13 jul 2026,
Kopieer citeerwijze ||
eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED
Rb. Den Haag: Kindred en Risepoint moeten spelers inzage geven in Unibet-transactiegegevens
Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5352; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED). Elf spelers vorderden op grond van artikel 15 AVG inzage in de persoonsgegevens die waren verwerkt bij hun deelname aan online kansspelen via Unibet vóór 1 oktober 2021. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 79 lid 2 AVG bevoegd. Niet in geschil was dat de gevraagde transactiegegevens persoonsgegevens zijn en dat Risepoint, voorheen Trannel, verwerkingsverantwoordelijke is. De rechtbank oordeelt dat ook Kindred als verwerkingsverantwoordelijke gold voor de inzageverzoeken die tussen mei en eind oktober 2024 waren ingediend. Kindred oefende toen via het centrale privacybeleid, het OneTrust-platform en het Kindred Privacy Team mede beslissende invloed uit op het doel en de wezenlijke middelen van de verwerking. De hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke moet worden beoordeeld naar de feitelijke situatie op het moment waarop het inzageverzoek wordt gedaan. Na het vertrek van Risepoint uit de Kindred-groep eind oktober 2024 bepaalde Risepoint zelfstandig het doel en de middelen van de verwerking. Daarom hoefde Kindred niet te voldoen aan de pas daarna ingediende verzoeken van eisers 5 en 9, terwijl Risepoint tegenover alle eisers verantwoordelijk bleef.
De rechtbank verwerpt het beroep op misbruik van recht. Dat de verzoeken mede waren ingediend ter voorbereiding van een mogelijke procedure tegen Kindred en Risepoint, maakt ze niet kennelijk ongegrond of buitensporig. Een betrokkene hoeft een inzageverzoek bovendien niet te motiveren. Ook artikel 15 lid 4 AVG en de op artikel 23 AVG gebaseerde Maltese regeling rechtvaardigen geen weigering: het belang om te voorkomen dat persoonsgegevens in een procedure tegen de verwerkingsverantwoordelijke worden gebruikt, is geen erkende weigeringsgrond. Kindred moet daarom aan alle eisers behalve eisers 5 en 9, en Risepoint aan alle eisers, binnen vier weken een begrijpelijke kopie verstrekken van de persoonsgegevens die een compleet beeld geven van alle directe en indirecte transacties onder het Unibet-label. De gegevens moeten elektronisch worden verstrekt in een gangbaar formaat, zoals XLS(X) of CSV, of via een API. Bij niet-nakoming geldt een dwangsom van € 500 per dag per eiser, met een maximum van € 10.000 per eiser. Kindred en Risepoint worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 1.495 aan proceskosten, vermeerderd met eventuele nakosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Conclusie: gedaagden moeten eisers een kopie van hun transactiegegevens verschaffen
5.19.
Het voorgaande betekent dat Risepoint geen van de aan haar gerichte inzageverzoeken heeft mogen weigeren en dat Kindred alleen de door Eiser 5 en Eiser 9 aan haar gerichte inzageverzoeken heeft mogen weigeren.
5.20.
Tot slot stellen Kindred en Risepoint zich op het standpunt dat zij niet gehouden zijn om eisers een volledig transactieoverzicht te geven, althans geen overzicht met andere gegevens dan die eisers zelf hebben verschaft.
Ook dit verweer kan niet slagen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet de verwerkingsverantwoordelijke betrokkenen desgevraagd een getrouwe en begrijpelijke reproductie verstrekken van alle gegevens die zij over betrokkene verwerkt.15
5.21.
De rechtbank zal de vorderingen van eisers dus grotendeels toewijzen, op de manier zoals hieronder onder het kopje ‘De beslissing’ is geformuleerd.
5.22.
Gelet op de manier waarop gedaagden zich sinds het indienen van de inzageverzoeken in de transactieoverzichten tegenover eisers hebben opgesteld, hebben eisers belang bij hun vordering om de veroordeling met een dwangsom te versterken. Ook dit onderdeel van de vordering zal de rechtbank daarom toewijzen, zij het dat de rechtbank de termijn voor nakoming zal verlengen tot vier weken na de datum van dit vonnis en dat zij de hoogte van de dwangsom zal matigen tot een bedrag van € 500 per dag per eiser, met een maximum van € 10.000 per eiser.