IT 3586

Kredietregistratie rechtvaardigt nog niet een BKR-registratie

Rechtbank Amsterdam 22 april 2021, IT 3586; ECLI:NL:RBAMS:2021:3161 (Verzoeker tegen Rabobank) Verzoeker wil zijn BKR-registratie verwijderd zien. Hij kan op dit moment geen aanspraak maken op een hypotheeklening en een zakelijke leaseauto. Verzoeker is van mening dat hij financieel draagkrachtig genoeg is en dat de BKR-registratie niet gerechtvaardigd is. Hij heeft op grond van de AVG bezwaar gemaakt tegen deze manier van het verwerken van zijn persoonsgegevens, maar dit bezwaar is afgewezen. De rechtbank oordeelt, dat een enkele verwijzing naar de verplichting van de Rabobank om mee te werken aan kredietregistratie, onvoldoende is. Daarnaast heeft verzoeker voldoende onderbouwd waarom hij zou kunnen voldoen aan toekomstige betalingsverplichtingen. Rabobank dient de registratie te verwijderen. 

4.11. De verwerkingsverantwoordelijke (Rabobank) zal moeten aantonen dat in dit concrete geval aan haar belangen (zoals hiervoor omschreven onder 4.9) meer gewicht toekomt dan aan de belangen van de betrokkene ( [verzoeker] ). Daarvoor volstaat niet om in het algemeen te wijzen op de wettelijke plicht tot het deelnemen aan een stelsel van kredietregistratie of op het maatschappelijk belang daarvan. Ook is het niet voldoende om zich op de regels van het AR (bijvoorbeeld dat een code vijf jaar zichtbaar blijft) te beroepen; het AR is geen wettelijke regeling en zij geldt in beginsel slechts tussen het BKR en de daarbij aangesloten financiële instellingen. Wel geven deze regels, die zijn gepubliceerd, aan eenieder inzicht in de wijze waarop het BKR en de aangesloten financiële instellingen uitvoering willen geven aan de aan hen in artikel 4:32 Wft opgedragen taak. In zoverre dragen zij bij aan de rechtszekerheid en kunnen kredietaanbieders deze tot uitgangspunt nemen, maar afhankelijk van de uitkomst van de bij 4.9 genoemde toets zal een kredietaanbieder daarvan in voorkomend geval moeten afwijken.

4.19. Onder deze omstandigheden is, anders dan Rabobank heeft aangevoerd, thans geen sprake van een kredietrisico waartegen kredietverstrekkers moeten worden beschermd, noch behoeft [verzoeker] te worden beschermd tegen overkreditering. Anders dan Rabobank meent, kan niet worden gezegd dat de belangen van maatschappelijk verantwoorde dienstverlening op financieel gebied prevaleren boven het belang van [verzoeker] , ondanks het feit dat er nog maar een korte periode is verstreken sinds de BKR-registratie in mei 2020.