Gepubliceerd op woensdag 7 oktober 2026
IT 5553
Rechtbank Rotterdam ||
23 sep 2026,
Rechtbank Rotterdam 23 sep 2026,, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/juridische-uitlegkwesties-over-earn-out-vallen-niet-onder-reikwijdte-bindendadviesprocedure

Juridische uitlegkwesties over earn-out vallen niet onder reikwijdte bindendadviesprocedure

Rb. Rotterdam 23 september 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.). Manus heeft alle aandelen in M&I Broadcast Services van [bedrijf] gekocht. De koopprijs bestond uit een vaste koopprijs van ongeveer € 7 miljoen en een Earn Out Payment van maximaal € 3 miljoen. Nadat partijen het niet eens werden over de berekening van de earn-out, hebben zij [naam adviseur] van Grant Thornton als bindend adviseur ingeschakeld. Nadat een concept bindend advies was uitgebracht, stelde Manus zich op het standpunt dat de adviseur buiten zijn opdracht was getreden doordat hij bepalingen uit de Share Purchase Agreement (SPA) juridisch had uitgelegd. Manus beëindigde daarop de bindendadviesprocedure en startte een arbitrageprocedure bij het NAI. [bedrijf] vordert in kort geding onder meer dat Manus de opschortings- en beëindigingsverklaringen intrekt en meewerkt aan voortzetting van de bindendadviesprocedure en dat Grant Thornton c.s. die procedure hervatten. Hoewel het geschil tussen [bedrijf] en Manus onder het arbitragebeding in de SPA valt, acht de voorzieningenrechter zich op grond van art. 1022c Rv absoluut bevoegd. De gevorderde voorzieningen richten zich namelijk ook tegen Grant Thornton c.s., die niet aan het arbitragebeding zijn gebonden. Omdat de vorderingen nauw met elkaar samenhangen en niet goed kunnen worden gesplitst, kan [bedrijf] in arbitrage niet dezelfde beslissingen verkrijgen als in dit kort geding.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Bij de uitleg van de SPA komt het aan op alle omstandigheden van het concrete geval en op de betekenis die partijen redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en van elkaar mochten verwachten. Van belang is daarbij dat de SPA tussen professionele partijen tot stand is gekomen na uitgebreide onderhandelingen en met professionele juridische bijstand. Uitgangspunt van de SPA is dat alle geschillen aan NAI-arbitrage zijn onderworpen; de bindendadviesprocedure vormt daarop een uitzondering en moet daarom in beginsel beperkt worden uitgelegd. De in de SPA en de Engagement omschreven “matters in dispute” kunnen volgens de voorzieningenrechter niet zo ruim worden opgevat dat daaronder ook alle daarmee samenhangende juridische uitlegkwesties vallen, waaronder de uitleg van “Second Anniversary Total Revenue” en art. 5.2(c) SPA. Uit art. 5.9 SPA volgt naar voorlopig oordeel dat de bindend adviseur deze begrippen moest toepassen zoals zij in de SPA zijn omschreven, en niet dat hij deze juridisch moest uitleggen. Dat de bindend adviseur juridisch advies mocht inwinnen, is onvoldoende om tot een andere uitleg te komen. Ook heeft Manus haar recht om zich op het arbitragebeding te beroepen niet verwerkt door tijdens de bindendadviesprocedure inhoudelijk op de juridische uitleg in te gaan. Een belangenafweging leidt evenmin tot voortzetting van de procedure, mede vanwege het risico dat de arbiter later een andere uitleg aan de SPA geeft en de bindendadviesprocedure daardoor geheel of gedeeltelijk opnieuw zou moeten worden gevoerd. Manus hoeft de beëindiging daarom niet in te trekken; ook de gevorderde schadevergoeding en de vordering tot hervatting van de bindendadviesprocedure door Grant Thornton c.s. worden afgewezen. [bedrijf] wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel Manus als Grant Thornton c.s., telkens begroot op € 2.101.

5.9.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen de “matters in dispute” niet zo ruim worden opgevat dat daaronder ook alle juridische uitlegkwesties die daarmee verband houden kunnen worden geschaard, zoals in dit geval de juridische uitlegkwestie wat precies moet worden begrepen onder Second Anniversary Total Revenue als bedoeld in artikel 5.1 van en bijlage 1 bij de SPA en, in het verlengde daarvan, wat precies valt onder artikel 5.2.c. van de SPA. Daarbij is allereerst van belang dat in de definitie van de Matters in Dispute in de Engagement niet de uitleg van die begrippen is vermeld.

De voorzieningenrechter heeft verder meegewogen dat uitzonderingen op de hoofdregel in beginsel beperkt moeten worden uitgelegd, zoals hiervoor al is overwogen.

Daar komt bij dat [bedrijf] en Manus in artikel 5.9 van de SPA uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat [naam adviseur] te allen tijde “[must] apply the term Second Anniversary Total Revenue as defined in this Agreement in conjunction with, in the order of priority as set out hereafter, (i) the Accounting Principles and (ii) Dutch GAAP”. [bedrijf] en Manus verwijzen daarmee in de eerste plaats naar bijlage 1 bij de SPA, waarin onder andere de begrippen Second Anniversary Total Revenue en Total Revenue nader zijn omschreven. Verder bevat de Agreement zelf, in 5.2.a tot en met d, nog een aantal verduidelijkingen van het begrip Total Revenue. Dit wijst erop dat het niet de bedoeling van partijen is geweest dat de bindend adviseur ( [naam adviseur] ) zelf duiding zou geven aan (de juridische uitleg van) het begrip Second Anniversary Total Revenue.

Het woord “apply” in artikel 5.9 van de SPA betekent toepassen. Naar voorlopig oordeel is daarmee bedoeld dat [naam adviseur] de begrippen Second Anniversary Total Revenue en Total Revenue moest toepassen zoals die in de SPA zijn omschreven en niet dat hij die begrippen moest uitleggen. Partijen hebben hun eigen, in de SPA met bijlage gegeven, uitleg van die begrippen destijds kennelijk voldoende geacht om toepassing daarvan op de situatie door een Register Accountant, die daarbij ook de Accounting Principles en GAAP mag betrekken, mogelijk te maken, zodat de accountant als bindend adviseur uiteindelijk in staat is het daarmee gemoeide bedrag te berekenen.

5.10.

Dat in artikel 5.11 van de SPA staat dat [naam adviseur] zich zo nodig door juridisch adviseurs (of anderen) mag laten bijstaan, is naar voorlopig oordeel niet meer dan een algemene toevoeging om de bindend adviseur enige armslag te geven om advies in te winnen als hij daaraan behoefte mocht hebben. Die bepaling is niet toegesneden op dit twistpunt en onvoldoende concreet; zij legt om die reden onvoldoende gewicht in de schaal om te concluderen dat is bedoeld om ook juridische uitlegkwestie rondom de berekening van de hoogte van de Earn Out Payment door [naam adviseur] te laten beslechten. In dat verband is van belang dat in de basis gekozen is voor geschillenbeslechting door het NAI, dat geëquipeerd is om juridische uitlegkwesties te beslechten. Tegen die achtergrond is er te weinig grond voor een uitleg die erop neerkomt dat [bedrijf] en Manus hebben bedoeld dat een uitlegkwestie zou moeten worden beslist door een Register Accountant als bindend adviseur, wiens expertise niet op juridisch terrein ligt.

5.11.

[bedrijf] heeft daar tegenover gesteld dat over die uitleg in de mondelinge toelichting bij de bindend adviseur uitvoerig en door beide partijen is gepleit, zonder dat Manus daar ooit heeft opgebracht dat dit de taak van de bindend adviseur te buiten ging. Het standpunt van [bedrijf] dat Manus daarmee haar recht heeft verwerkt om zich op het arbitragebeding te beroepen, wordt in het licht van het voorgaande gepasseerd. In de situatie waarin arbitrage in de SPA tot uitgangspunt wordt genomen en de bindend adviesprocedure daarop een uitzondering vormt, is voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking vereist dat Manus voldoende duidelijk heeft laten weten dat zij geen beroep meer zou doen op het arbitragebeding. Hoewel aan [bedrijf] kan worden toegegeven dat Manus gedurende de bindend adviesprocedure is ingegaan op de juridische uitleg van het begrip Second Anniversary Total Revenue, kan op grond daarvan naar voorlopig oordeel niet worden geconcludeerd dat Manus haar recht heeft verwerkt om zich nadien op het arbitragebeding te beroepen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat Manus heeft uitgelegd dat zij steeds slechts haar standpunt heeft onderbouwd en dat zij pas in het concept bindend advies zag dat/hoe [naam adviseur] het begrip Second Anniversary Total Revenue is gaan uitleggen. Hoewel [bedrijf] terecht aanvoert dat voor de hand had gelegen en door [bedrijf] ook verwacht mocht worden dat Manus dit aspect eerder en duidelijker aan de orde had gesteld, is dit onvoldoende voor het oordeel dat Manus zich vervolgens niet meer op het standpunt mocht stellen dat die uitlegkwestie in een arbitrageprocedure thuishoort.