SOMI ontvankelijk in collectieve actie tegen X over datalekken, microtargeting en haatzaaiende berichten
Rb. Amsterdam 21 oktober 2026, IEF 23995; RB 4180; IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.). In deze zaak tussen Stichting Onderzoek Marktinformatie (SOMI) en X Corp, staat de ontvankelijkheid van SOMI in een collectieve actie namens ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van X (voorheen Twitter) centraal. SOMI stelt dat [gedaagden] met de inrichting, exploitatie en beveiliging van het platform de grondrechten van gebruikers schenden. De verwijten hebben onder meer betrekking op datalekken, ongeoorloofde microtargeting en haatzaaiende berichten. SOMI vordert dat [gedaagden] deze praktijken beëindigen en de schade van gebruikers vergoeden. In een eerder tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat SOMI aan vrijwel alle ontvankelijkheidseisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) voldoet. Alleen de financiële middelen en de zeggenschap over de collectieve vordering moesten nader worden onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat het middelenvereiste van artikel 3:305a lid 2 onder c BW slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Een belangenorganisatie moet aannemelijk maken dat zij over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om de procedure te voeren. De rechter hoeft daarbij niet diepgaand te onderzoeken of de organisatie de gehele procedure kan financieren en hoeft evenmin vooraf zekerheid te verkrijgen over de financiering van een eventueel hoger beroep of cassatie. Ook is geen zelfstandig onderzoek vereist naar de kapitaalkrachtigheid en solvabiliteit van de externe procesfinancier.