24 jun 2026,
Rb. Rotterdam beveelt KPN gedeeltelijk identificerende gegevens achter anonieme reviews te verstrekken
Rb. Rotterdam 24 juni 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBROT:2026:7699 (HBL tegen KPN). Helder bij Letselschade B.V. (HBL) verzocht bij wijze van voorlopige bewijsverrichting om inzage in gegevens van de KPN-klant aan wie op 21 april 2022 een bepaald IP-adres was toegewezen. HBL stelde dat sinds 2025 via verschillende nepaccounts ongeveer honderd lasterlijke en smadelijke reviews over haar waren geplaatst en dat zij de gebruiker van het IP-adres moest kunnen identificeren om deze in rechte aan te spreken. KPN verzette zich niet tegen verstrekking op grond van een rechterlijk bevel, maar vroeg het bevel te beperken tot de noodzakelijke identificerende gegevens. De rechtbank toetst het verzoek aan de artikelen 197, 196 en 194 Rv. De door HBL gestelde onrechtmatige daad kan als rechtsbetrekking in de zin van artikel 194 Rv gelden. Voor toewijzing is niet vereist dat de onrechtmatigheid al in rechte vaststaat of dat HBL haar vordering in deze fase al voldoende aannemelijk maakt.
De rechtbank beveelt KPN om binnen veertien werkdagen na betekening de volledige voor- en achternaam, het adres en het e-mailadres te verstrekken waarmee de klant zich bij KPN heeft geregistreerd. Alleen bij deze gegevens heeft HBL voldoende belang voor identificatie. Het verzoek om onder meer het telefoonnummer, de bankgegevens, het abonnementstype, andere IP-adressen en de ingangsdatum van het abonnement wordt afgewezen, omdat HBL niet concreet heeft gemaakt waarom die gegevens nodig zijn. Het belang van HBL om tegen de plaatser van de reviews te kunnen optreden, weegt op grond van artikel 6 lid 1 onder f AVG zwaarder dan het belang van de klant bij anonimiteit. Of de reviews daadwerkelijk onrechtmatig zijn en in hoeverre de vrijheid van meningsuiting bescherming biedt, kan pas in een eventuele bodemprocedure worden beoordeeld. HBL draagt de kosten van de inzage; de proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is voor het toegewezen gedeelte uitvoerbaar bij voorraad.
De beoordeling
3.4.
De rechtbank wijst het verzoek deels toe. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
3.5.
Het verzoekschrift voldoet aan de vereisten uit artikel 197 Rv. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de vereisten uit artikel 194 lid 1 Rv. Dat wordt hierna toegelicht.
Rechtsbetrekking
3.6.
HBL voert – kort gezegd – aan dat de gebruiker van het genoemde IP-adres/de klant van KPN onrechtmatig jegens haar handelt door lasterlijke en smadelijke reviews over haar te plaatsen, waardoor zij schade lijdt. De rechtbank begrijpt hieruit dat HBL meent dat die gebruiker een onrechtmatige daad jegens haar pleegt, die kwalificeert als rechtsbetrekking.1 HBL heeft haar standpunt (met stukken) onderbouwd. De rechtbank acht dit voldoende. Niet vereist is immers dat het bestaan van de rechtsbetrekking (de onrechtmatige daad) in rechte vaststaat en HBL hoeft op dit moment ook nog niet voldoende aannemelijk te maken dat zij een vorderingsrecht heeft.2
De gevraagde gegevens zijn voldoende bepaald
3.7.
HBL heeft in haar verzoek een opsomming gegeven van concrete informatie waarvan zij inzage verlangt. Daarmee is voldaan aan het vereiste dat de gegevens voldoende bepaald zijn.
HBL heeft voldoende belang bij inzage van een deel van de gegevens
3.8.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft HBL met haar stellingen aannemelijk gemaakt dat zij belang heeft bij inzage van gegevens die nodig zijn op de gebruiker(s) van het genoemde IP-adres te identificeren en ()in rchte) aan te kunnen spreken. HBL heeft ook voldoende onderbouwd gesteld dat er geen andere manier is om te achterhalen wie er achter de negatieve reviews over HBL zit. De rechtbank is echter wel van oordeel dat het verzoek van HBL deels onbepaald is – de opsomming is niet limitatief – en dat HBL veel te veel gegevens verzoekt. Om het hiervoor genoemde doel te bereiken, heeft HBL alleen de volledige voor- en achternaam, het adres en het e-mailadres (of indien van toepassing: meervoud) van die klant die zijn gebruikt om zich bij KPN te registreren, nodig. Alleen bij die gegevens heeft HBL voldoende belang.
Dat geldt niet voor het telefoonnummer en de bankgegevens van die klant, het type abonnement dat is gekoppeld aan het IP-adres en alle bij KPN bekende IP-adressen van de klant en de datum waarop deze persoon klant bij KPN is geworden. HBL heeft niet concreet gemaakt waarom zij die gegevens nodig heeft voor het hiervoor geformuleerde doel. Het verzoek tot inzage van die gegevens wordt daarom afgewezen.
KPN beschikt over de gevraagde gegevens
3.9.
HBL heeft gesteld, en KPN niet betwist, dat KPN beschikt over de gevraagde gegevens, zodat de rechtbank daarvan uitgaat.