IT 3926

Mededingingsrechtelijke boete voor telecomgigant blijft intact

EFTA Court 5 mei 2022, IEF 20704, IEFbe 3443, IT 3926; C-12/20 (Telenor tegen ESA) De Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie (ESA) heeft aan telecomgigant Telenor een forse boete opgelegd voor het misbruiken van diens machtspositie rond 2010 in Noorwegen. Hierdoor maakte Telenor inbreuk op art. 54 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992. Het feit dat Telenor wordt verweten is dat zij haar dominante marktpositie in die tijd heeft gebruikt in de groothandel waarin zij actief is door tarieven te heffen die dermate laag zijn, dat anderen verlies moesten lijden indien zij de markt zouden betreden. Telenor verweerde zich hiertegen op vier gronden. Ten eerste zou er een verkeerde downstream markt zijn gebruikt door het ESA, ten tweede zou het gedrag van Telenor geen misbruik van diens marktpositie zijn, ten derde zouden de inbreuken met betrekking tot Network Norway en Ventelo zijn verjaard en tot slot zou de ESA vergissingen hebben gemaakt omtrent de regels en de hoogte van de boete. De verweren van Telenor slagen niet en het besluit van de ESA inzake de opgelegde boete blijft van kracht.

184. That assertion must be dismissed. Contrary to Telenor’s arguments, the use of actual
margins neither renders ESA’s analysis arbitrary and unsustainable, nor does it create a
situation where the market definition can vary depending on a single undertaking’s pricing
policy. In the Decision, as already established, ESA both considered and substantiated the
finding that Telenor and Telia were the only two suppliers of the wholesale input, and
supplied that input on terms that would make entry economically unviable for non-mobile
network operators, thus ruling out supply-side substitution. That assessment is in line with
both established case law and the market definition notice, based on the competitive
conditions and the structure of supply for residential stand-alone mobile broadband

296. The Court does not doubt ESA’s assessment of facts or the evidence it relies on in this regard. Any reduction in prices must be seen in the context of the negative margins imposed by Telenor. A fall in prices can, as shown in the Decision, be attributable to several factors, and does not necessarily prove that the negative margins were not capable of having anticompetitive effect. Moreover, an increase in the use of mobile broadband cannot be considered in itself as constituting evidence that the negative margins were not capable of having anti-competitive effects.