IT 2789

Reclames T-Mobile niet onrechtmatig, op radioreclames na

Vzr. Rechtbank Den Haag 21 mei 2019, IEF 18498, RB 3318, IT 2789; ECLI:NL:RBDHA:2019:5716 (Ziggo tegen T-Mobile) Reclamerecht. Misleidende vergelijkende reclame. Ziggo en T-Mobile zijn aanbieders van internet-, telefoon - en televisiediensten (telecomaanbieders) en zijn concurrenten van elkaar. Ziggo voert een prijsverhoging door in haar abonnementen. T-Mobile is een reclamecampagne gestart als gevolg van deze prijsverhogingen, verwijst hierin op de tariefverhoging van Ziggo en moedigt haar klanten aan om naar T-Mobile over te stappen. Ziggo slaagt er niet in aan te tonen dat T-Mobile bij alle reclamecampagnes onjuist en onrechtmatig handelt. Dit is enkel bij de radioreclames het geval.

1. Promoted tweet: 83.3% van de klanten van Ziggo krijgt te maken met prijsverhogingen, waardoor T-Mobile niet misleidt door dit aan te kaarten in haar reclame. 

2. Ook gaat de reclame gepaard met een duidelijke disclaimer. De prijsvergelijking die Ziggo in de procedure heeft betoogd ziet op verschillende prijzen, en gaat daardoor niet op (bestaande versus nieuwe klanten).

3. De vergelijking is – gezien de uitvoerige media aandacht voor deze prijsverhogingen van Ziggo – voldoende controleerbaar. Verbod tot staking wordt afgewezen.

4. Radioreclames: T-Mobile zegt niet dat zij zelf geen prijzen verhoogt, maar impliceert dat wel. Inflatiecorrectie geldt ook als prijsverhoging, waardoor de radioreclame zonder adequate disclaimer als misleidend heeft te gelden. Daarmee zijn de reclames misleidend. Verbod tot staking wordt toegewezen.

5. Belofte-uiting: T-Mobile misleidt niet als zij zegt geen prijsverhogingen door te zullen voeren, anders dan inflatiecorrectie. De prijsvergelijking die Ziggo in de procedure heeft betoogd ziet op verschillende prijzen, en gaat daardoor niet op (bestaande versus nieuwe klanten). 

6. Ziggo heeft niet gesteld, noch aannemelijk gemaakt, dat T-Mobile haar prijzen voor bestaande klanten wél heeft verhoogd. T-Mobile heeft onderbouwd toegelicht dat de prijsverhoging bij Ziggo daarentegen aanzienlijk hoger is dan bij T-Mobile, waardoor zij termen als ‘forse’ en ‘fikse’ prijsverhogingen rechtmatig gebruikt. Verbod tot staking wordt afgewezen.

7. Twitter-video: T-Mobile misleidt niet door te stellen dat Ziggo haar prijzen de afgelopen vier jaar met 28 % heeft verhoogd. De bron voor dit cijfer is duidelijk getoond in de video, en dus controleerbaar. Ziggo heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bron onjuist zou zijn. Verbod tot staking wordt afgewezen.

8. Tweet T-Mobile CEO: T-Mobile misleidt niet door een tweet van haar CEO waarin wordt verwezen naar de bron voor de 28% prijsverhoging bij Ziggo. De bron is duidelijk weergegeven en Ziggo heeft de onjuistheid niet aangetoond. Verbod tot staking wordt afgewezen.

9. Prijsvergelijkingstabel: T-Mobile misleidt niet door het gebruik van een prijsvergelijkingstabel op haar website. De vergelijking is feitelijk juist, anders dan Ziggo stelt. Verbod tot staking wordt afgewezen.

10. Prijsvergelijkingsadvertentie: T-Mobile misleidt niet door het gebruik van een prijsvergelijkingsadvertentie op haar website. Op de website van T-Mobile wordt duidelijk toegelicht waarop de prijsvergelijking is gebaseerd, en deze vergelijking is feitelijk juist. De consument is gewend te scrollen op een website, en zal deze disclaimer dan ook zien. Verbod tot staking wordt afgewezen.

Over punt 4: 

4.9. Over de vraag of T-Mobile zelf wel of geen prijsverhogingen op haar bestaande abonnementen doorvoert overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Tussen partijen staat vast dat T-Mobile op haar abonnementen een inflatiecorrectie toepast. Hoewel deze inflatiecorrectie niet onder de werking van artikel 7.2 Tw valt, is de inflatiecorrectie, anders dan T-Mobile heeft bepleit, naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel degelijk aan te merken als een prijsverhoging. Dit volgt ook uit de wijze waarop een en ander verwoord is in artikel 6 lid 4 van de Beleidsregels kosteloos beëndigingsrecht telecomovereenkomsten van de Autoriteit Consument en Markt.

4.14. Weliswaar wordt in deze radiocommerials niet met zoveel woorden gezegd dat T-Mobile haar prijzen niet verhoogt, maar met Ziggo is de voorzieningenrechter van oordeel dat T-Mobile dat met deze teksten wel impliceert. Dat is, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, ook hoe de maatman deze reclame zal begrijpen. Al overwogen is dat de aanpassing van prijzen (uitsluitend) een inflatiecorrectie, zoals T-Mobile doet, ook is aan te merken als prijsverhoging. In de radiocommercials wordt op geen enkele wijze melding gemaakt van de inflatiecorrectie. Daarmee zijn deze radiocommercials onjuist, misleidend en niet objectief. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat een radioreclame zich, zoals T-Mobile stelt, naar zijn aard minder goed leent voor volledige en controleerbare voorlichting van de consument. Niet valt in te zien dat een dergelijke nuancering (disclaimer) niet verwerkt kan worden in een radiocommercial. De verwijzing in de commercials naar de website en winkel van T-Mobile neemt de onrechtmatigheid jegens Ziggo niet weg, omdat dit slechts een algemene verwijzing is die de consument niet voldoende duidelijk attendeert op een voor hem nadelige nuancering van de via de commercials gedane uitlatingen.

4.15. Het vorenstaande leidt er toe dat T-Mobile zal worden geboden de uitzendingen van deze radiocommercials te staken en gestaakt te houden.