23 jan 2026,
Rijschool mag betaling softwareabonnement niet opschorten wegens gestelde tekortkomingen en prijsverhoging
Rb. Gelderland 23 januari 2026, IT 5585; ECLI:NL:RBGEL:2026:1011 (PlanGo tegen Sodrive). Softwareleverancier PlanGo heeft met Sodrive Rijopleidingen een overeenkomst gesloten voor het gebruik van software voor rijschooladministratie en afsprakenbeheer. Sodrive heeft vanaf mei 2024 de maandelijkse facturen niet meer betaald, omdat de software volgens haar niet beschikte over vooraf toegezegde functionaliteiten en PlanGo een buitensporige prijsverhoging had doorgevoerd. PlanGo vordert betaling van de openstaande abonnementskosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelt dat Sodrive haar betalingsverplichtingen ten onrechte heeft opgeschort. In artikel 17.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden is het opschortingsrecht voor zakelijke klanten uitgesloten. Sodrive heeft niet gesteld dat dit beding onredelijk bezwarend is en heeft evenmin een beroep gedaan op vernietiging ervan. Ook zonder dit beding zou het beroep op opschorting niet slagen. Sodrive heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen specifieke functionaliteiten, waaronder een blokkering bij openstaande facturen en een mogelijkheid tot administratieve export of koppeling, waren overeengekomen en dat PlanGo deze niet heeft geleverd. Een tekortkoming van PlanGo is daarmee onvoldoende feitelijk onderbouwd.
Ook het beroep op opschorting wegens de prijsverhoging slaagt niet. Volgens de kantonrechter is het opschorten van de volledige betalingsverplichting niet proportioneel wanneer de bezwaren uitsluitend betrekking hebben op de verhoging van het abonnementstarief. Sodrive had in ieder geval het onbetwiste deel moeten betalen. Daarnaast heeft Sodrive de facturen van maart en april 2024, waarin de prijsverhoging was verwerkt, betaald zonder daartegen kenbaar bezwaar te maken. PlanGo mocht daaruit afleiden dat Sodrive de hogere tarieven had geaccepteerd. Ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid slaagt niet. PlanGo heeft gemotiveerd gesteld dat de verhoging 16% bedroeg in plaats van de door Sodrive gestelde 76%, terwijl Sodrive onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou volgen dat de aangevoerde bedrijfseconomische redenen de verhoging niet konden rechtvaardigen. De hogere tarieven gelden daarom voor de facturen vanaf mei 2024. Wel wijst de kantonrechter een factuur van € 455,57 voor november 2023 af, omdat niet is komen vast te staan dat partijen een eerdere ingangsdatum met betalingsverplichting waren overeengekomen. Sodrive wordt veroordeeld tot betaling van € 10.341,90 aan openstaande abonnementskosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente, en € 878,42 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast moet zij € 2.530,35 aan proceskosten betalen.
4.8.
Allereerst is de vraag wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst hebben afgesproken. PlanGo stelt dat zij haar software, zoals deze is, aan Sodrive heeft aangeboden, en geen sprake is van maatwerk. Sodrive meent dat partijen expliciete opties (blokkering bij openstaande facturen en administratie export/koppeling) hebben afgesproken. In de tussen partijen gesloten overeenkomst is geen melding gemaakt van de door Sodrive gestelde afspraken. Sodrive verwijst vervolgens naar de e-mail van 15 december 2023, echter is deze onleesbaar, zodat niet vastgesteld kan worden wat daarin de boodschap is geweest. Voor zover Sodrive in die mail een beroep zou hebben gedaan op tussen partijen gemaakte afspraken, die PlanGo in de ogen van Sodrive niet zou zijn nagekomen, zou, bij niet nakoming door PlanGo, een beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling of ontbinding van de overeenkomst op grond van tekortkoming voor de hand hebben gelegen. Echter, niet is gebleken dat Sodrive hier een beroep op heeft gedaan. Sterker nog, Sodrive heeft tot mei 2024 de facturen van PlanGo betaald. Dit ligt niet in lijn met de stelling dat de afgenomen software zodanig tekortschiet zoals Sodrive thans stelt. Aangezien Sodrive haar stellingen niet nader heeft onderbouwd, is de kantonrechter van oordeel dat een toerekenbare tekortkoming van PlanGo door Sodrive onvoldoende feitelijk is onderbouwd. Aan het door Sodrive gedane bewijsaanbod op dit punt zal ook voorbij worden gegaan nu Sodrive niet concreet heeft gesteld wie zou kunnen getuigen en dat diegene bij de gesprekken met PlanGo, waarin de gestelde afspraken zouden zijn gemaakt, aanwezig is geweest. Daarnaast heeft Sodrive afdoende de mogelijkheid gehad om correspondentie met PlanGo op dit punt in het geding te brengen, maar dit heeft zij (kennelijk) nagelaten.
Opschorting in verband met prijswijziging
4.9.
Dan voert Sodrive nog aan dat PlanGo ten onrechte een buitensporige prijsverhoging heeft doorgevoerd. Buiten dat opschorting in de algemene voorwaarden is uitgesloten, is de kantonrechter van oordeel dat opschorting van de volledige betalingsverplichting in dit geval niet proportioneel is. Aangezien de bezwaren van Sodrive op dit punt enkel zien op de prijswijziging, had het op de weg van Sodrive gelegen om het niet betwiste deel van de abonnementskosten te betalen.
4.10.
PlanGo heeft onbetwist gesteld dat zij haar prijsverhoging tijdig aan Sodrive kenbaar heeft gemaakt. Vervolgens heeft PlanGo per 1 maart 2024 haar tarieven verhoogd en staat vast dat Sodrive de facturen van maart en april 2024, waarin de prijswijziging is doorgevoerd, heeft betaald. Sodrive heeft toen niet geklaagd, althans daar is niet van gebleken. De stelling dat geen sprake kan zijn van een impliciete instemming omdat sprake was van een automatische incasso en een lopend implementatieconflict, laat onverlet dat Sodrive had kunnen c.q. moeten klagen als zij zich niet kon verenigen met de prijswijziging. Nu Sodrive niet (kenbaar) heeft geklaagd en de facturen, waarin de prijsverhoging was inbegrepen, heeft betaald, mocht PlanGo daaruit afleiden dat Sodrive de hogere tarieven kennelijk heeft geaccepteerd.
4.11.
Een beroep op de redelijkheid en billijkheid kan Sodrive in dit geval ook niet baten. Het gebruik maken van de contractuele bevoegdheid tot prijsverhoging is op zichzelf niet onaanvaardbaar. Hoewel de door PlanGo aangevoerde (bedrijfseconomische redenen) mogelijk niet voortvloeien uit factoren waarop PlanGo in redelijkheid geen invloed kan uitoefenen (zoals omschreven in artikel 10.4 van de algemene voorwaarden), maakt niet dat de door PlanGo aangevoerde redenen de doorgevoerde prijsverhoging niet zouden kunnen rechtvaardigen. PlanGo heeft in haar repliek gemotiveerd gesteld dat geen sprake is van een tariefverhoging van 76%, zoals Sodrive stelt, maar van 16% en waar deze verhoging op gebaseerd is. Sodrive heeft hierna geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit opgemaakt zou moeten worden dat de bedrijfseconomische redenen die PlanGo heeft aangevoerd de doorgevoerde tariefsverhoging niet zouden hebben kunnen rechtvaardigen. Het voorgaande in samenhang beschouwd hebben de hogere tarieven naar het oordeel van de kantonrechter dan ook te gelden voor de facturen vanaf mei 2024 en verder.
4.12.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Sodrive ten onrechte haar betalingsverplichting jegens PlanGo heeft opgeschort. Zij is de thans gevorderde abonnementskosten tot 1 mei 2025 , in totaal € 10.341,90, dan ook nog onverminderd verschuldigd aan PlanGo. Dit deel van de hoofdsom wordt toegewezen.