Internet

IT 3006

Conclusie A-G in publicatiezaak

Hoge Raad 20 dec 2019, IT 3006; ECLI:NL:PHR:2019:1362 (Echtpaar tegen auteur), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-publicatiezaak

Conclusie AG HR 12 december 2019, IEF 18942; ECLI:NL:PHR:2019:1362 (Echtpaar tegen Auteur) Een echtpaar is in Panama betrokken geweest bij een commercieel herbebossingsproject. Over dit echtpaar zijn op internet meerdere publicaties verschenen. De auteur van deze verhalen is in Panama veroordeeld wegens ‘misdrijven tegen de persoonlijke eer’. Thans heeft het echtpaar ook de auteur gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam. Volgens de dagvaarding, die openbaar is betekend, had de auteur geen bekende woon- of verblijfplaats. De vorderingen werden bij verstek toegewezen. Nadat dit vonnis openbaar was betekend is de auteur in verzet gekomen en heeft reconventionele vorderingen ingesteld. De rechtbank heeft het verstekvonnis vernietigd en zichzelf onbevoegd verklaard, nu onvoldoende gesteld en onderbouwd is dat de schade in Nederland is geleden. Het Hof heeft in dezelfde lijn geoordeeld. 

IT 2995

Vergeetrecht huisjesmelker afgewezen

Hof 24 dec 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vergeetrecht-huisjesmelker-afgewezen

Gerechtshof Den Haag 24 december 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google) Appellant beroept zich op het vergeetrecht in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en verzoekt Google om 36 weblinks, waarin bijzondere en strafrechtelijke gegevens worden verwerkt en die voortkomen uit de zoekopdracht naar zijn naam, uit de zoekresultaten te verwijderen. Het verzoek wordt afgewezen. Hierbij wordt overwogen dat volgens het GC/CNIL-arrest en artikel 17, derde lid, onder a) AVG het recht op gegevenswissing is uitgesloten wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van het recht op vrijheid van informatie. In deze uitspraak is het strikt noodzakelijk, omdat de publicaties melden dat appellant een “huisjesmelker” is en dat hij strafrechtelijk, bestuursrechtelijk en/of civielrechtelijk is aangepakt en/of veroordeeld voor een aantal huurproblemen. Gelet op de actuele discussie in het maatschappelijk en politiek debat over misstanden met huisjesmelkers in de huursector is de informatie die is gepubliceerd over appellant relevant en valt zonder meer onder vrijheid van informatie van het publiek. Tot slot hebben de gegevens die gaan over het contactverbod die appellant aanvoert als strafrechtelijke gegevens geen punitief karakter en gaat het om een civielrechtelijke maatregel.

IT 2996

Betaalde samenwerking vlogger en Hoeksche Hoeve resulteert wél in reclame-uiting

Overige instanties 20 dec 2019, IT 2996; 2019/00696 (Aanklager tegen Vlogger en Hoeksche Hoeve), http://www.itenrecht.nl/artikelen/betaalde-samenwerking-vlogger-en-hoeksche-hoeve-resulteert-w-l-in-reclame-uiting

Reclame Code Commissie 20 december 2019, IE 18928, IT 2996; 2019/00696 (Aanklager tegen Vlogger en Hoeksche Hoeve) Vlogger en Hoeksche Hoeve worden aangeklaagd omdat zij volgens aanklager in een vlog reclame maken voor het merk Boerderijchips, zonder te vermelden dat er sprake is van een betaalde samenwerking. Hoeksche Hoeve verweert zich met de stelling dat de vlog een informatief karakter heeft. Dit treft echter geen doel, omdat voor de vraag of er sprake is van reclame niet relevant is of er continu of alleen op bepaalde momenten in de vlog reclame in de zin van artikel 1 Nederlandse Reclame Code wordt gemaakt. De vlog is meer dan alleen informatief, omdat het Boerderijchips-logo meerdere malen duidelijk zichtbaar is. Daarnaast volgt uit de overeenkomst tussen vlogger en Hoeksche Hoeve dat vlogger een bepaald geldbedrag zou ontvangen voor de gemaakte reclame. Dit toont aan dat er sprake is van een Relevante Relatie in de zin van artikel 3 Reclame Code Social Media (RSM) tussen vlogger en Hoeksche Hoeve. Deze relatie moet volgens datzelfde artikel worden genoemd in de vlog of in de beschrijving ervan. Tot slot heeft Hoeksche Hoeve zich niet gehouden aan de zorgplicht beschreven in artikel 6 RSM. Dat Hoeksche Hoeve naar eigen zeggen geen invloed heeft kunnen uitoefenen op de inhoud van de vlog doet hier niet aan af.

IT 2993

Airbnb is een informatiedienst en geen vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 dec 2019, IT 2993; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb), http://www.itenrecht.nl/artikelen/airbnb-is-een-informatiedienst-en-geen-vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18925, IT 2993, IEFbe 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb) De Franse vereniging voor accommodatie en toerisme klaagt Airbnb aan wegens het verrichten van vastgoedactiviteiten zonder beroepskaart die volgens de wet-Hoguet verplicht is. Airbnb ontkent dat zij activiteiten van een vastgoedmakelaar uitoefent. Bovendien stelt zij dat de wet-Hoguet onverenigbaar is met de richtlijn 2000/31, de wet zou niet van toepassing zijn op de onderhavige zaak. Het Hof van Justitie gaat mee met de standpunten van Airbnb en stelt dat Airbnb hoofdzakelijk een tool is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Er wordt vastgesteld dat Airbnb de prijzen van de aangeboden accommodaties niet bepaalt, en evenmin een selectie maakt van verhuurders of accommodaties die worden aangeboden op haar website. Airbnb moet daarom worden gekwalificeerd als “dienst van de informatiemaatschappij” in de zin van richtlijn 2000/31. Verder wordt gesteld dat de wet-Hoguet niet van toepassing is op de zaak, omdat de Frankrijk heeft verzuimd kennis te geven van de betreffende wet aan Airbnb Ireland, waardoor er niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 4 van richtlijn 2000/31.

IT 2981

Boete KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile voor onduidelijke websites

Overige instanties 30 dec 2019, IT 2981; (ACM tegen KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile), http://www.itenrecht.nl/artikelen/boete-kpn-tele2-vodafone-en-t-mobile-voor-onduidelijke-websites

ACM 30 december 2019 (ACM tegen KPN, Tele2, Vodafone en T-Mobile) Internet. Onvolledige informatie. Concurrentie. De vier telecomaanbieders worden door de ACM beboet wegens onjuiste en onvolledige informatie over hun aanbod op hun webistes. Dit kan leiden tot oneerlijke concurrentie. 

IT 2979

Website Booking.com moet duidelijker

Overige instanties 20 dec 2019, IT 2979; (Booking.com tegen ACM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/website-booking-com-moet-duidelijker

ACM 20 december 2019, RB 3371, IT&R 2979 (Booking.com tegen ACM) Online misleiding. Na optreden van de ACM en andere Europese consumententoezichthouders moet Booking.com haar website aanpassen. De website moet duidelijker zijn om misleiding van consumenten de voorkomen. Booking.com heeft toegezegd de aanpassingen door te zullen voeren.

IT 2941

Voegingsincident ex artikel 222 Rv toegewezen

Rechtbank 23 okt 2019, IT 2941; ECLI:NL:RBDHA:2019:11176 (Eiser tegen Formlabs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/voegingsincident-ex-artikel-222-rv-toegewezen

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 18814, IT 2942; ECLI:NL:RBDHA:2019:11176 (Eiser tegen Formlabs) Eiser is een kleine ondernemer in de edelsmederij. Hij heeft ongeveer 10 jaar geleden de naam Formlabs bedacht en sindsdien gebruikt ter aanduiding van zijn eenmanszaak. Hij heeft het woordmerk met een bijbehorend beeldmerk als Beneluxmerken laten registreren. Daarna heeft hij de domeinnaam laten registreren. Formlabs heeft de domeinnaam Formlabs.com in de VS laten registreren. Formlabs heeft het woordmerk bij het WIPO laten registreren en het voeren van de door hem geregistreerde domeinnamenn aangevochten bij het WIPO Arbitration and Mediation Center. Bij arbitraal vonnis is bepaald dat eiser de domeinnamen moest overdragen aan Formlabs. Volgens eiser moet de bestreden uitspraak overeenkomstig de WIPO arbitrageregels ongedaan worden gemaakt, omdat de uitspraak tot stand is gekomen in strijd met het recht op een eerlijk proces van eiser. Er was volgens eiser geen redelijke termijn gehanteerd voor een verweer, de voertaal Engels was een beletsel voor eiser en er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden voordat de uitspraak schriftelijk is gewezen. Er is tot voeging overgegaan. De beslissing in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak is gewezen.

IT 2933

Publicaties op zwarte lijsten artsen en rechters zijn onrechtmatig

Rechtbank 25 okt 2019, IT 2933; ECLI:NL:RBMNE:2019:4954 (OM tegen SIN-NL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/publicaties-op-zwarte-lijsten-artsen-en-rechters-zijn-onrechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland 25 oktober 2019, IT 2933; ECLI:NL:RBMNE:2019:4954 (OM tegen SIN-NL.) SIN-NL is een stichting die zich inzet voor de verbetering van de positie van slachtoffers van medische fouten of hun nabestaanden, alsmede voor de patientenveiligheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. SIN-NL publiceert op het internet een 'zwarte lijst artsen' en een 'zwarte lijst rechters'. Op de lijsten zijn namen van personen of organisaties binnen de gezondheidszorg en overheid vermeld, die volgens SIN-NL tuchtrechtelijk, strafrechtelijk of anderszins verwijtbaar handelen. Mevrouw A was officier van justitie in een strafzaak waarin X werd vervolgd voor smaad, laster en/of belediging van een neuroloog. Haar naam staat sindsdien op de zwarte lijst van artsen. Bij het artikel is ook een foto van haar geplaatst. Tevens staat haar naam in vier berichten op de zwarte lijst van rechters vermeld. De uitlatingen over mevrouw A zijn onrechtmatig: het zijn ernstige beschuldigingen, die als feitelijk waar worden gepresenteerd, maar die niet kloppen. Daarnaast is op de lijsten de naam van eiser 2 vermeld, een journalist die alleen op de lijst staat, omdat hij bij de publieke omroep werkt. Ook al is dit wél juist, er ontbreekt een duidelijke aanleiding om specifiek over hem te berichten. Hij is met A getrouwd, maar dit is niet reden genoeg om over hem in deze context te berichten. De foto had niet zonder de toestemming van A mogen worden gepubliceerd, waardoor inbreuk is gemaakt op het portretrecht van A. Daarnaast zijn de publicaties volgens het OM in strijd met de AVG, hetgeen niet is tegengesproken door gedaagden.