Gepubliceerd op maandag 31 augustus 2026
IT 5480
Rechtbank Noord-Holland ||
21 jul 2026,
Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/misbruik-van-recht-bij-avg-inzageverzoek-verzoeker-niet-ontvankelijk

Misbruik van recht bij AVG-inzageverzoek; verzoeker niet-ontvankelijk

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home). De Rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om At Home Vastgoed Beheer B.V. te verplichten volledige inzage in zijn persoonsgegevens te verstrekken. Verzoeker had naar aanleiding van een marketingmail op grond van artikel 15 AVG om inzage gevraagd en stelde dat de reactie van At Home daarop onvolledig, onjuist en misleidend was. At Home voerde aan dat verzoeker misbruik maakte van zijn (proces)recht. De rechtbank stelt voorop dat bij het aannemen van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW, bezien in samenhang met artikel 12 lid 5 AVG, terughoudendheid moet worden betracht. Volgens het door de rechtbank aangehaalde Unierechtelijke beoordelingskader zijn voor misbruik zowel objectieve omstandigheden als een subjectief element vereist en moeten alle feiten en omstandigheden van het geval worden betrokken. Daarbij mag ook rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat iemand stelselmatig volgens een vergelijkbaar patroon inzageverzoeken en schadevergoedingsvorderingen indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken.

De rechtbank acht in deze zaak voldoende zwaarwichtige gronden aanwezig om misbruik van recht aan te nemen. Zij betrekt daarbij het patroon in de handelwijze en het procedeergedrag van verzoeker in deze en andere AVG-zaken. Zo kondigde verzoeker al in een vroeg stadium buitengerechtelijke kosten aan en drong hij aan op betaling van schadevergoeding, vorderde hij aanvankelijk onder meer immateriële schadevergoeding en vergoeding van werkelijke proceskosten en beperkte hij zijn verzoek later zonder overtuigende toelichting tot inzage op straffe van een dwangsom. Volgens de rechtbank blijkt hieruit dat verzoeker een financieel oogmerk heeft en dat het hem niet daadwerkelijk gaat om controle van zijn persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking. De rechtbank concludeert dat verzoeker met gebruikmaking van de AVG welbewust een situatie heeft geconstrueerd die het hem mogelijk maakt schadevergoeding van bedrijven te verkrijgen. Hij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard, zodat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het inzageverzoek. Ten overvloede overweegt zij dat het verzoek ook zou zijn afgewezen, omdat At Home de persoonsgegevens inmiddels had verwijderd en verzoeker daarom geen belang meer had bij toewijzing van het inzageverzoek. Verzoeker wordt veroordeeld in € 3.874 aan proceskosten.

in de hoofdzaak

4.1.

At Home stelt dat de rechtbank niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen, omdat At Home gevestigd is in Rotterdam. At Home verzoekt hierom dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard en de zaak verwijst naar de rechtbank Rotterdam.

4.2.

De rechtbank overweegt als volgt. Na verwijzing door de kantonrechter wordt deze zaak gevoerd volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Dit brengt mee dat de rechtbank haar bevoegdheid moet ontlenen aan de artikel 262 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Artikel 262 Rv luidt, voor zover van belang, als volgt:
“Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd:

a . de rechter van de woonplaats van hetzij de verzoeker (…) hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden dan wel, als zodanige woonplaats in Nederland niet bekend is, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen;”

4.3.

[verzoeker] heeft gesteld woonachtig te zijn in [woonplaats] . Op de mondelinge behandeling heeft At Home niet weersproken dat [verzoeker] (thans weer) woonachtig is in [woonplaats] . Gelet daarop acht de rechtbank zich bevoegd om van de zaak kennis te nemen.

4.4.

Het verweer van At Home dat sprake is van misbruik van recht is het meest verstrekkende verweer van At Home. Als dit verweer slaagt, dient [verzoeker] in zijn verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.1 De rechtbank komt dan aan een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken van [verzoeker] niet toe. Om die reden gaat de rechtbank eerst op dit verweer van At Home in.

4.5.

De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verweer dat [verzoeker] misbruik van zijn recht maakt het volgende voorop. Deze zaak van [verzoeker] tegen At Home staat niet op zichzelf. Bij de kantonrechter van rechtbank Noord-Holland zijn namelijk vanaf medio 2025 tot en met april 2026 ongeveer twintig zaken door [verzoeker] aanhangig gemaakt. Al deze zaken betreffen AVG-verzoeken van [verzoeker] aan verschillende bedrijven. De kantonrechter heeft deze zaken allemaal verwezen naar de sector handel. In een vergelijkbare AVG-zaak van [verzoeker] tegen een ander bedrijf , die op 1 juni 2026 ter zitting is behandeld, heeft de rechtbank al uitspraak gedaan.2 In die zaak is de rechtbank uitgebreid ingegaan op het beoordelingskader, dat ook van toepassing is in deze zaak. Daarnaar wordt dan ook uitdrukkelijk verwezen, zodat de rechtbank hieronder volstaat met een verkorte weergave daarvan. De rechtbank heeft in die zaak geoordeeld dat er sprake is van misbruik van recht door [verzoeker] en hem in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak komt de rechtbank tot hetzelfde oordeel.