IT 3973

Ondanks vermoeden fraude, doorhaling BKR-registratie

Vzr. Rb. Amsterdam 20 april 2022, IT 3973; ECLI:NL:RBAMS:2022:2345 (Eiser tegen Rabobank) Eiser heeft in 2005 een eenmanszaak opgericht in de groothandel van parfums en cosmetica. De Rabobank heeft daarbij een zakelijk krediet verleend aan eiser. De eenmanszaak is vervolgens failliet verklaard tien jaar na oprichting, waarna eiser in het WSNP-traject kwam, dat hij vervolgens met succes heeft voltooid. Het faillissement had tevens tot gevolg, dat eiser werd geregistreerd binnen het CKI van het BKR. Eiser vordert nu een aantal jaar na faillissement van de eenmanszaak doorhaling van de BKR-registratie. De rechter is het eens met eiser. Dat de eerdere registratie het gevolg was van een zakelijke transactie en dat eiser heeft aangetoond in de afgelopen jaren goed met geld om te kunnen gaan, lagen als primaire argumenten hieraan ten grondslag. Een louter vermoeden van fraude ten tijde van het WSNP-traject is volgens de rechter onvoldoende om te stellen dat dit anders is in het onderhavige geval.

4.8. De enige reden voor de bijzonderheidscoderingen is de deconfiture van [naam eenmanszaak] begin 2015, een zakelijke aangelegenheid. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] op enig moment ook privé schulden heeft gemaakt. Niet te verwachten valt dat hij, als de BKR-registratie wordt verwijderd, andere schulden zal maken dan die voor de aankoop van de woning. Tijdens het WSNP traject, dat drie jaar heeft geduurd, heeft [eiser] aangetoond verantwoordelijk met geld te kunnen omgaan. In de aansluitende periode van tweeëneenhalf jaar heeft [eiser] ook geen nieuwe schulden gemaakt. Al met heeft [eiser] dus al een periode van bijna 6 jaar laten zien dat hij geen onverantwoorde uitgaven doet. Gelet op de hoogte van de koopsom van de aangekochte woning en de gerealiseerde/verwachte overwaarde van de woningen van [eiser] en zijn partner zal de financieringsbehoefte maximaal € 350.000,00 zijn. Mogelijk is dat bedrag nog lager, indien [eiser] en zijn partner ongeveer € 20.000,00 aan spaargeld kunnen inleggen, zoals hij stelt. Rabobank heeft dat betwist en de overgelegde informatie daarover is niet sluitend. Maar ook zonder dat spaargeld is een lening van ongeveer € 350.000,00 te overzien voor [eiser] en zijn partner, gezien hun inkomen. [eiser] draagt de hypothecaire lasten voor zijn huidige koopwoning ook zonder problemen. Niet gebleken is dat er in het verleden enige achterstand in betaling van de hypotheek is geweest en ING is volgens [eiser] ook bereid zijn de huidige hypotheek over te sluiten op de nieuwe woning als er geen BKR registratie zou zijn. Rabobank plaatst vraagtekens bij het dienstverband van [eiser] en bij de stukken die zijn overgelegd om dat dienstverband en het gestelde salaris aan te tonen. Dat [eiser] daadwerkelijk een rol van betekenis bij het bedrijf speelt blijkt in elk geval uit het feit dat bij één van de bestuurders was van de holding toen Rabobank de holding vorige zomer een hypothecaire lening van € 800.000,00 verstrekte voor de aanschaf van een bedrijfspand. [eiser] heeft daarover verklaard dat hij op dat moment wel aan Rabobank heeft verteld dat hij een BKR-registratie had, maar dat dit voor Rabobank geen probleem was, nu het een zakelijke transactie was en gelet op de waarde van het onderpand. Op grond van dit alles is voorshands niet aannemelijk dat er een risico van overkreditering bestaat, of dat kredietverstrekkers voor [eiser] moeten worden gewaarschuwd.

4.9. Het verweer van Rabobank is doorspekt met het vermoeden dat [eiser] zijn schuldeisers heeft benadeeld tijdens het WSNP traject. Dat vermoeden is gebaseerd op het feit dat [eiser] al tijdens de aanloop naar dat dat traject in dienst is getreden bij [naam bedrijf] , tegen een loon van € 1.800,00 bruto, en dat dit loon aanzienlijk is verhoogd kort nadat [eiser] een schone lei was verleend. Rabobank vermoedt dat het loon op papier bewust laag is gehouden om dat niet aan schuldeisers te hoeven afdragen en heeft aangekondigd daar een onderzoek naar te zullen starten. Deze omstandigheid is echter onvoldoende om uit te kunnen gaan van een oogmerk om schuldeisers te benadelen. [eiser] heeft toegelicht dat de onderneming een startup was toen hij daarvoor is gaan werken, dat die steeds succesvoller is geworden, en dat er inmiddels zeker 12 man personeel in dienst is. De ter zitting overgelegde jaarcijfers 2021 bevestigen dat en ook het feit dat er in 2021 met een financiering van Rabobank een groter bedrijfspand is aangeschaft onderschrijft de groei van de onderneming. De voorzieningrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Rabobank, omdat zich blijkbaar recent bij haar een geval heeft voorgedaan waarbij iemand tijdens de WSNP gefraudeerd zou hebben, de premisse hanteert dat [eiser] een fraudeur is, tenzij hij bewijst dat hij dat niet is. Rabobank hanteert daarmee een onjuiste maatstaf.