IT 3618

Onvoldoende aannemelijk dat verhuizing datacenter onzorgvuldig gebeurt

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 20 juli 2021, IT 3618; ECLI:NL:RBOBR:2021:4069 (Eiseres tegen gedaagde) Kort geding. Eiseres is een dienstverlenende organisatie, actief in onder andere de schoonmaak, beveiliging, de zorg en facility management. Gedaagde houdt zich bezig met de advisering en ondersteuning op het gebied van informatietechnologie. Zij hebben sinds 2017 een overeenkomst, waarin is afgesproken dat de IT-infrastructuur van eiseres wordt uitbesteed aan gedaagde. Bij deze overgang is een deel van het ICT-team en een datacenter van eiseres overgenomen. Gedaagde heeft vervolgens aangegeven het datacenter te willen verhuizen. Eiser vordert dat gedaagde eerst aan een aantal voorwaarden zal moeten voldoen, waaronder een degelijk verhuisplan en een motivering waarom de verhuizing noodzakelijk is. Eiseres stelt namelijk dat dit een zorgvuldige operatie betreft en dat zij afhankelijk is van de servers in het datacenter. Daarnaast ondervindt zij internetproblemen. Volgens de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verhuizing door gedaagde niet op zorgvuldige wijze zal worden uitgevoerd. De projectmanager van gedaagde heeft onder andere een stappenplan uitgelegd en gedaagde heeft aangegeven dat zij inmiddels zelf een Wifi netwerk heeft gebouwd. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang. 

4.5. Anders dan [eiseres] stelt onderkent [gedaagde] wel degelijk dat de verhuizing van het datacenter een complexe aangelegenheid is en een zorgvuldige aanpak en bepaalde expertise vereist. [gedaagde] heeft, met het oog op de voorgenomen verhuizing, een senior projectmanager in dienst aangenomen, de heer [B] , gespecialiseerd in het begeleiden en doorvoeren van dergelijke verhuizingen. De heer [B] heeft ter zitting toegelicht dat er een stappenplan is gevolgd om te komen tot een zorgvuldige verhuizing. In dat kader is een projectteam opgericht, waarin beide partijen deelnemen. [eiseres] wordt in het projectteam meegenomen in de stappen die moeten worden gezet om tot een verhuizing te komen en heeft daarbij de mogelijkheid gekregen om invloed te hebben op het proces ten aanzien van de verhuizing. Het is [eiseres] zelf geweest die uit het projectteam is gestapt. Voorts heeft [gedaagde] toegelicht dat er eerst sprake zal zijn van een virtuele verhuizing van het datacenter vanuit [plaats 2] naar [plaats 5] . Dit datacenter wordt dan het primaire datacenter en [plaats 2] wordt de back up van het datacenter. Daarna zal pas de back up vanuit [plaats 2] worden verhuisd naar [plaats 6] , zodat de risico’s van de verhuizing tot een minimum zullen worden beperkt.

4.6. Dat [gedaagde] - anders dan zij stelt - niet in staat zou zijn de verhuizing op een zorgvuldige wijze uit te voeren is door [eiseres] onvoldoende aannemelijk gemaakt. [eiseres] heeft niet weersproken dat [gedaagde] haar andere 13 klanten inmiddels succesvol heeft verhuisd van [plaats 2] naar [plaats 6] en concrete aanwijzingen dat [gedaagde] niet in staat zou zijn het datacenter van [eiseres] te verhuizen zijn door [eiseres] niet gesteld. De enkele stelling in algemene zin dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst is daarvoor - nog daargelaten dat [eiseres] die stelling gemotiveerd heeft betwist - onvoldoende. Nu voor [gedaagde] evenmin een contractuele of wettelijke verplichting bestaat om een verhuisplan op te stellen, dit te laten toetsten door een deskundige en aan [eiseres] ter goedkeuring voor te leggen, zullen de vorderingen onder 1, bij gebreke van een deugdelijke grondslag, worden afgewezen.