijken voor het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens, zijn er volgens het Hof in deze zaak bijzondere omstandigheden die ervoor zorgen dat in dit geval het recht op informatievoorziening wint. Allereerst omdat de arts een kwetsbare groep patiënten behandelt met weinig behandelopties, die eenvoudig en online toegang moeten hebben tot informatie over de voor- en nadelen van hun arts. Ten tweede wordt het BIG-register, met daarin aantekening van aan een arts opgelegde maatregelen, in de praktijk nauwelijks door patiënten geraadpleegd. Daarnaast behelst de Wet BIG geen regels over wat derden mogen publiceren of vindbaar maken over tuchtrechtelijke maatregelen. Tot slot is de vermelding van de arts op de ‘zwarte lijst’ van SIN-NL, waarnaar de zoekresultaten verwijzen, volgens het Hof recent, relevant, feitelijk, niet onnodig grievend en actueel. Derhalve hoeft Google de zoekresultaten niet te verwijderen.

IT 3177

Wetsvoorstel: consumenten moeten recht krijgen op software- en beveiligingsupdates

rijksover

In het wetsvoorstel van minister Dekker en staatssecretaris Keijzer staat dat consumenten bij de aankoop van slimme apparaten zoals smart tv’s, printers, camera’s, babyfoons en digitale horloges recht moeten krijgen op software- en beveiligingsupdates. Dit geldt ook voor games, applicaties en streamingsdiensten. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State te zenden. Met de verplichting voor verkopers om deze updates te leveren, moet worden voorkomen dat apparaten of diensten na verloop van tijd minder goed werken, omdat er dan geen nieuwe updates meer komen. Zo blijft de consument langer verzekerd van de juiste ondersteuning. Het wetsvoorstel is een implementatie van de Europese richtlijnen over de verkoop van goederen en levering van digitale inhoud en diensten.

Lees verder op Rijksoverheid.nl.

IT 3159

Bevel tot blokkeren van websites The Pirate Bay

Hof 2 jun 2020, IT 3159; ECLI:NL:GHAMS:2020:1421 ((Ziggo en XS4all tegen Brein)), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bevel-tot-blokkeren-van-websites-the-pirate-bay

Hof Amsterdam 2 juni 2020, IEF 19248, IT 3159; ECLI:NL:GHAMS:2020:1421 (Ziggo en XS4all tegen Brein) Auteursrecht. Vervolg op HR 29 juni 2018 [IT 2592]. Bevel tegen internetproviders tot blokkering van IP-adressen en domeinnamen die toegang bieden tot websites van The Pirate Bay waarmee inbreuk op auteursrecht wordt gemaakt (art. 26d Aw en art. 15e Wnr). De regels uit HvJ EU UPC/Telekabel Wien [IT 1470] worden toegepast. Zijn de door Brein gevorderde bevelen verenigbaar met het rechtvaardige evenwicht tussen de drie grondrechten: de (intellectuele) eigendom, de informatievrijheid en de vrijheid van ondernemerschap? Er wordt geoordeeld dat dit het geval is. Aan de dubbele voorwaarde wordt voldaan. Er is sprake van niet nodeloos ontzeggen van toegang tot rechtmatige informatie, en van verhinderen of serieus ontmoedigen van toegang tot beschermde werken.

IT 3148

Kamerstuk: brief internetcriminaliteit van minister Grapperhaus

Op 20 mei heeft minister Grapperhaus aan de voorzitter van de Tweede Kamer de brief internetcriminaliteit gestuurd. Hierin gaat hij in op enkele belangrijke dilemma's bij de aanpak van internetcriminaliteit.

Zo zal ik in deze brief ingaan op de relatie tussen de opsporing en het behouden van het open en vrije karakter van het internet. Dit geldt zowel voor de toegang daartoe als de bewegingsvrijheid er op, inclusief de bescherming van de privacy van gebruikers. Mijn inzet is er ten eerste op gericht om de online anonimiteit van verdachten van strafbare feiten zoveel mogelijk weg te nemen, zonder daarbij het open karakter van het internet aan te tasten.
Ten tweede span ik mij, zowel op nationaal als op Europees en internationaal niveau, in voor het veilig gebruik van een open internet, onder andere door het schoonhouden daarvan, en aan een effectieve preventieve aanpak en opsporing van strafbare feiten. Dit is deels een klassieke opsporingstaak, maar gaat vaak ook in samenwerking met service providers en aanbieders van content, die hier ook een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Die verantwoordelijkheid wordt steeds meer genomen, hetgeen ik toejuich. Daar waar dat niet geval is spreek ik hen er op aan en werk ik aan het uitbreiden van de wettelijke instrumenten, waarbij een goede balans moet worden gevonden tussen de belangen van alle betrokken partijen.
Tot slot werk ik in internationaal verband aan het vergroten van de mogelijkheden om grensoverschrijdende opsporing in samenhang met andere landen te versnellen en te vergemakkelijken. Het grootste deel van het internetgebruik is inherent grensoverschrijdend van karakter en dit levert obstakels op voor de opsporing in Nederland, net zoals dat obstakels in andere landen oplevert.

Lees verder op Tweede Kamer.nl.

IT 3140

Is een digitale opslagruimte een gegevensdrager?

Hoge Raad 12 mei 2020, IT 3140; ECLI:NL:HR:2020:799 (Digitale opslagruimte), http://www.itenrecht.nl/artikelen/is-een-digitale-opslagruimte-een-gegevensdrager

HR 12 mei 2020, IT 3140; ECLI:NL:HR:2020:799 (Digitale opslagruimte) Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte “een gegevensdrager, te weten een digitale opslagruimte (Skydrive)” in zijn bezit heeft gehad, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is gemotiveerd. De vraag die gesteld wordt aan de Hoge Raad is: ‘Is een digitale opslagruimte een gegevensdrager a.b.i. art. 240b Sr?’

Er wordt overwogen dat er, in het geval van digitale opslag door gebruik van een clouddienst, onderscheid moet worden gemaakt tussen de voor de gebruiker beschikbare digitale opslagruimte en de gegevensdrager waarop die opslagruimte zich bevindt. Volgens de wetsgeschiedenis heeft de term 'bezit' a.b.i. art. 240b SR een fysieke connotatie, dus heeft het Hof dit verkeerd beoordeeld door bewezen te verklaren dat verdachte  “een gegevensdrager, (...) te weten een digitale opslagruimte (Skydrive)” in zijn bezit heeft gehad.

Doordat er bewezen is verklaard dat verdachte een latop in bezit had, leidt dit niet tot cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat, indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklaring vervalt, de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, terwijl ook de kwalificatie van het bewezenverklaarde ongewijzigd blijft. Het beroep wordt verworpen.

IT 3132

Inbreuk door publiceren van sexy foto's uit fotoshoot

Rechtbank 1 mei 2020, IT 3132; ECLI:NL:RBROT:2020:4296 (Boudoir fotoshoot), http://www.itenrecht.nl/artikelen/inbreuk-door-publiceren-van-sexy-foto-s-uit-fotoshoot

Ktr. Rechtbank Rotterdam 1 mei 2020, IEF 19199, IT 3132; ECLI:NL:RBROT:2020:4296 (Boudoir fotoshoot) Gedaagde is bruidsfotograaf en beheert, onder andere, de website. Op 4 september 2017 heeft eiseres deelgenomen aan een in opdracht van eiseres door gedaagde uitgevoerde boudoir fotoshoot, op de website van gedaagde omschreven als ‘een romantische fotoshoot met een sexy randje’. Eiseres stelt dat gedaagde meervoudig inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van eiseres door het verveelvoudigen c.q. publiceren en/of openbaar maken. Gedaagde publiceerde namelijk in totaal 9 in opdracht van eiseres vervaardigde foto’s, zonder nadrukkelijke toestemming van eiseres. Daarnaast maakte gedaagde de foto’s openbaar door middel van plaatsing op de website en/of op social media platforms. Ook stelt ze dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres gelden en nog te leiden (immateriële) schade als gevolg van de meervoudige inbreuk op het portretrecht.