IT 2670

Privacygerelateerde overlast door boten in jachthaven onvoldoende gesteld

Gem. Hof 7 september 2018, IT 2670; ECLI:NL:OGHACMB:2018:169 (Porto Cupecoy tegen geïntimeerde) Privacy. Geïntimeerde heeft een appartementsrecht gekocht in Porto Cupecoy. Porto Cupecoy is een resort op Sint Maarten, bestaande uit een jachthaven (hierna: de marina), appartementengebouwen en allerhande voorzieningen ten behoeve van bewoners, booteigenaren, huurders en bezoekers. De marina wordt gebruikt door appartementseigenaren maar ook door eigenaren en gebruikers van de waterpercelen en jachten om aan te meren. Het appartement is gelegen op de begane grond en aan de voorzijde liggen twee kadastrale waterpercelen. De vorderingen van geïntimeerde strekken ertoe dat PCOA dient te bewerkstellingen dat er geen jachten parallel aan de kademuur voor zijn appartement worden afgemeerd. Het parallel laten aanmeren is niet onrechtmatig. De verwachting dat de boten alleen haaks op de kademuren zouden worden aangemeerd is niet gerechtvaardigd. Geïntimeerde heeft geluidsoverlast door golfslag en pratende opvarenden, minder uitzicht, meer inkijk en minder lichtinval. Er is onvoldoende gesteld over de periodes waarin zich overlast zouden hebben voorgedaan om daarin verandering te brengen. Stellingen over schade die geïntimeerde zou hebben geleden zijn onvoldoende concreet. Het Hof wijst de vorderingen van geïntimeerde af.

3.5 Op de plattegrond die [geïntimeerde] kennelijk voorafgaand aan de koop van het appartement heeft ingezien (productie 4 bij het inleidend verzoekschrift) zijn de waterpercelen 69 en 70 ingetekend. Uit de vorm van deze waterpercelen heeft [geïntimeerde] kennelijk opgemaakt dat in deze percelen alleen haaks op de kademuren boten zouden worden aangemeerd. Die verwachting was naar het oordeel van het Hof echter niet gerechtvaardigd. Het uitgangspunt, ook voor [geïntimeerde], is dat zijn appartement is gelegen midden in een marina, die juist is bedoeld om zeiljachten te laten aanleggen. Dat het oppervlak van de waterkavels optimaal benut wordt als schepen dwars op de kademuur aanleggen betekent niet dat [geïntimeerde] ervan mocht uitgaan dat alleen op die manier zou worden aangemeerd. Dit geldt des te sterker voor waterperceel 69, dat aan geen van beide zijkanten is voorzien van een steiger noch van een bevestigingspunt aan de andere kopse kant van dat waterperceel, zodat het juist voor de hand ligt dat in dat perceel langszij de kademuur zou worden aangemeerd. In dat opzicht onderscheidt dit perceel en de mogelijkheden tot aanmeren zich duidelijk van de overige ligplaatsen in de marina. Ook de verwachting van [geïntimeerde] dat het langszij aanmeren zich zou beperken tot waterperceel 69 en zich dus niet mede zou uitstrekken tot waterperceel 70, was niet gerechtvaardigd.

3.6 Hieruit volgt dat het laten aanmeren van zeiljachten en motorboten door PCOA parallel aan de kademuur voor het appartement van [geïntimeerde] in beginsel niet onrechtmatig jegens hem is. Dit brengt mee dat hij de normale overlast die daarvan het gevolg is moet dulden. Dat geldt dus ook voor de geluidsoverlast door klotsend water en de hinder als gevolg van verminderde lichtinval en uitzicht. Het blijft echter mogelijk dat deze varianten van overlast zodanig regelmatig voorkomen en/of lang voortduren en zulke ernstige vormen aannemen dat toch sprake is van jegens [geïntimeerde] onrechtmatige hinder. In dat verband weegt mee welke schade [geïntimeerde] ondervindt als gevolg van de overlast en of en tegen welke prijs en inspanning PCOA die overlast kan wegnemen.

3.8 Uit de door [geïntimeerde] overgelegde foto’s blijkt dat er twee vaartuigen parallel aan de kademuur aangemeerd zijn geweest. Het gaat om een catamaran zeilschip, onder meer afgebeeld op de producties 5 en 9 bij het inleidend verzoekschrift en om een motorjacht, onder meer afgebeeld op foto’s overgelegd als productie 9 bij het inleidend verzoekschrift. Op de foto’s is te zien dat dit motorjacht het uitzicht vanaf de porch van [geïntimeerde] bijna volledig blokkeert en het is ook aannemelijk dat het jacht de lichtinval in de porch daardoor sterk heeft verminderd. Bij de catamaran zijn beide gevolgen in beperktere mate aanwezig. Dit kan tot enige overlast hebben geleid, maar nu onduidelijk is of het appartement in de betreffende periode(n) (permanent) bewoond was, legt dit weinig gewicht in de schaal. Ten aanzien van het klotsen van het water tussen de kademuur en de romp van deze vaartuigen en de mate van geluidsoverlast die dit oplevert op de porch heeft [geïntimeerde] gewezen op klachten over geluidsoverlast van twee huurders van zijn appartement.

3.10 Over de frequentie en de duur van de aanlegperiodes van de twee genoemde boten parallel aan de kademuur is voor het overige niets gesteld. Het is mogelijk dat er nog andere boten parallel aangemeerd zijn geweest, maar nu daarover niets concreets is gesteld kan dat in de beoordeling geen rol spelen.

3.11 De overlast die de beide huurders hebben ondervonden is naar zijn aard, ernst en duur onvoldoende om te oordelen dat sprake is van onrechtmatige hinder. Over de overige periodes waarin zich geluids-, licht-, privacy- en uitzichtoverlast zouden hebben voorgedaan is onvoldoende gesteld om daarin verandering te brengen. Daar komt bij dat ook de stellingen van [geïntimeerde] over de schade die hij zou hebben geleden als gevolg van de overlast onvoldoende concreet zijn. Gesteld is weliswaar dat er sprake is van een verlies van huurinkomsten als gevolg van de overlast, maar dit heeft [geïntimeerde] niet nader toegelicht en ook niet gekwantificeerd. Evenmin heeft [geïntimeerde] in zijn stellingen voldoende duidelijk gemaakt dat PCOA mogelijkheden om die schade te voorkomen of te beperken onbenut heeft gelaten.