Gepubliceerd op donderdag 5 november 2026
IT 5634
Rechtbank Rotterdam ||
28 okt 2026,
Rechtbank Rotterdam 28 okt 2026,, IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/risico-op-tegenstrijdige-uitspraken-staat-hervatting-softwaregeschil-niet-langer-in-de-weg

Risico op tegenstrijdige uitspraken staat hervatting softwaregeschil niet langer in de weg

Rb. Rotterdam 28 oktober 2026, IEF 23994; IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.) In deze zaak tussen DMARC Advisor (voorheen Dmarcian Europe B.V.) en Dmarcian, Inc. en [gedaagde] staat de vraag centraal of een Nederlandse procedure over intellectuele-eigendomsrechten op software kan worden hervat terwijl in de Verenigde Staten een samenhangende procedure loopt. De rechtbank Rotterdam heeft de Nederlandse procedure in een tussenvonnis van 20 december 2023 aangehouden, omdat in beide procedures grotendeels dezelfde geschilpunten aan de orde waren, waaronder de eigendom van de IE-rechten op software en de oorspronkelijkheid van de broncode. Daarmee wilde de rechtbank voorkomen dat twee mogelijk tegenstrijdige, in Nederland uitvoerbare uitspraken zouden ontstaan [IEF 22343]. DMARC Advisor verzoekt om hervatting van de procedure, omdat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Zij wijst erop dat de Amerikaanse rechter de auteursrechtelijke vordering van Dmarcian, Inc. in een summary judgment van 1 mei 2024 definitief heeft afgewezen. Daarnaast is nog altijd onduidelijk wanneer de Amerikaanse procedure volledig zal worden afgerond. Dmarcian, Inc. verzet zich tegen hervatting en stelt dat de eigendom en oorspronkelijkheid van de broncode nog steeds onderwerp zijn van de Amerikaanse procedure, evenals mogelijke schendingen van bedrijfsgeheimen.

De rechtbank overweegt dat het voorkomen van tegenstrijdige rechterlijke uitspraken nog steeds een belangrijk uitgangspunt is, maar dat dit risico onder de gewijzigde omstandigheden niet langer rechtvaardigt dat de Nederlandse procedure aangehouden blijft. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de Amerikaanse auteursrechtelijke vordering definitief is afgewezen en dat de eigendom van de oorspronkelijke broncode uit 2012 geen rol meer speelt als grondslag voor een auteursrechtelijke vordering in Nederland. Voor zover in de Amerikaanse procedure nog wordt gediscussieerd over de herkomst van de broncode uit 2021, acht de rechtbank de mogelijke overlap onvoldoende om de Nederlandse procedure langer stil te leggen. Ook de Amerikaanse vorderingen wegens schending van bedrijfsgeheimen vormen daarvoor geen reden, omdat bedrijfsgeheimen geen onderwerp zijn van de Nederlandse procedure. Verder weegt de rechtbank mee dat de Amerikaanse procedure aanzienlijk langer duurt dan aanvankelijk werd verwacht. Hoewel inmiddels een datum voor de Amerikaanse jurybehandeling bekend is, blijft onzeker wanneer een definitieve einduitspraak zal volgen. Gelet op het tijdsverloop van bijna drie jaar sinds het tussenvonnis van december 2023 acht de rechtbank het gerechtvaardigd om de Nederlandse procedure te hervatten. De rechtbank zal daarbij wel rekening blijven houden met het verdere verloop van de Amerikaanse procedure. De rechtbank wijst het hervattingsverzoek toe. DMARC Advisor krijgt de gelegenheid haar eis te wijzigen, waarna Dmarcian, Inc. en eventueel [gedaagde] daarop mogen reageren. Over de inhoudelijke aanspraken op de software en de gestelde auteursrechtinbreuk wordt in dit vonnis nog niet beslist.

2.16 De rechtbank stelt voorop dat niet vooruitgelopen kan worden op de uitkomst van de Amerikaanse procedure. Op dit moment is nog onduidelijk wat die uitkomst zal zijn en hoe die zich zal verhouden tot de onderhavige procedure. Uitgangspunt blijft dat voorkomen moet worden dat er twee in Nederland executabele rechterlijke uitspraken zijn die mogelijk (geheel of gedeeltelijk) onverenigbaar met elkaar zijn. Het risico op mogelijk tegenstrijdige beslissingen rechtvaardigt, gelet op de hierna toe te lichten omstandigheden van het geval, echter niet dat de onderhavige procedure nu nog langer aangehouden moet blijven in afwachting van de uitkomst van de Amerikaanse procedure.

2.23 Wat betreft de in het tussenvonnis genoemde planning van de Amerikaanse procedure kan worden vastgesteld dat de voorspellingen van partijen meerdere keren niet uitgekomen zijn. Wat daarvan de oorzaak is acht de rechtbank in het kader van de beoordeling van het hervattingsverzoek niet relevant. Het is in zijn algemeenheid lastig het verloop van een procedure te voorspellen. Gesteld noch gebleken is dat in dit kader sprake zou zijn van misbruik van procesrecht door dBV, althans van doelbewuste vertraging van de Amerikaanse procedure met het oog op de onderhavige procedure. Inmiddels is duidelijk wanneer de jury trial van start zal gaan, maar nog niet wanneer (het Amerikaanse equivalent van) een eindvonnis over de hele linie zal worden gewezen in de Amerikaanse procedure. Mede gelet op het tijdsverloop van bijna drie jaar na het tussenvonnis van 20 december 2023, acht de rechtbank het gerechtvaardigd om dat eindvonnis niet langer af te wachten, maar verder te gaan met de onderhavige procedure. Wel zal de rechtbank rekening blijven houden met het verdere verloop van de Amerikaanse procedure.