Gepubliceerd op donderdag 26 maart 2026
IT 5157
Hoge Raad ||
12 sep 2025
Hoge Raad 12 sep 2025, IT 5157; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept), https://www.itenrecht.nl/artikelen/prijsdifferentiatie-via-google-shopping-geen-misleidende-handelspraktijk

Prijsdifferentiatie via Google Shopping geen misleidende handelspraktijk

Parket bij de Hoge Raad 12 september 2025, RB 3986; IT 5157; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept). De P-G gaat in deze conclusie in op de vraag of prijsverschillen tussen aanbiedingen via Google Shopping en een eigen webshop kunnen worden aangemerkt als misleidende reclame of een oneerlijke handelspraktijk in de zin van het Unierecht. Aanleiding vormt een geschil tussen concurrenten, waarin Media Concept printercartridges via Google Shopping tegen een lagere prijs en met een afnamebeperking aanbood, terwijl op de eigen website een hogere prijs gold zonder die beperking.

Het hof oordeelde dat van misleiding geen sprake is. Doorslaggevend is dat de consument het product daadwerkelijk kan kopen tegen de geadverteerde prijs en dat vóór het sluiten van de overeenkomst voldoende informatie wordt verstrekt over relevante voorwaarden, zoals de afnamebeperking. Daarbij wordt meegewogen dat Google Shopping als medium beperkingen kent ten aanzien van de hoeveelheid informatie die kan worden weergegeven, en dat aanvullende informatie direct beschikbaar is na doorklikken naar de aanbieder. Ook het hanteren van verschillende prijzen via verschillende verkoopkanalen (prijsdifferentiatie) wordt niet als misleidend aangemerkt. Volgens het hof leidt dit niet tot een onjuiste voorstelling van zaken, zolang de consument niet wordt misleid over de daadwerkelijke aankoopvoorwaarden. In cassatie staat centraal of deze benadering in overeenstemming is met het Unierechtelijke kader voor misleidende reclame en oneerlijke handelspraktijken, met name wat betreft de informatieplicht en de beoordeling van misleidende omissies in een online context. Inmiddels is de zaak ook bij de Hoge Raad geweest, die heeft de zaak afgedaan via art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie (ECLI:NL:HR:2025:1662).

4.24 Het betoog van Digital Revolution dat de advertentie van Media Concept op Google Shopping onwaarheden bevat in de prijsvermelding en alleen al daarom misleidend is, kan niet worden gevolgd. Het – feitelijke – oordeel van het hof in rov. 4.2.2 (“De potentiële koper (…) kan het product immers daadwerkelijk tegen de genoemde prijs kopen”) heeft onmiskenbaar de strekking dat er geen onjuiste informatie is medegedeeld. Deze vaststelling als zodanig is in cassatie niet bestreden met een motiveringsklacht die aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Nog afgezien daarvan berust het betoog dat een feitelijke onjuistheid in een mededeling zonder meer voldoende is om van misleiding te kunnen spreken op een onjuiste rechtsopvatting. Een handelspraktijk is immers pas misleidend (in de zin van afd. 6.3.3A BW en de OHP-richtlijn) als zij tot gevolg heeft dat de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.93 Zie wat betreft art. 6:194 BW randnummer ‎3.34 van deze conclusie. Ook voor toepassing van die bepaling is vereist dat de (al dan niet onjuiste) mededeling de maatmens misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter het economisch gedrag van deze maatmens kan beïnvloeden.94

4.25 Het betoog van Digital Revolution dat de feitelijk aan de op Google Shopping getoonde prijs verbonden restricties niet in de advertentie waren vermeld, doet niet af aan het bestreden oordeel van het hof in rov. 4.2.2 dat de prijs op zichzelf genomen niet misleidend is. Zoals hiervoor vermeld heeft het hof eerst getoetst of de vermelde prijs op zichzelf misleidend was en vervolgens of sprake was van een misleidende omissie, bestaande in het weglaten van essentiële informatie waardoor de potentiële koper kan worden misleid.95 Hieruit blijkt geen miskenning van het gegeven dat het begrip ‘misleiding’ richtlijnconform moet worden uitgelegd.