Gepubliceerd op dinsdag 18 augustus 2026
IT 5459
Rechtbank Rotterdam ||
15 jul 2026,
Rechtbank Rotterdam 15 jul 2026,, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-geen-spoedeisend-belang-bij-avg-inzage-en-beperking-van-verwerking

Rechtbank: geen spoedeisend belang bij AVG-inzage en beperking van verwerking

Rb. Rotterdam 15 juli 2026, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Een moeder vordert namens haar dochter in kort geding onder meer dat het besluit van een hockeyvereniging tot beëindiging van het lidmaatschap voorlopig buiten werking wordt gesteld en dat haar dochter weer tot de vereniging wordt toegelaten. Daarnaast verlangt zij afschrift van het volledige dossier van haar dochter, informatie over personen en instanties aan wie persoonsgegevens zijn verstrekt, beperking van de verwerking van die persoonsgegevens en een verbod op verdere verspreiding van een onderzoeksrapport. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot herstel van het lidmaatschap af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Het besluit dateert van november 2023, de dochter heeft sindsdien niet meer gehockeyd en er is geen concrete wens om het lidmaatschap op korte termijn te hervatten. Ook het gestelde belang bij reputatieherstel maakt niet dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

Ook de privacyvorderingen worden afgewezen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat op grond van artikel 15 AVG om inzage in persoonsgegevens kan worden verzocht en dat, wanneer een niet-bestuursorgaan zo’n verzoek afwijst, artikel 35 UAVG in beginsel een rechtsingang bij de rechtbank biedt. Een verzoek om inzage of afschrift kan daarnaast in kort geding worden ingesteld, maar daarvoor is wel spoedeisend belang vereist. Dat heeft eiseres niet voldoende onderbouwd; de enkele omstandigheid dat de vereniging mogelijk niet aan haar verplichtingen als verwerkingsverantwoordelijke heeft voldaan, is daarvoor niet genoeg. De vordering tot beperking van de verwerking op grond van artikel 18 AVG wordt eveneens afgewezen, zowel vanwege het ontbreken van spoedeisend belang als omdat niet aannemelijk is gemaakt dat een van de in dat artikel genoemde omstandigheden zich voordoet. Het verbod op verdere verspreiding van het rapport wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is geworden dat de vereniging het rapport heeft verspreid of van plan is dat te doen. Alle vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

[gedaagde] wordt niet veroordeeld tot verstrekken persoonsgegevens

5.6.

[eiseres] heeft onder 4 en 6 gevorderd dat [gedaagde] afschrift van het ‘volledige dossier’ van [persoon A] moet verstrekken en opgave moet doen van personen en instanties aan wie inzage of afschrift van de daarin opgenomen gegevens is verstrekt. Ook deze vorderingen worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

5.7.

Op grond van artikel 15 AVG kan inzage van persoonsgegevens worden verzocht. Indien een belanghebbende op de voet van artikel 15 AVG een dergelijk verzoek doet bij een niet-bestuursorgaan en dat wordt afgewezen, biedt artikel 35 UAVG in beginsel de rechtsingang bij de rechtbank om de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek zoals bedoeld in artikel 15 AVG alsnog toe te wijzen. Een belanghebbende kan voorafgaand aan een verzoek bij de rechtbank weliswaar ook in kort geding inzage of afschrift vorderen van persoonsgegevens, maar moet in dat geval daar wel een spoedeisend belang bij hebben.1

5.8.

[eiseres] heeft niet onderbouwd waarom ten aanzien van de verstrekking van persoonsgegevens een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. [gedaagde] moet weliswaar voldoen aan de verplichtingen die zij als verwerkingsverantwoordelijke onder de AVG heeft, maar dat zij dat niet heeft gedaan levert op zichzelf geen spoedeisend belang op.

[gedaagde] wordt niet veroordeeld tot het beperken van de verwerking van persoonsgegevens

5.9.

[eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de verwerking van de persoonsgegevens van [persoon A] te beperken zoals bedoeld in artikel 18 AVG. De vordering onder 7 wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang (zie 5.8.). Daarnaast is gesteld noch voldoende aannemelijk geworden dat een van de omstandigheden op grond waarvan de verwerking kan worden beperkt zoals bedoeld in artikel 18 AVG zich voordoet, zodat de vordering ook om die reden niet kan worden toegewezen.

[gedaagde] wordt niet verboden om rapport te verspreiden

5.10.

[eiseres] vordert dat het [gedaagde] wordt verboden om het door de geschillencommissie opgestelde rapport te verspreiden. Deze vordering (onder 5) wordt afgewezen, omdat [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] het rapport heeft verspreid of de intentie heeft het rapport te verspreiden. [gedaagde] heeft ter zitting medegedeeld dat zij dat niet heeft gedaan en dat zij dat ook niet zal doen. [eiseres] heeft daarom geen belang bij het gevorderde verbod.