IT 2732

Negatieve review op Facebook is geen onrechtmatige daad

Facebook

Ktr. Rechtbank Rotterdam 21 februari 2019, IEF 18349; IT 2732; ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Review op Facebook) Mediarecht. Eiseres verhuurt beveiligingssystemen aan het midden en klein bedrijf. Gedaagde heeft een abonnement afgesloten bij eiseres, dat vroegtijdig is beëindigd. Op 17 april 2018 heeft gedaagde een negatieve review op de Facebookpagina van eiseres geplaatst. Bij de beoordeling of er sprake is van een onrechtmatige daad weegt de rechter twee belangen af: (1) het belang van eiseres om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten, en (2) het belang, waarvoor gedaagde opkomt, dat misstanden die de samenleving raken niet, of in dit geval (potentiële) klanten van eiseres, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan. Uitgangspunt is dat het is toegestaan om negatieve ervaringen met een bepaalde aanbieder van producten op internet te delen. In de review staat onder meer de algemene stelling dat gedaagde gehackt is en dat de manier van inloggen onveilig is. Een dergelijk waardeoordeel is niet onrechtmatig.

5.5 Voor het toekennen van de vorderingen van [eiseres] moet sprake zijn van een onrechtmatig daad van [gedaagde] . Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dienen in een geval als deze de volgende twee belangen tegen elkaar te worden afgewogen: (1) het belang van [eiseres] om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer, goede naam en integriteit aantasten, en (2) het belang, waarvoor [gedaagde] opkomt, dat misstanden die de samenleving raken niet, of in dit geval (potentiële) klanten van [eiseres] , door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan. Bij de vereiste belangenafweging dienen alle relevante feiten en omstandigheden van het geval te worden betrokken.
 

5.6 Als uitgangspunt heeft te gelden dat het is toegestaan om negatieve ervaringen met een bepaalde aanbieder van producten op internet te delen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] verklaard dat zij het op zich niet erg vindt dat er een negatieve review is geplaatst; wel de bewering dat [gedaagde] door [eiseres] gehackt is. In de recensie staat echter niet dat [gedaagde] gehackt is door [eiseres] , maar slechts de algemene stelling dat zij gehackt is. Dat heeft [eiseres] , los van de vraag of dat aan [eiseres] kan worden toegerekend, niet weersproken. In de review staat verder dat de manier van inloggen onveilig is. Een dergelijk waardeoordeel is niet onrechtmatig.

5.7 Ook de verklaring dat “opzeggen bijna onmogelijk is”, is niet zonder meer onrechtmatig. Uit de context, in het bijzonder de verklaring dat vooruit was betaald en dat [gedaagde] het reeds vooruit betaalde bedrag niet zou terugkrijgen, blijkt voldoende dat deze bewering betrekking heeft op een reeds overeengekomen en al door [gedaagde] betaalde periode. [eiseres] heeft niet aangevoerd dat die stelling onjuist is. Een dergelijke regeling, waarbij een klant gedurende een bepaalde vooraf overeengekomen periode niet kan opzeggen, is overigens niet ongebruikelijk. Dat [eiseres] in dit geval kennelijk slechts aanspraak heeft gemaakt op een deel van de kosten doet daar niet aan af. Ook deze uitlating van [gedaagde] is niet onrechtmatig.

5.7 Concluderend heeft [gedaagde] de jegens [eiseres] de te nemen grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden en is er van een onrechtmatige daad jegens [eiseres] geen sprake. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.