Gepubliceerd op donderdag 3 september 2026
IT 5496
Rechtbank Amsterdam ||
1 sep 2026,
Rechtbank Amsterdam 1 sep 2026,, IT 5496; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/publicatie-over-cyberbullying-door-schaakgrootmeester-niet-onrechtmatig-kort-geding-kwalificeert-niet-als-slapp

Publicatie over cyberbullying door schaakgrootmeester niet onrechtmatig; kort geding kwalificeert niet als SLAPP

Rb. Amsterdam 1 september 2026, IEF 23788; ECLI:NL:RBAMS:2026:8773 ([eiser] tegen New in Chess c.s.). Een gerenommeerde schaakgrootmeester en voormalig wereldkampioen vordert in kort geding van New In Chess c.s. onder meer verwijdering en rectificatie van een artikel, een verbod op toekomstige vergelijkbare uitlatingen en schadevergoeding. Het artikel behandelt de controverse in de internationale schaakwereld rond de inmiddels overleden schaakgrootmeester Daniel Naroditsky en neemt als uitgangspunt dat hij slachtoffer was van cyberbullying door eiser. De voorzieningenrechter stelt voorop dat toewijzing van de vorderingen een beperking van de uitingsvrijheid van New In Chess c.s. als bedoeld in artikel 10 EVRM zou opleveren. Die beperking is slechts gerechtvaardigd indien de publicatie jegens eiser onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Daarbij moeten het belang van eiser om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en aantasting van zijn eer en goede naam en het belang van New In Chess c.s. om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over zaken van publiek belang tegen elkaar worden afgewogen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het artikel niet onrechtmatig is. De kwalificatie ‘cyberbullying’ is een waardeoordeel, waarvoor een ruime uitingsvrijheid geldt, en wordt in het artikel niet lichtvaardig gebruikt maar toegelicht en onderbouwd aan de hand van concrete omstandigheden en verklaringen. Daarbij betrekt de rechter tevens dat de Ethics & Disciplinary Commission van FIDE op 3 juli 2026, dus na publicatie van het artikel, heeft geoordeeld dat eiser zich schuldig had gemaakt aan cyberpesten in de zin van artikel 6.5(a) van de FIDE Ethics & Disciplinary Code. Het artikel legt bovendien geen uitdrukkelijk causaal verband tussen het handelen van eiser en het overlijden van Naroditsky. Dat bij de gemiddelde lezer mogelijk wel de indruk van een verband ontstaat, is volgens de rechter niet onrechtmatig, mede gezien het grote publieke belang van de discussie over cyberpesten binnen de schaakgemeenschap en de positie van eiser als publiek persoon die zelf actief en provocatief aan het publieke debat deelneemt. Ook de uitlatingen over zijn mentale welzijn en het vermeende gebruik van anonieme ‘burner accounts’ zijn niet onrechtmatig. Voor zover eiser stelt dat in het artikel onjuiste citaten zijn opgenomen, kan dat in kort geding zonder nader feitenonderzoek niet worden vastgesteld. Alle gevraagde voorzieningen worden daarom geweigerd. Het geding wordt evenmin als SLAPP aangemerkt: hoewel de vorderingen zijn gericht op beperking van publieke participatie en vanwege de online publicatie grensoverschrijdende gevolgen hebben, zijn zij niet kennelijk ongegrond en is misbruik van procesrecht niet aannemelijk. Er bestaat daarom geen grond voor een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 237 lid 6 Rv. Eiser wordt volgens het liquidatietarief veroordeeld in de proceskosten van € 4.449.

Het artikel is niet onrechtmatig

4.7.

Geoordeeld wordt als volgt. Afzonderlijk is geen van de bestreden uitlatingen onder categorie A onrechtmatig. [eiser] heeft aangevoerd dat de uitlatingen in samenhang moeten worden bezien, dat hem daarmee ten onrechte cyberbullying wordt verweten, en dat ten onrechte een sterk suggestief verband wordt gelegd tussen zijn handelen en het overlijden van [naam 1] . Dit argument houdt geen stand: ook in samenhang beschouwd zijn de uitlatingen niet onrechtmatig. Cyberbullying is een subjectief begrip en aan het uiten van waardeoordelen komt een ruime vrijheid toe, omdat waardeoordelen niet vatbaar zijn voor bewijs. De term cyberbullying wordt in het artikel niet lichtvaardig gebruikt, maar toegelicht en onderbouwd aan de hand van uiteengezette omstandigheden en verklaringen. Daar komt bij dat de onafhankelijke Ethics & Disciplinary Commission van de Internationale Schaakfederatie FIDE naderhand (op 3 juli 2026) ook naar objectieve maatstaven tot het oordeel is gekomen dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan cyberpesten, zoals bepaald in artikel 6.5(a) van de Ethics & Disciplinary Code (EDC). In de beslissing van die datum staat (voor zover hier van belang) het volgende.

(…)

In April 2024, the Respondent [ [eiser] , vzr] intensified his anti-cheating "campaign," focusing primarily—though not exclusively— on GM [naam 1] .

(…)

Close friends (…) confirmed the "deep personal effect" and "devastating impact" of the allegations on the late GM [naam 1] . The controversy "eroded Daniel’s joy in chess and contributed significantly to his emotional distress". He became "deeply distressed, obsessively worried about his reputation, lost weight from stress," and was "obsessed with proving his innocence". This ultimately transformed him into someone "consumed by anxiety and self-doubt," with the "trauma" persisting until his final days.

(…)

19.5

The EDC Chamber finds that while the Respondent contends his publications were entirely neutral, disclaiming any responsibility for third- party interpretations thereof, the evidentiary record demonstrates the contrary. These communications provoked immediate disapproval and a substantial volume of unwanted reactions across the chess community, to

such a degree that the Respondent, by his own admission, found himself compelled to adopt a defensive posture, alleging that he had become the target of an orchestrated campaign. (…) The record captures the Respondent deploying overt accusations of lying and defamation; explicit allegations of cheating (e.g., “Cheating Tuesdays”); conspiratorial insinuations of criminal association (e.g., “chess mafia”); disparaging or sarcastic posts and commentary; and provocative, open-ended invitations such as “draw your own conclusions” or “Enjoy”. Far from acting as a detached analyst, the Respondent actively fostered a dynamic that falls squarely within the established paradigm of cyber bullying, satisfying the requisite criteria of “unwanted, repeated and intentional, aggressive behavior”.

Onder deze omstandigheden heeft New in Chess c.s. niet onrechtmatig gehandeld door de kwalificatie cyberbullying te gebruiken zoals zij dat in het artikel heeft gedaan.

4.8.

Het artikel beschrijft dat de dood van [naam 1] in samenhang met het cyberpesten voorafgaand aan zijn dood tot grote publieke ophef heeft geleid, maar legt tussen deze gebeurtenissen geen uitdrukkelijk causaal verband. Bij de gemiddelde lezer zal weliswaar de indruk kunnen ontstaan dat een dergelijk verband bestaat, maar dit is op zichzelf niet onrechtmatig. Dat schaakgrootmeester [naam 1] vroegtijdig is komen te overlijden is een onderwerp van het grootst denkbare publieke belang binnen de schaakgemeenschap. Daarbij is de omstandigheid dat het welzijn van [naam 1] voorafgaand aan zijn overlijden ernstig is verslechterd, als gevolg van de “verwoestende impact” van beschuldigingen van valsspelen, eveneens van groot publiek belang. Door deze omstandigheden in samenhang te bespreken stelt het artikel een misstand binnen de schaakgemeenschap aan de kaak: cyberpesten. Die misstand rechtvaardigt een open publieke discussie, waarbij de beleving dat uitlatingen choqueren, beledigen of verstoren onvoldoende is voor het oordeel dat deze onrechtmatig zijn.

4.9.

Daarbij is relevant dat [eiser] , als publiek persoon met een zeer groot bereik binnen de schaakgemeenschap, zich ook niet onbetuigd laat in het publieke debat over onderwerpen die hij als misstand beschouwt, zoals vals spel door middel van elektronische hulpmiddelen. Aannemelijk is dat [eiser] door zijn status binnen de schaakgemeenschap, en de wijze waarop hij zelf actief en provocatief deelneemt aan het publieke debat, een grote impact heeft binnen deze gemeenschap. Dit maakt dat [eiser] op zijn beurt ook stevige kritiek en andere uitlatingen die hem betreffen zal moeten dulden, ook als die niet ten goede komen aan zijn eer en goede naam.

4.10.

Dit geldt ook voor de uitlatingen waarin zijn mentale welzijn in twijfel wordt getrokken (categorie C). [eiser] doet publiekelijk beschuldigingen van valsspelen en insinueert (criminele) samenzwering ("chess maffia"). Dat dit binnen de schaakgemeenschap leidt tot kritiek en uitlatingen over zijn mentale gezondheid, wat vervolgens aan de orde wordt gesteld in het bestreden artikel, zoals hiervoor weergegeven onder 4.6, categorie C, is binnen het kader van een (fel) debat over een onderwerp van publiek belang geoorloofd.

4.11.

[eiser] weerspreekt verder dat hij gebruik maakt van “burner accounts” om anoniem online commentaar te posten. Het artikel presenteert dit echter niet als feit, maar vermeldt dat “internet sleuths” (detectives) dit geloven. Dat dit onjuist zou zijn heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt. Verder stelt [eiser] dat meerdere in het artikel opgenomen citaten incorrecte quotes betreffen (categorie B). New in Chess c.s. betwist dit. Wat daarvan zij kan in dit kort geding, waar geen ruimte is voor nader feitenonderzoek, niet worden vastgesteld, zodat de onrechtmatigheid van die citaten niet kan worden aangenomen. New in Chess c.s. heeft wel erkend dat het citaat “ [eiser] has blood on his hands” een parafrase betreft van de daadwerkelijke door grootmeester [naam 3] gedane uitlating: “He has kind of literally taken a life”. Voor zover [eiser] zich verzet tegen deze parafrase, is dat met deze overweging in dit vonnis voldoende geadresseerd. Voor een verbod of rectificatie daarvan bestaat geen grond.