IT 3622

Onterecht uitgegaan van een hogere afnameverplichting van aantal ontwikkelaars

Rechtbank Overijssel 7 juli 2021, IT 3622; ECLI:NL:RBOVE:2021:3009 (Probegin tegen Communiq) Probegin is een softwareontwikkelaar. Communiq houdt zich bezig met de marketing voor franchises. Partijen hebben een softwareovereenkomst gesloten waarbij is afgesproken dat Probegin een integraal platform voor Communiq zou gaan ontwikkelen, die Communiq voor al haar klanten kan gebruiken. Communiq is vervolgens ontevreden over kwaliteit van het geleverde werk en is van mening dat de overschrijding van de ureninschatting buitenproportioneel is. Ze heeft daarop haar betalingen aan Probegin opgeschort. Probegin vordert betaling van de facturen en stelt daarbij dat er een afnameverplichting van vijf ontwikkelaars is overeengekomen. De rechter gaat hier niet in mee en oordeelt dat uit de feiten en omstandigheden gedurende de onderhandelingen is gebleken, dat een afnameverplichting van een ontwikkelaar is overeengekomen. Probegin heeft echter telkens nagelaten om slechts een ontwikkelaar ter beschikking te stellen en aangevoerd dat er alleen in teamverband gewerkt kan worden. Volgens de rechtbank is dit niet wat partijen overeengekomen zijn en heeft Communiq dus terecht de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. 

4.9. De rechtbank is van oordeel dat Probegin inderdaad tekortgeschoten is in haar verplichting om onder de Overeenkomsten op verzoek van Communiq één ontwikkelaar ter beschikking te stellen. Zoals hiervoor is overwogen was er immers geen sprake van een verplichting van Communiq om meer dan één ontwikkelaar af te nemen; de afspraak was immers dat aanvullende ontwikkelaars flexibel konden ‘op- of afgeschaald’. Met andere woorden: Communiq kon er dus ook voor kiezen om voor een periode in de toekomst (al dan niet tijdelijk) met één ontwikkelaar verder te gaan. Op het verzoek van Communiq, in december 2019 gedaan, om gelet op de in haar ogen te rap opgelopen uren voortaan met één ontwikkelaar verder te gaan, had Probegin dan ook moeten ingaan. Communiq heeft echter gesteld dat Probegin heeft geweigerd een enkele ontwikkelaar aan haar ter beschikking te stellen, en enkel bereid te zijn geweest een team ter beschikking te stellen. Dat zou hebben betekend dat Communiq meer zou moeten betalen dan waartoe zij bereid was en zij op basis van de Deelovereenkomst ook verplicht was. Probegin heeft dit niet voldoende gemotiveerd betwist. Integendeel: tijdens de mondelinge behandeling is namens Probegin verklaard dat indertijd richting Communiq is aangegeven dat één ontwikkelaar niet zou functioneren, maar dat alleen in een team van vijf gefunctioneerd kon worden, omdat de ontwikkelaars met het oog op het functioneren in zo’n teamverband waren aangenomen. De rechtbank neemt dan ook als niet (voldoende gemotiveerd) weersproken als vaststaand aan dat Communiq niet, althans niet naar behoren, in staat is gesteld overeenkomstig haar wens vanaf december 2019 met slechts één ontwikkelaar verder te werken. Dat kwalificeert als een tekortkoming aan de zijde van Probegin. Communiq had op grond daarvan het recht om haar betalingsverplichting op te schorten. Dat betekent dat er geen grond bestaat voor de door Probegin gevorderde betaling.