Gepubliceerd op donderdag 6 augustus 2026
IT 5403
Rechtbank Noord-Holland ||
21 jul 2026,
Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026,, IT 5403; ECLI:NL:RBNHO:2026:9167 ([verzoeker] tegen Scapino), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-stelt-ambtshalve-misbruik-van-avg-inzagerecht-vast-wegens-financieel-oogmerk

Rechtbank stelt ambtshalve misbruik van AVG-inzagerecht vast wegens financieel oogmerk

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5403; ECLI:NL:RBNHO:2026:9167 ([verzoeker] tegen Scapino). Verzoeker diende op 22 juli 2025 bij Scapino een inzageverzoek in op grond van artikel 15 AVG. Nadat Scapino de ontvangst had bevestigd, maande en sommeerde verzoeker haar meermaals om aan het verzoek te voldoen. Op 20 mei 2026 reageerde Scapino alsnog inhoudelijk en verstrekte zij een overzicht van de persoonsgegevens die zij van verzoeker verwerkte. Volgens verzoeker was deze reactie te laat en bovendien onvolledig. Hij verzocht de rechtbank aanvankelijk onder meer om schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijke proceskosten. Nadat hij zijn verzoek ter zitting had verminderd, verzocht hij alleen nog om Scapino op straffe van een dwangsom te bevelen volledige inzage te verstrekken en haar in de proceskosten te veroordelen.

Hoewel Scapino niet uitdrukkelijk had aangevoerd dat sprake was van misbruik van recht, oordeelt de rechtbank dat zij dit ambtshalve mocht beoordelen. De rechtbank stelt voorop dat bij het aannemen van misbruik van recht terughoudendheid is geboden. Op grond van artikel 3:13 BW kan een bevoegdheid niet worden ingeroepen voor zover daarvan misbruik wordt gemaakt. Daarbij betrekt de rechtbank artikel 12 lid 5 AVG, dat een verwerkingsverantwoordelijke de mogelijkheid biedt om kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken te weigeren, en de maatstaf van het Hof van Justitie dat zowel objectieve omstandigheden als een subjectief oogmerk moeten worden vastgesteld. Uit het patroon van handelen bleek volgens de rechtbank dat verzoeker zijn AVG-rechten met een financieel oogmerk gebruikte en niet daadwerkelijk beoogde de juistheid van zijn persoonsgegevens of de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. Hij had in ongeveer anderhalf jaar circa negentig inzageverzoeken gedaan, ongeveer twintig vergelijkbare procedures bij de rechtbank Noord-Holland gestart, nagenoeg identieke processtukken gebruikt, vroegtijdig schade- en kostenvergoedingen verlangd en zijn verzoeken geregeld kort voor of tijdens de zitting verminderd. De rechtbank concludeert dat verzoeker welbewust situaties creëerde om van bedrijven een vergoeding te verkrijgen en verklaart hem daarom niet-ontvankelijk. Zij komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke vraag of Scapino tijdig en volledig aan het inzageverzoek heeft voldaan. Verzoeker wordt veroordeeld in de reguliere proceskosten van Scapino, begroot op € 842.

4.6.

Uit het toepasselijke beoordelingskader blijkt dat de lat voor het aannemen van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW, bezien in samenhang met artikel 12 lid 5 AVG, hoog ligt en dat bij het aannemen van misbruik terughoudendheid moet worden betracht. De rechtbank is echter (ook) in deze zaak van oordeel dat voldoende is gebleken van zwaarwichtige gronden die de conclusie rechtvaardigen dat [verzoeker] met zijn verzoek misbruik van recht maakt. Uit de wijze waarop [verzoeker] in dit dossier, en in andere dossiers, de procedure is gestart en met Scapino heeft gecommuniceerd, blijkt dat [verzoeker] een financieel oogmerk heeft bij zijn verzoeken en dat het hem niet daadwerkelijk gaat om de inzage in zijn persoonsgegevens en om de juistheid van deze gegevens en om de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. Hoewel in beginsel per individuele zaak moet worden beoordeeld of sprake is van misbruik van recht, kan deze zaak niet los worden gezien van de andere vergelijkbare zaken die [verzoeker] bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt.4 Juist het patroon in de werkwijze en het procedeergedrag dat zichtbaar wordt uit deze en andere zaken draagt in belangrijke mate bij aan het oordeel dat [verzoeker] misbruik van recht maakt.

4.7.

Voor de motivering van haar oordeel dat sprake is van misbruik van recht verwijst de rechtbank allereerst uitdrukkelijk naar haar gemotiveerde oordeel in de onder 4.2. genoemde beschikking, waaraan – kort gezegd – het procedeergedrag en de werkwijze van [verzoeker] , en de betrokkenheid van (vermeende) gemachtigden en de rol van Webshop Juristen ten grondslag ligt. De omstandigheden die de rechtbank er in de genoemde zaak van hebben overtuigd dat er sprake is van misbruik van recht, zijn ook aanwezig in de onderhavige zaak. Zo heeft [verzoeker] ook in deze zaak al in een vroegtijdig stadium buitengerechtelijke kosten aangezegd en aangedrongen op betaling van een (schade)vergoeding, onder dreiging van een gerechtelijke procedure. Ook in deze zaak heeft [verzoeker] in de dagvaarding, zonder schriftelijke onderbouwing, een immateriële schadevergoeding, een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en een vergoeding van de werkelijke proceskosten gevorderd en vervolgens zijn verzoek – zonder deugdelijke of overtuigende toelichting – verminderd tot enkel inzage in zijn persoonsgegevens op straffe van een dwangsom, waarbij van belang is dat deze vermindering in dit geval eerst ter zitting heeft plaatsgevonden. Verder heeft [verzoeker] ook in deze zaak om vergoeding van de proceskosten verzocht, waarbij het aanvankelijk ging om de werkelijke proceskosten, terwijl de rechtbank ook hier - onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 20245 - haar twijfels heeft over het daadwerkelijk bestaan van gemachtigde Morsink. In de onder 4.2 genoemde beschikking heeft de rechtbank daarover geoordeeld dat [verzoeker] het bestaan van gemachtigde Donkersloot niet aannemelijk heeft weten te maken.6 Dat is ook hier het geval voor wat betreft gemachtigde Morsink, waarbij van belang is dat ook in deze zaak Morsink zonder goede of aannemelijke reden niet ter zitting is verschenen.

4.8.

Zoals ook in de onder 4.2. genoemde beschikking is overwogen heeft [verzoeker] de omschreven handelwijze niet alleen gehanteerd met betrekking tot zijn inzageverzoek aan Scapino, maar ook in andere zaken. Dit betreft de andere AVG-verzoeken van [verzoeker] tegen verschillende andere bedrijven die op 1 en 9 juni 2026 tijdens een zitting zijn behandeld, alsook de ongeveer twintig andere zaken die bij de rechtbank aanhangig zijn. [verzoeker] heeft in deze zaken een vergelijkbare communicatie en insteek van de procedure gehad als in deze zaak en – met gebruikmaking van nagenoeg identieke dagvaardingen en stukken – een hoge schadevergoeding en/of een hoge kostenvergoeding gevorderd. Vrijwel alle zaken die aanhangig zijn bij deze en andere rechtbanken vinden hun oorsprong in een online bestelling van [verzoeker] of registratie vanwege andere redenen, enige tijd later gevolgd door een AVG-verzoek. Ook in die zaken heeft [verzoeker] al in een vroeg stadium en herhaaldelijk aangedrongen op de betaling van een vergoeding door de betrokken bedrijven en ook in die zaken, althans in de zaken die op 1 en 9 juni 2026 op zitting zijn behandeld, heeft [verzoeker] kort voor de zitting zonder nadere toelichting zijn verzoek aangepast en verminderd. Daarbij is van belang dat in de meeste van deze zaken eveneens een beroep op misbruik van recht is gedaan.