Gepubliceerd op woensdag 19 augustus 2026
IT 5456
Overige instanties ||
19 feb 2026,
Overige instanties 19 feb 2026,, IT 5456; ECLI:NL:CBB:2026:101 (Odido tegen de minister van Economische Zaken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/leveranciersverbod-huawei-en-zte-in-kritieke-onderdelen-mobiel-netwerk-odido-rechtmatig

Leveranciersverbod Huawei en ZTE in kritieke onderdelen mobiel netwerk Odido rechtmatig

CBb 19 februari 2026, IT 5456; ECLI:NL:CBB:2026:101 (Odido tegen de minister van Economische Zaken). In deze zaak beoordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de rechtmatigheid van een aan Odido opgelegde maatregel op grond van de Telecommunicatiewet en het Besluit veiligheid en integriteit telecommunicatie (Bvit). Naar aanleiding van waarschuwingen van de AIVD en MIVD over toenemende digitale spionage en een interdepartementale risicoanalyse naar de kwetsbaarheid van mobiele netwerken had de minister Odido verplicht om in aangewezen kritieke onderdelen van haar mobiele netwerk geen apparatuur van Huawei en ZTE meer te gebruiken en de reeds aanwezige apparatuur binnen de gestelde termijn te vervangen. Odido bestreed zowel de wettelijke grondslag van deze leveranciersmaatregel als de verbindendheid van het Bvit. Volgens haar bood de Telecommunicatiewet onvoldoende basis voor een zo verstrekkend leveranciersverbod en was de regeling onder meer onverenigbaar met de Europese Telecomcode, het vrije verkeer van goederen, het evenredigheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Daarnaast stelde Odido dat de concrete maatregel onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, onevenredig inbreuk maakte op haar eigendomsrecht en dat zij aanspraak had op nadeelcompensatie wegens de kosten van de vervanging van de apparatuur. 

Het College bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de Telecommunicatiewet een voldoende wettelijke grondslag biedt voor art. 2 lid 2 Bvit en de daarop gebaseerde leveranciersmaatregel. De nationale regeling is volgens het College verenigbaar met de Europese Telecomcode; ook relevante Europese soft law ondersteunt dat ter bescherming van de veiligheid en integriteit van elektronische communicatienetwerken beperkingen kunnen worden gesteld aan het gebruik van leveranciers die een risico voor de nationale veiligheid opleveren. Het Bvit is evenmin onverbindend wegens strijd met het vrije verkeer van goederen, het evenredigheidsbeginsel of het verbod van willekeur. Ook de concrete maatregel houdt stand: deze is gebaseerd op veiligheidsanalyses, beperkt tot kritieke onderdelen van het mobiele netwerk, noodzakelijk ter beheersing van risico's die de nationale veiligheid en openbare orde raken en voorziet in een redelijke termijn voor vervanging van de apparatuur. De daaruit voortvloeiende beperking van Odido's recht op ongestoord genot van haar eigendom is daarom gerechtvaardigd. Het College wijst ook de gevorderde nadeelcompensatie af. De minister mocht bij de beoordeling van het normale ondernemersrisico een standaard bagateldrempel van 2% van de normkosten hanteren en de schade op concernniveau beoordelen; de relevante schade bleef beneden die drempel. Voor toepassing van die minimumdrempel is niet vereist dat de schadeveroorzakende maatregel zelf als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Over de vergoeding die de minister Odido reeds onverplicht had toegekend, oordeelt het College niet, omdat die betaling niet berustte op een rechtsplicht. Het hoger beroep van Odido slaagt daarmee niet en de verplichting Huawei- en ZTE-apparatuur uit de kritieke netwerkonderdelen te weren blijft in stand. 

1.1. Deze zaak gaat over de verplichting (maatregel) die de minister aan Odido heeft opgelegd om voor bepaalde kritieke onderdelen van haar mobiele netwerk binnen een bepaalde (vervangings)termijn uitsluitend gebruik te maken van apparatuur of programmatuur (al dan niet in combinatie met beheer of andere aanverwante dienstverlening) van andere partijen dan Huawei en ZTE. De reden daarvoor is dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) hebben geconstateerd dat sprake is geweest van een toename van digitale spionage in de telecomsector en op basis daarvan hebben geadviseerd maatregelen te treffen binnen de telecomsector. Daarna is een interdepartementale Taskforce Economische Veiligheid (Taskforce) opgericht die een risicoanalyse heeft uitgevoerd over de kwetsbaarheid van de netwerken van de mobiele telecomaanbieders. De bevindingen daarvan zijn neergelegd in een rapport van TNO. Vervolgens is een algemene maatregel van bestuur (amvb) vastgesteld, te weten het Besluit veiligheid en integriteit telecommunicatie (Bvit). Daarin is bepaald dat de minister een telecomaanbieder een verplichting oplegt om in kritieke onderdelen van het netwerk uitsluitend gebruik te maken van producten of diensten van zogenoemde vertrouwde leveranciers, indien dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om risico’s voor de veiligheid en integriteit van diens netwerk of dienst die de nationale veiligheid of openbare orde raken, te beheersen. Op basis hiervan is aan Odido de maatregel opgelegd.