Onrechtmatige uitingen

IT 3717

Rectificatie van Facebookberichten afgewezen

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 sep 2021, IT 3717; ECLI:NL:GHSHE:2021:2948 (Pup op Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/rectificatie-van-facebookberichten-afgewezen

Vrz. Hof ’s-Hertogenbosch 28 september 2021, IEF 20324, IT 3717; ECLI:NL:GHSHE:2021:2948 (Pup op Facebook) Kort geding. Geïntimeerde heeft een pup van appellanten gekocht. Kort na aflevering is de pup ziek geworden en geëuthanaseerd. De moeder van geïntimeerde heeft een bericht op Facebook geplaatst waarin zij appellanten onder andere beschuldigt broodfokkers te zijn. Geïntimeerde heeft dit bericht in een Facebook-groep geplaatst, waaronder geïntimeerden reacties hebben geplaatst. Appellanten vorderen rectificatie. De rechtbank wijst de vorderingen af omdat het Facebookbericht en de reacties onder het Facebookbericht zijn verwijderd en appellanten onvoldoende hebben aangevoerd dat deze nu te vinden zijn op internet. Dit feit in samenhang met het tijdsverloop (kwestie speelde in eind juni 2020) maakt dat er onvoldoende reden is voor veroordeling tot openbaarmaking van rectificatie.

IT 3716

Verzoek verwijdering zoekresultaten afgewezen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 nov 2021, IT 3716; ECLI:NL:GHARL:2021:10370 (Appelant tegen Google), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-verwijdering-zoekresultaten-afgewezen

Hof Arnhem-Leeuwarden 9 november 2021, IT 3716; ECLI:NL:GHARL:2021:10370 (Appelant tegen Google) Beschikking. Appellant is schrijver. Hij heeft Google in 2018 tevergeefs verzocht een tiental zoekresultaten te verwijderen die opkomen wanneer zijn naam in Google Search wordt opgegeven. Het betreft resultaten die verwijzen naar internetpagina’s die gaan over een conflict tussen hem en een literair criticus. De criticus heeft de schrijver beschuldigd van plagiaat en het ten onrechte voeren van academische titels. De rechtbank [IEF 2677] wees het verzoek af omdat, kort gezegd, de schrijver de stelling van Google dat de gewraakte zoekresultaten juist, relevant en niet bovenmatig zijn, onvoldoende had weersproken en ook niet vast is komen te staan dat de verwerking langer duurt dan noodzakelijk. De rechtbank oordeelde daarnaast dat het belang van Google en van internetgebruikers die mogelijk toegang willen krijgen tot de zoekresultaten, boven het belang van de schrijver.gaat. Ook het hof is van oordeel dat het verzoek niet kan worden toegewezen.

IT 3699

Column over boerenacties is niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 24 sep 2021, IT 3699; ECLI:NL:RBAMS:2021:5533 (Stichting tegen NRC Media), http://www.itenrecht.nl/artikelen/column-over-boerenacties-is-niet-onrechtmatig

Ktr. Rechtbank Amsterdam 24 september 2021, IEF 20289, IT 3699; ECLI:NL:RBAMS:2021:5533 (Stichting tegen NRC Media) Eisers stellen dat de publicatie van 26 januari 2021 op de website van NRC Media onder de kop “de boerenacties als basis voor dit protest’ onrechtmatig is omdat zij hierin worden beschuldigd van strafbare feiten zonder dat daarvoor een feitelijke basis bestaat. Toewijzing van deze vordering zou een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) opleveren. Zo’n beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zal de publicatie in de NRC onrechtmatig jegens eisers moeten zijn. Om uit te maken of dat het geval is, moet een belangenafweging worden gemaakt. In haar belangengafweging oordeelt de rechtbank dat het belang van de columnist van NRC Media om zich kritisch uit te laten op de wijze zoals hij heeft gedaan prevaleert boven het belang van eisers om hieraan niet blootgesteld te worden. In de column zijn de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden.

IT 3700

Facebookberichten in strijd met interne COVID-19 richtlijn

Rechtbank Rotterdam 29 okt 2021, IT 3700; ECLI:NL:RBROT:2021:10459 (Eiser tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/facebookberichten-in-strijd-met-interne-covid-19-richtlijn

Vzr. Rechtbank Rotterdam 29 oktober 2021, IEF 20290, IT 3700; ECLI:NL:RBROT:2021:10459 (Eiser tegen Facebook) Kort geding. Facebook heeft vier berichten van eiser op zijn account verwijderd vanwege strijd met haar COVID-19 richtlijnen en beleid. Eiser vordert dat die berichten worden teruggeplaatst en dat Facebook bij oplegging van toekomstige sancties geen rekening houdt met de betreffende sancties. De vordering wordt afgewezen. Het recht van eigendom van Facebook en de omstandigheid dat de richtlijnen zijn opgesteld (na oproep van overheden en internationale gezondheidsorganisaties) ter bescherming van de volksgezondheid zijn twee legitieme redenen die een inperking van het recht van gedaagde op vrijheid van meningsuiting rechtvaardigen. Gezien doel en strekking van het beleid, kan niet worden gezegd dat Facebook in redelijkheid niet tot deze afweging heeft kunnen komen. Bij het opstellen en het toepassen van de richtlijnen mag Facebook redelijkerwijs afgaan en vertrouwen op de expertise van de deskundigen van verschillende gezondheidsorganisaties en overheden. Voldoende aannemelijk is dat de vier berichten in strijd zijn met de richtlijnen van Facebook. Facebook kan niet worden verplicht de berichten terug te plaatsen.

IT 3697

Uitlatingen dienen algemeen belang niet

Rechtbank Midden-Nederland 12 okt 2021, IT 3697; ECLI:NL:RBMNE:2021:4854 (Smaad), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitlatingen-dienen-algemeen-belang-niet

Rechtbank Midden-Nederland 12 oktober 2021, IEF 20281, IT 3697; ECLI:NL:RBMNE:2021:4854 (Smaad) Strafrecht. Verdachte, een politica van een gemeentelijke eenmansfractie, plaatste Twitterberichten en berichten op internetsites, liet huis-aan-huis verkiezingsfolders verspreiden en gaf een interview waarin zij smadelijke mededelingen deed over een raadslid. Verdachte wordt veroordeeld voor smaadschrift tot een geldboete en een voorwaardelijke taakstraf. De uitlatingen leverden geen bijdrage aan het publiek debat en dienden ook niet het algemeen belang. Het waren onnodige op de persoon gerichte aanvallen. Hierbij is van belang dat verdachte ook op een andere wijze en op andere momenten haar vermoedens aan de kaak kon stellen.

 

IT 3682

Dierentuinbestuurder schreef opinie op persoonlijke titel

Rechtbank Amsterdam 8 sep 2021, IT 3682; ECLI:NL:RBAMS:2021:5395 (Dierentuinen tegen EAZA), http://www.itenrecht.nl/artikelen/dierentuinbestuurder-schreef-opinie-op-persoonlijke-titel

Rechtbank Amsterdam 8 september 2021, IEF 20245, IT 3682; ECLI:NL:RBAMS:2021:5395 (Dierentuinen tegen EAZA) Vonnis in incident. Voorlopige voorziening. Eiseressen zijn twee in Engeland gelegen dierentuinen. EAZA is een vereniging voor dierentuinen in Europa en West-Azië. Een van de bestuurders van de dierentuinen publiceerde onder meer in de Britse krant 'The Independant' een opiniërend artikel waarin hij kritiek uit op kleine dierentuinen en stelt dat (beschermde) dieren naar natuurlijke leefgebieden moeten worden gebracht. Ook brengen de dierentuinen twee cheeta's naar een reservaat in Zuid-Afrika in plaats van naar een EAZA-dierentuin. EAZA heeft vervolgens de dierentuinen voor twee jaar de status 'uitgesloten' opgelegd op basis van een sanctieprotocol. Geoordeeld wordt onder meer dat de uitingen in de pers op persoonlijke titel zijn gedaan en niet door de dierentuinen zelf. De waarschuwingsbesluiten van EAZA zijn echter wel op die veronderstelling gegrond. EAZA moet de aan de dierentuinen opgelegde status ‘uitgesloten’ ongedaan maken voor de duur van de procedure in de hoofdzaak.

IT 3677

Uitzending 'Undercover in Nederland' niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 6 okt 2021, IT 3677; (Eiser tegen Talpa en Noordkaap), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uitzending-undercover-in-nederland-niet-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Amsterdam 6 oktober 2021, IEF 20236, IT 3677; C/13/706042 (Eiser tegen Talpa en Noordkaap) Kort geding. Noordkaap produceert het programma 'Undercover in Nederland', wat wordt uitgezonden door Talpa. In deze zaak is betrokkene door de presentator van het programma gefilmd, gevolgd en geconfronteerd. Talpa heeft deze opnames uitgezonden, waarbij betrokkene herkenbaar in beeld is. De raadsman van betrokkene heeft Noordkaap verzocht deze uitzending, die nog 'on demand' te bekijken is te verwijderen, dan wel het gezicht van betrokkene te 'blurren'. Na dit verzoek is er in een tweede uitzending nogmaals aandacht aan betrokkene besteed. Betrokkene vordert in deze zaak dat Noordkaap wordt verboden het beeld- en geluidsmateriaal dat er van hem is openbaar te maken, evenals hetgeen al openbaar is gemaakt te verwijderen. Toewijzing van deze vordering zou een beperking vormen op de vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het belang van Noordkaap als medium is dat zij zich kritisch, informerend en waarschuwend moet kunnen uitlaten. Het belang van betrokkene is dat hij niet in zijn privacy en goede naam wordt aangetast. Voor de beoordeling of deze aantasting zwaarder weegt dan het grondrecht wordt naar de feiten van de zaak en de omstandigheden van het geval gekeken. De rechtbank oordeelt dat de handelwijze van betrokkene kan worden aangemerkt als een misstand waarbij Noordkaap belang had om deze aan de kaak te stellen. Het belang van betrokkene weegt volgens de rechter minder zwaar. Het beschikbaar houden van de beelden is onder deze omstandigheden niet onrechtmatig. 

IT 3656

Belang vrijheid van meningsuiting weegt zwaarder

Rechtbank 13 sep 2021, IT 3656; ECLI:NL:RBAMS:2021:5058 (Kroongetuige tegen DPG Media), http://www.itenrecht.nl/artikelen/belang-vrijheid-van-meningsuiting-weegt-zwaarder

Vzr. Rechtbank Amsterdam 13 september 2021, IEF 20187, IT 3656; ECLI:NL:RBAMS:2021:5058 (Kroongetuige tegen DPG Media) Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in een kort geding tussen de kroongetuige in het Marengo-proces en DPG Media over de publicatie van een krantenartikel. Het AD, onderdeel van DPG, wil op 14 september 2021 in de krant en op haar website een artikel publiceren over de kroongetuige, waarin wordt geciteerd uit WhatsApp-berichten die afkomstig zijn van een iPhone waarover hij in detentie enige tijd heeft beschikt. Eisers stellen dat het artikel tendentieus, vals en onjuist is en dat zij daarmee worden aangetast in hun eer en goede naam. Zij vorderen daarom (i) DPG te verbieden op welke wijze dan ook feitelijke beschuldigingen jegens eisers te uiten en/of berichten te verspreiden, en (ii) DPG te verbieden het concept-artikel op welke wijze dan ook te openbaren, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van DPG in de proceskosten. Bepaald wordt dat het artikel mag worden gepubliceerd. Het belang van de vrijheid van meningsuiting weegt hier zwaarder dan het belang van de bescherming van de eer en goede naam van eisers.