Gepubliceerd op vrijdag 18 september 2026
IT 5525
Rechtbank Gelderland ||
6 jul 2026,
Rechtbank Gelderland 6 jul 2026,, IT 5525; ECLI:NL:RBGEL:2026:5365 (de vader tegen de moeder en haar partner), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/moeder-en-partner-mogen-geen-opnames-van-minderjarige-over-vermeend-seksueel-misbruik-maken-delen-of-verspreiden

Moeder en partner mogen geen opnames van minderjarige over vermeend seksueel misbruik maken, delen of verspreiden

Rb. Gelderland 6 juli 2026, IT 5525; ECLI:NL:RBGEL:2026:5365 (de vader tegen de moeder en haar partner). De vader vordert in kort geding onder meer dat het contact tussen de moeder en hun minderjarige kind [het kind] weer volledig begeleid plaatsvindt. De ouders hebben gezamenlijk gezag, [het kind] staat onder toezicht en verblijft op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij haar grootmoeder van vaderszijde. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder een contactregeling tussen de moeder en [het kind] vastgesteld, waarvan de uitvoering onder regie van de GI staat. Aanleiding voor het kort geding is dat online een film is aangetroffen met beeld- en geluidsfragmenten van [het kind], waarin de moeder en haar partner haar vragen stellen over vermeend seksueel misbruik door de vader en grootvader van vaderszijde. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vastgestelde zorgregeling in beginsel moet worden nagekomen, tenzij uitvoering daarvan niet langer in het belang van het kind is, bijvoorbeeld omdat de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind daardoor ernstig nadeel ondervindt, het contact anderszins strijdig is met zwaarwegende belangen van het kind of ernstige aanwijzingen bestaan dat een ouder niet geschikt of in staat is tot omgang. De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding om het contact weer volledig te laten begeleiden. Het gaat goed met [het kind], het contact met de moeder verloopt goed en er zijn geen veranderingen in haar gedrag of gemoedstoestand waargenomen. Bovendien heeft de GI inmiddels een schriftelijke aanwijzing gegeven dat geen beeld- of geluidsopnames van [het kind] over het vermeende misbruik mogen worden gemaakt en dat dergelijk materiaal en andere documenten daarover niet met derden mogen worden gedeeld. Daarnaast worden wekelijkse gesprekken met [het kind] ingezet om zicht te houden op het verloop van de contacten. De voorzieningenrechter acht haar veiligheid daarmee vooralsnog voldoende gewaarborgd en wijst de vordering tot volledig begeleid contact af.

De voorzieningenrechter wijst wel het gevorderde verbod ten aanzien van de opnames toe. Voldoende is komen vast te staan dat de moeder en haar partner gesprekken met [het kind] over het vermeende seksueel misbruik hebben gevoerd, daarvan opnames hebben gemaakt en die opnames met derden hebben gedeeld. Volgens de voorzieningenrechter is dit schadelijk voor [het kind] en vormt het maken van dergelijke beeld- en geluidsfragmenten een vergaande inbreuk op haar belangen, waaronder haar recht op privacy als bedoeld in art. 16 IVRK, temeer wanneer de beelden vervolgens met derden worden gedeeld en online worden verspreid. De moeder en haar partner hadden de beelden niet moeten maken en evenmin met derden moeten delen, omdat zij daarmee bewust het risico hebben genomen dat derden deze via sociale media zouden verspreiden. De voorzieningenrechter verbiedt hen daarom om gegevensdragers van [het kind], waarin zij verklaart over het vermeende seksueel misbruik en/of herkenbaar of identificeerbaar is, te maken, met derden te delen en verder, ook via derden, te verspreiden. Aan dit verbod wordt een dwangsom verbonden van € 1.000 per overtreding, tot maximaal € 50.000. De vordering dat de moeder en haar partner hun uiterste best moeten doen om de reeds online geplaatste film offline te laten halen, wordt afgewezen omdat deze te onbepaald is en het verwijderen van de film afhankelijk is van derden die geen partij zijn in de procedure. De rechtbank merkt wel op dat de moeder en haar partner al het mogelijke dienen te doen om de beelden en bijbehorende berichten en reacties offline te krijgen. De proceskosten worden vanwege de familierelatie gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.16.

De vader vordert in dit kort geding ook om de moeder en haar partner te verbieden om gegevensdragers van [het kind] , waarin zij verklaart over het vermeende seksueel misbruik en/of zij herkenbaar c.q. identificeerbaar is, (verder) te verspreiden, dan wel een verbod op te leggen ter waarborging van rechten en belangen van [het kind] , op straffe van een dwangsom. De vader heeft naar voren gebracht dat de moeder de beelden zonder zijn toestemming heeft gemaakt (samen met haar partner) en heeft verstrekt aan derden waarna deze online zijn geplaatst en verspreid. [het kind] is herkenbaar en identificeerbaar te zien en te horen in de film. Haar gezicht is dan weliswaar met een filter onduidelijk gemaakt maar voor mensen die [het kind] kennen (zoals de pleegzorgwerker) is [het kind] alsnog herkenbaar. Dit geldt ook voor de vader en opa vaderszijde die in de film door middel van foto’s te zien zijn. De moeder heeft daarmee in strijd met het recht op privacy en het belang van [het kind] gehandeld. De vader is bang dat de moeder en haar partner nieuw beeld- of geluidsmateriaal opnemen van [het kind] en met derden delen of, al dan niet via derden, verspreiden en hij wil [het kind] hiertegen beschermen. Dit geldt ook voor de vader zelf en opa vaderszijde die in de reacties op de online beelden hatelijke berichten en bedreigingen naar zich toegeworpen krijgen.

4.17.

De moeder en haar partner voeren verweer en stellen dat zij de beelden van [het kind] niet zelf online hebben gezet en ook niet zelf hebben verspreid. Zij hebben op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij zich niet verzetten tegen toewijzing van de vordering en de dwangsom. Zij willen hiermee laten zien dat ook zij [het kind] willen beschermen tegen het verspreiden van beeld- en geluidsmateriaal waarop zij te zien en/of te horen is.

4.18.

De Raad adviseert de vordering toe te wijzen inclusief de dwangsom, omdat de moeder en haar partner niet in het belang van [het kind] hebben gehandeld. Zij hebben gesprekken gevoerd met [het kind] die gaan over het vermeend seksueel misbruik, hiervan opnames gemaakt en deze opnames gedeeld met derden. Dit is schadelijk voor [het kind] .

4.19.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de stukken en wat op de mondelinge behandeling is besproken voldoende is komen vast te staan dat de moeder en haar partner gesprekken met [het kind] hebben gevoerd over het vermeende seksueel misbruik en hiervan opnames hebben gemaakt. Ook is voldoende komen vast te staan dat de moeder en haar partner die opnames hebben gedeeld met derden. De voorzieningenrechter acht het handelen van de moeder en haar partner schadelijk voor [het kind] . Het maken van dit soort beeld- en geluidsfragmenten maakt een vergaande inbreuk op de belangen van [het kind] (waaronder het recht op privacy1), zeker als de beelden daarna worden gedeeld met derden en online worden verspreid. [het kind] is nu nog jong, maar zij draagt de online beelden de rest van haar leven met zich mee en dat is belastend. De voorzieningenrechter is, net als de Raad, van oordeel dat de moeder en haar partner de beelden nooit hadden moeten maken. Dat de zedenpolitie dit heeft geadviseerd, is volstrekt ongeloofwaardig. Ook hadden de moeder en haar partner de beelden nooit moeten delen met derden. Zij hebben daarmee welbewust het risico genomen dat deze derden de beelden via social media zouden verspreiden. De voorzieningenrechter ziet dan ook net als de Raad de noodzaak om [het kind] hiertegen te beschermen.

4.20.

De voorzieningenrechter zal de vordering gelet op het voorgaande toewijzen, in zoverre dat het de moeder en haar partner verboden wordt om gegevensdragers van [het kind] , waarin zij verklaart over het vermeende seksueel misbruik en/of zij herkenbaar c.q. identificeerbaar is, te maken, (met derden) te delen en (via derden) te verspreiden. Ook de dwangsom die eraan is verbonden zal de voorzieningenrechter toewijzen.