20 okt 2025,
Publicatie De Telegraaf over strafzaak niet onrechtmatig
Rb. Amsterdam 20 oktober 2025, IEF 23941; IT 5611; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf). De Telegraaf publiceert een artikel over een man waarin onder meer wordt gesteld dat hij langdurig een kat-en-muisspel met politie en justitie heeft gespeeld, over veel geld beschikt, slim en manipulatief is en contacten op hoog niveau heeft op Malta. De man stelt dat de publicatie meerdere feitelijke onjuistheden bevat, subjectief en suggestief is en in strijd is met de onschuldpresumptie. Volgens hem heeft het artikel bovendien mede geleid tot zijn plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en op de lijst van gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico (GVM-lijst), met de status 'hoog'. Hij vordert primair verwijdering van de publicatie en subsidiair rectificatie, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij een verklaring voor recht dat De Telegraaf onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De Telegraaf voert verweer en stelt onder meer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard.
De kantonrechter oordeelt dat de belangen van de man niet zodanig zijn geschonden dat zij opwegen tegen het belang van de persvrijheid. De Telegraaf heeft uitgebreid toegelicht op welke bronnen zij haar publicatie heeft gebaseerd, waaronder het Openbaar Ministerie, een anonieme bron, eerdere publicaties en rechterlijke uitspraken. Ook heeft de krant hoor en wederhoor toegepast. De kantonrechter acht van belang dat de publicatie bijdraagt aan het maatschappelijke belang om kennis te kunnen nemen van strafzaken. Daarbij wordt de naam van de man niet in het artikel genoemd, waardoor zijn privacy volgens de kantonrechter voldoende is gewaarborgd. Verder is niet gebleken dat zijn plaatsing op de AIT en de GVM-lijst met de status 'hoog' het gevolg is van de publicatie. Uit een eerder vonnis van de voorzieningenrechter in Den Haag volgt volgens de kantonrechter juist dat deze maatregelen verband houden met het eigen handelen van de man. Daarmee is niet komen vast te staan dat de publicatie onrechtmatig is of onjuistheden bevat die verwijdering of rectificatie rechtvaardigen. De kantonrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt de man in de proceskosten, die op nihil worden begroot.
2.3.
Volgens [eiser] staan in de publicatie meerdere evidente onjuistheden, is het subjectief en suggestief en is de onschuldpresumptie compleet genegeerd. Door dit handelen lijdt en heeft hij schade geleden als bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Zo is hij (mede)door deze publicatie in een zogenoemde Afdeling Intensief toezicht (AFI) terecht gekomen en op de zogenoemde GVM lijst geplaatst met de status “hoog”.
2.4.
De Telegraaf heeft verweer gevoerd. Zij beroept zich er onder meer op dat [eiser] haar rauwelijks heeft gedagvaard. Aan dit verweer gaat de kantonrechter voorbij gelet op wat [eiser] daarover heeft aangevoerd. De manier waarop is gedagvaard had anders gekund, maar levert geen grond op om de vordering reeds daarop af te wijzen.
2.5.
Dan de belangenafweging. De belangen van [eiser] zijn niet dusdanig ernstig geschonden dat deze opwegen tegen het belang van persvrijheid. Er staan in de publicatie een aantal quotes die volgens [eiser] onjuist zijn. De Telegraaf heeft echter uitgebreid toegelicht op welke bronnen zij de publicatie heeft gebaseerd (het Openbaar Ministerie, een anonieme bron, andere gepubliceerde artikelen en rechterlijke uitspraken). Daarbij is een anonieme bron toegegaan en De Telegraaf heeft hoor en wederhoor toegepast. De publicatie voldoet aan de vereisten. Dat het voor [eiser] vervelend is dat over hem wordt gepubliceerd is begrijpelijk, maar dat weegt niet op tegen het maatschappelijk belang om door middel van dergelijke publicaties bekend te raken met dergelijke strafzakenzijn. Daarbij komt dat de naam van [eiser] ook niet wordt genoemd in de publicatie zodat zijn privacy voldoende is gewaarborgd. Dat [eiser] op een zogenoemde Afdeling Intensief Toezicht is terechtgekomen en op de GVM lijst met status “hoog” door de gewraakte publicatie is op geen enkele wijze gebleken. Uit het door [eiser] aangehaalde vonnis van de voorzieningenrechter in Den Haag volgt nu juist dat dit komt door het eigen handelen van [eiser] . Dat het artikel onrechtmatig is, dan wel onjuistheden bevat die tot verwijdering dan wel rectificatie moeten leiden is dan ook niet vast komen te staan. De vorderingen van [eiser] dienen daarom te worden afgewezen.