IT 3769

Nieuw besluit over verzoek tot informatie persoonsgegevens

Rechtbank Midden-Nederland 2 februari 2021, IT 3769; ECLI:NL:RBMNE:2021:575 (Eiser tegen CvB Universiteit Utrecht) Eiser heeft in een e-mailbericht o.a. verweerder verzocht om hem op grond van artikel 34 Wbp informatie over zijn persoonsgegevens te verstrekken. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ten aanzien van het Wbp-verzoek kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft in zijn besluit verwezen naar zijn eerdere besluit van 6 november 2015. Met dit besluit is aan eiser op grond van de Wbp een overzicht verstrekt van persoonsgegevens van eiser, die door verweerder worden verwerkt. Volgens verweerder blijkt dat ook uit de uitspraak van 19 december 2018 van de Afdeling. Ten aanzien van het verzoek van eiser op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Wbp heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 4:6 lid 2 Awb. De eerdere besluiten waarnaar verweerder heeft verwezen, zijn namelijk niet gebaseerd op artikel 34 van de Wbp, zodat eisers verzoek niet geldt als een herhaalde aanvraag waarop is beslist. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de afwijzing van eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp. De rechtbank draagt verweerder daarom op om ten aanzien van eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp, een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift van eiser.

10. Het beroep is daarom in zoverre gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de afwijzing van eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp. Het besluit is in zoverre in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en met artikel 4:6 van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit geen efficiënte afdoening van het geschil oplevert. De rechtbank draagt verweerder daarom op om ten aanzien eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp, een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift van eiser. Daarbij zal verweerder ook aandacht moeten besteden aan de vraag of de Wbp dan wel de AVG van toepassing is op eisers verzoek van 3 september 2019. Ook dient verweerder de producties die eiser bij brief van 15 oktober 2020 heeft overgelegd te betrekken.