IT 3718

Persoonsgericht onderzoek voldoet niet aan Gedragscode

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 september 2021, IT 3718; ECLI:NL:GHSHE:2021:9009 (Appellant tegen Reaal) Appellant wordt door Reaal verdacht van verzekeringsfraude. In het kader van onderzoek naar de vermoede fraude heeft Reaal een persoonsgericht onderzoek naar appellant gehouden. In het tussenarrest van 28 april is geoordeeld dat het nog onduidelijk is of het onderzoek als in het tussenarrest bedoeld voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals in de bepalingen van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek is omschreven. Reaal onderbouwt haar keuze voor een persoonsgericht onderzoek aan de hand van een gesprek in december 2014, medisch advies, melding door de schadetoebrenger, telefoongesprek met de melder, tweede gesprek met appellant en deskresearch. Het hof oordeelt dat haar keuze voor een persoonsgericht onderzoek met deze genomen stappen niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zoals omschreven in de Gedragscode. Het lag op de weg van Reaal om voor de beslissing tot persoonsgericht onderzoek, aanvullende inspanningen te verrichten om de vereiste gegevens te verkrijgen door medewerking van appellant zelf. Dit leidt ertoe dat Reaal onrechtmatig heeft gehandeld en daarom geen beroep kan doen op de resultaten van de observatie. Het hof verwijst de zaak naar de rol.

6.8.2. Het hof is van oordeel dat Reaal met deze stappen niet heeft voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zoals omschreven in de Gedragscode. Het lag naar het oordeel van het hof op de weg van Reaal om eerst, vóór een beslissing over een mogelijk persoonsgericht onderzoek, aanvullende inspanningen te verrichten om de vereiste gegevens te verkrijgen door medewerking van [appellant] zelf. Reaal had bijvoorbeeld [appellant] kunnen uitnodigen om medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek (door een onafhankelijke arts). Reaal had [appellant] ook kunnen uitnodigen om zelf verklaringen aan te reiken van personen waarmee hij contact had, zoals de sportschool of buren, over zijn dagelijkse routine en activiteiten. Indien deze aanvullende inspanningen de vereiste duidelijkheid niet zouden opleveren, dan had Reaal wellicht, afhankelijk van de omstandigheden op dat moment, alsnog kunnen kiezen voor een persoonsgericht onderzoek.