DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

IT 5269

Rb. Den Haag: publicatie beeldmateriaal kind en informatie uit jeugdbeschermingsdossier onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 23 apr 2026, IT 5269; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 (([eiseres] tegen [gedaagde])), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rb-den-haag-publicatie-beeldmateriaal-kind-en-informatie-uit-jeugdbeschermingsdossier-onrechtmatig

Rb. Den Haag 23 april 2026, IEF23558; ECLI:NL:RBDHA:2026:9790 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag vindt dat [gedaagde], een rapper met een groot bereik op social media, onrechtmatig handelde met berichten over [eiseres] en het kind van [eiseres]. [eiseres] en [gedaagde] hadden in 2024 een korte relatie, waaruit in 2025 een kind is geboren. Alleen [eiseres] heeft het gezag. [gedaagde], actief als artiest op onder meer Instagram, TikTok, Snapchat en YouTube, is kort voor deze zaak strafrechtelijk veroordeeld voor onder meer bedreiging. Hij kreeg daarbij ook een contactverbod met [eiseres]. Daarna plaatste hij via zijn socialmediakanalen verschillende berichten. Zo deelde hij beeldmateriaal van het kind, combineerde dat met een audio-opname van de slachtofferverklaring van [eiseres], publiceerde informatie uit een jeugdzorgdossier en deed uitspraken over de geestelijke gezondheid van [eiseres] en een vermeende weigering van een DNA-test. Volgens de voorzieningenrechter is er spoed, omdat online publicaties zich snel verspreiden en blijvend zijn, zeker gezien het grote bereik van [gedaagde]. Voor het delen van persoonsgegevens van een kind onder de 16 jaar is toestemming nodig van de wettelijk vertegenwoordiger. Zonder die toestemming is publicatie in principe onrechtmatig. Dat geldt ook voor het gebruik van een geblurde afbeelding in een videoclip. In deze context is het kind toch herkenbaar, onder meer omdat dezelfde afbeelding eerder ongeblurd is gedeeld en wordt gebruikt bij uitspraken over vaderschap. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het kind weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij artistieke vrijheid en inkomsten uit de videoclip.

IT 5267

Hof gelast bewijslevering in geschil over ontwikkeling digitale taxatietool

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 apr 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-gelast-bewijslevering-in-geschil-over-ontwikkeling-digitale-taxatietool

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IT 5267; ECLI:NL:GHARL:2026:2284 (Visualmedia tegen [geïntimeerde]). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een geschil over de ontwikkeling van een digitale taxatietool geoordeeld dat nog niet kan worden vastgesteld of softwareontwikkelaar Visualmedia tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Het hof laat opdrachtgever [geïntimeerde], een bedrijfsmakelaar, toe tot bewijslevering over gestelde tekortkomingen bij de ontwikkeling van de applicatie. Partijen sloten eind 2018 een overeenkomst voor de ontwikkeling van een digitale taxatietool voor commercieel vastgoed. De tool moest taxatiegegevens via SBR Nexus in XBRL-formaat kunnen aanleveren aan banken. Volgens [geïntimeerde] had Visualmedia toegezegd een volledige taxatietool te ontwikkelen die beter zou zijn dan de bestaande NVM-tool Flux. Ook stelde hij dat de ontwikkeling veel duurder uitviel dan aanvankelijk begroot en dat uiteindelijk geen bruikbaar eindresultaat werd opgeleverd. Visualmedia betwistte dat sprake was van een resultaatsverbintenis. Volgens het web- en marketingbureau zag de oorspronkelijke offerte slechts op een basisversie van de software, ontwikkeld in sprints, waarbij tussentijds steeds aanvullende wensen en werkzaamheden werden toegevoegd.

IT 5266

Raad van State: hyperlinks naar fysieke vestigingen op gokwebsite kwalificeren als reclame

Overige instanties 22 apr 2026, IT 5266; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa), https://www.itenrecht.nl/artikelen/raad-van-state-hyperlinks-naar-fysieke-vestigingen-op-gokwebsite-kwalificeren-als-reclame

Raad van State 22 april 2026, RB 4008; IT 5266; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Kansspelautoriteit (Ksa) Holland Casino terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens verboden reclame-uitingen op haar online kansspelinterface. Centraal stond de vraag of hyperlinks naar fysieke vestigingen en restaurants van Holland Casino op de website voor online kansspelen kwalificeren als “wervings- en reclameactiviteiten” in de zin van het Besluit kansspelen op afstand (Bkoa). Holland Casino beschikte sinds 1 oktober 2021 naast vergunningen voor fysieke casino’s ook over een vergunning voor online kansspelen. Op de online kansspelwebsite stonden navigatieknoppen met onder meer de teksten “vestigingen” en “restaurants”. Via deze hyperlinks konden bezoekers doorklikken naar pagina’s over de fysieke casino’s en horeca-activiteiten van Holland Casino. Volgens de Ksa was dit in strijd met artikel 4.2 lid 5 Bkoa, dat bepaalt dat op de kansspelinterface geen reclame mag worden gemaakt voor andere goederen of diensten dan de vergunde online kansspelen. Daarom legde de Ksa een last onder dwangsom van maximaal €25.000 op.

IT 5247

Verbod op negatieve reviews: herhaaldelijk plaatsen onder verschillende namen onrechtmatig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 apr 2026, IT 5247; ECLI:NL:RBZWB:2026:3455 ([eisende partij] tegen [gedaagde partijen]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/verbod-op-negatieve-reviews-herhaaldelijk-plaatsen-onder-verschillende-namen-onrechtmatig

Rb. Zeeland West-Brabant 17 april 2026, IEF 23515; IT 5247; ECLI:NL:RBZWB:2026:3455 ([eisende partij] tegen [gedaagde partijen]). In dit kort geding staat centraal of het plaatsen van meerdere negatieve online recensies over een vakantiewoning onrechtmatig is. Gedaagden hadden na klachten over hun verblijf herhaaldelijk negatieve reviews geplaatst op verschillende platforms, deels onder verschillende namen.

IT 5243

Ruime bescherming voor vrijheid van meningsuiting politici: ‘beetje Andrew Tate vibes’ toegestaan

Rechtbank Midden-Nederland 24 apr 2026, IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/ruime-bescherming-voor-vrijheid-van-meningsuiting-politici-beetje-andrew-tate-vibes-toegestaan

Rb. Midden-Nederland 24 april 2026, IEF 23511; IT 5243; ECLI:NL:RBMNE:2026:1870 ([eisende partij] tegen Volt en [gedaagde partij sub 2]). In dit kort geding staat de vraag centraal of uitlatingen van een politica tijdens een gemeenteraadsvergadering, en de daarna op social media, onrechtmatig zijn tegenover een verhuurder, [eisende partij]. De politica sprak onder meer over “Andrew Tate vibes” en kwalificeerde diens verhuurpraktijken als intimiderend. [eisende partij] verhuurde bijvoorbeeld enkel aan vrouwen.

IT 5238

Geen spoedeisend belang bij sextortion-vordering: beelden al verspreid

Rechtbank Gelderland 17 sep 28, IT 5238; ECLI:NL:RBGEL:2026:2749 ([naam vrouw] tegen [naam man]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-bij-sextortion-vordering-beelden-al-verspreid

Rb. Gelderland 24 maart 2026, IT 5238; ECLI:NL:RBGEL:2026:2749 ([naam vrouw] tegen [naam man]). In een kort geding tussen (ex-)echtgenoten vordert de vrouw onder meer een contactverbod en een verbod op verdere verspreiding van beeldmateriaal, stellende dat sprake is van sextortion. De man zou seksueel getinte beelden via een usb-stick met familieleden van de vrouw hebben gedeeld om haar onder druk te zetten in een vermogensgeschil.

IT 5229

Online handelsfraude via Marktplaats en Facebook

Rechtbank Gelderland 19 mrt 2026, IT 5229; ECLI:NL:RBGEL:2026:3064 (de officier van justitie tegen [verdachte]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/online-handelsfraude-via-marktplaats-en-facebook

Rb Gelderland 19 maart 2026, IT 5229; ECLI:NL:RBGEL:2026:3064 (de officier van justitie tegen [verdachte]). De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich in de periode van 23 maart 2021 tot en met 18 augustus 2022 schuldig heeft gemaakt aan online handelsfraude als bedoeld in artikel 326e Sr, doordat hij daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt. Hij bood via Marktplaats en Facebook goederen aan of reageerde op zoekadvertenties, liet kopers bedragen overmaken en leverde vervolgens niet, waarna kopers vaak werden genegeerd, geblokkeerd of met verdwenen accounts werden geconfronteerd. De rechtbank stelt vast dat sprake was van verkoop van goederen via een geautomatiseerd werk, met het oogmerk om zich zonder volledige levering van de betaling te verzekeren, en dat de grote hoeveelheid transacties met een sterk vergelijkbare modus operandi meebrengt dat sprake is van een gewoonte. Dat juist deze verdachte de dader was, leidt de rechtbank af uit het feit dat in alle 24 aangiftes gebruikte bankrekeningnummers en/of het gebruikte telefoonnummer aan hem konden worden gekoppeld, uit zijn eigen verklaring dat hij van dat telefoonnummer en WhatsApp gebruikmaakte, en uit zijn erkenning dat hij zich in elk geval bij de transacties rond de sidetable en de Huawei-telefoon als verkoper heeft voorgedaan. Het alternatieve scenario dat een ander, [naam], met gebruikmaking van zijn gegevens de fraude zou hebben gepleegd, verwerpt de rechtbank als onvoldoende concreet, niet onderbouwd en zonder begin van aannemelijkheid. Het bewezenverklaarde kwalificeert de rechtbank als: “een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren.”

IT 5223

Conclusie A-G Rantos inzake Meta/Commissie

HvJ EU 26 feb 2026, IT 5223; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta Platforms Ireland Ltd tegen Europese Commissie ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-rantos-inzake-meta-commissie

Conclusie A-G Hof van Justitie EU 26 februari 2026, IT 5223; IEFbe 4194; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta tegen Europese Commissie). In deze hogere voorziening vecht Meta arresten van het Gerecht aan over besluiten van de Europese Commissie om grote hoeveelheden interne documenten op te vragen voor mededingingsonderzoeken naar Facebook Marketplace en data-gebruik. De Commissie gebruikte hiervoor brede zoektermen, wat volgens Meta leidde tot het verzamelen van talloze irrelevante en privé-documenten. Meta stelt dat het 'noodzakelijkheidsbeginsel' is geschonden en dat de Commissie onvoldoende waarborgen biedt voor persoonsgegevens in zogenoemde 'gemengde documenten' (documenten met zowel zakelijke als persoonlijke informatie). De kern van de juridische discussie is of de Commissie redelijkerwijs mag aannemen dat dergelijke brede zoekopdrachten nodig zijn om inbreuken op het mededingingsrecht op te sporen, zelfs als er veel 'bijvangst' is.

IT 5212

Kantonrechter: ook het onbewust gebruik van een foto levert auteursrechtinbreuk op

Rechtbank Overijssel 3 apr 2026, IT 5212; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 (([eiser] tegen WOOD & STONES)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/kantonrechter-ook-het-onbewust-gebruik-van-een-foto-levert-auteursrechtinbreuk-op

Rb. Overrijsel 3 april 2026, IEF23482; ECLI:NL:RBOVE:2026:2019 ([eiser] tegen WOOD & STONES). In deze zaak veroordeelt de kantonrechter Wood & Stones B.V. tot betaling van schadevergoeding aan een professioneel fotograaf wegens het zonder toestemming en zonder naamsvermelding gebruiken van een foto op haar website. De kantonrechter stelt voorop dat de betreffende foto een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat de fotograaf als maker rechthebbende is. Vaststaat dat Wood & Stones de foto zonder toestemming heeft gebruikt én zonder naamsvermelding heeft gepubliceerd; daarom is er sprake van auteursrechtinbreuk, met daarnaast recht op aanvullende vergoeding wegens het ontbreken van naamsvermelding. Het verweer dat de foto via een klant is verkregen en dat er geen sprake was van opzet, wordt verworpen: ook gebruik ter goeder trouw kan een inbreuk van het auteursrecht opleveren.

IT 5200

Doorlinken van <hirschmann.nl> naar Smartmedia-site met verwijzing naar Managed Cloud Tv levert sub b-merkinbreuk op

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2026, IT 5200; ECLI:NL:RBDHA:2026:7136 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/doorlinken-van-hirschmann-nl-naar-smartmedia-site-met-verwijzing-naar-managed-cloud-tv-levert-sub-b-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 25 maart 2026, IEF 23464; IT 5200; ECLI:NL:RBDHA:2026:7136 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.). De rechtbank oordeelt dat IP Groep, maar niet Smartmedia, inbreuk heeft gemaakt op de HIRSCHMANN-merkrechten van Belden c.s. door de domeinnaam <hirschmann.nl> van in ieder geval 13 september 2024 tot en met 30 januari 2025 te gebruiken als doorlink naar www.smartmedia.nl. Op die website stond de tekst “Ontdek in de tussentijd alvast onze Managed Cloud Tv oplossing”, waarbij dat onderstreepte gedeelte weer doorlinkte naar www.managedcloudtv.com, waar de Managed Cloud Tv-diensten werden aangeboden. De rechtbank acht zich bevoegd voor zowel de Uniemerken als het Beneluxmerk. Van sub a-inbreuk is geen sprake, omdat de domeinnaam niet identiek is aan de ingeroepen merken: het teken bevat de extensie “.nl” en het Benelux woord-/beeldmerk bevat bovendien het element “multimedia”. Wel is sprake van sub b-inbreuk. Door het doorlinken ontstond een verband tussen de domeinnaam en de aangeboden diensten, zodat sprake was van gebruik in het economisch verkeer ter onderscheiding van diensten. Het teken <hirschmann.nl> stemt visueel en auditief in grote mate overeen met de HIRSCHMANN-merken; “HIRSCHMANN” is het enige bestanddeel van de Uniewoordmerken en het dominante bestanddeel van het Benelux woord-/beeldmerk, terwijl “multimedia” en “.nl” van ondergeschikte, beschrijvende betekenis zijn. De rechtbank oordeelt verder dat de Managed Cloud Tv-oplossing overeenstemt met onder meer de waren en diensten in klassen 9 en 42 waarvoor het Uniewoordmerk van Hirschmann en het Benelux woord-/beeldmerk van Belden zijn ingeschreven. Zij overweegt uitdrukkelijk dat die diensten niet overeenstemmen met de waren en diensten waarvoor het Uniewoordmerk van Belden is ingeschreven. Omdat daardoor reëel verwarringsgevaar bestaat, in die zin dat het publiek kan menen dat IP Groep een officiële wederverkoper is of anderszins commercieel met Belden c.s. is verbonden, wordt het gevorderde inbreukverbod tegen IP Groep toegewezen. Smartmedia maakt volgens de rechtbank geen merkinbreuk, omdat op haar website zelf de HIRSCHMANN-merken of daarmee overeenstemmende tekens niet voorkwamen. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, en de rechtbank laat in het midden of ook een beroep op art. 2.20 lid 2 sub d BVIE zou slagen.