IT 3528

Schadevergoeding voor nalaten van website hosting

Rechtbank Rotterdam 16 april 2021, IT 3528; ECLI:NL:RBROT:2021:4599 (Eiseres tegen gedaagde) Gedaagde heeft in opdracht van eiseres een website ontworpen. In deze opdracht heeft hij haar toegezegd dat hij ook de hosting - het in de lucht houden van de website - zou regelen. Op een gegeven constateert eiseres dat haar website onbereikbaar was voor klanten. Zij heeft vervolgens gedaagde verzocht om te onderzoeken wat er aan de hand is, maar hier heeft gedaagde niet meer op gereageerd. Eiseres vordert hierom schadevergoeding van gedaagde. De rechtbank oordeelt dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn overeenkomst tot opdracht en wijst daarmee dan ook de vordering tot schadevergoeding toe.

5.4. Gelet op het bovenstaande rustte op [gedaagde] de verplichting de toegang tot de website van [eiseres] te herstellen. Door [gedaagde] is niet betwist dat [eiseres] in de periode 2 maart 2020 tot en met 5 maart 2020 meerdere malen getracht heeft in contact te komen met [gedaagde] , zowel via Whatsapp als per e-mail, om [gedaagde] er toe te bewegen de toegang tot de website te herstellen. Door [gedaagde] is gesteld dat zij meerdere malen telefonisch met [eiseres] heeft gesproken waarbij hij een oplossing heeft aangedragen, hetgeen door [eiseres] uitdrukkelijk is betwist. Tegenover de betwisting door [eiseres] rust op grond van artikel 150 Rv op [gedaagde] de bewijslast van zijn stelling dat hij wel degelijk telefonisch oplossingen heeft aangedragen teneinde de toegang tot de website te herstellen. Dat bewijs heeft hij tot dusver niet geleverd. De vraag is of er aanleiding bestaat om [gedaagde] op dit punt tot bewijslevering toe te laten. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend, waarbij geldt dat [gedaagde] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. [gedaagde] heeft immers onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing van zijn stelling. Zo heeft [gedaagde] slechts gesteld [eiseres] meerdere malen telefonisch te hebben gesproken, maar heeft hij verzuimd te concretiseren wanneer de betreffende telefoongesprekken hebben plaatsgevonden en wat er tijdens welk gesprek is besproken. Gelet hierop en op het feit dat [gedaagde] op dit punt geen enkel bewijsaanbod heeft gedaan, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] zich heeft ingespannen de toegang tot de website te herstellen.

5.5. Nu uit het hiervoor overwogene volgt dat [gedaagde] per 2 maart 2020 haar verplichtingen uit de overeenkomst met [eiseres] - met name voor wat betreft de hosting van de website - niet correct is nagekomen en vervolgens, ondanks diverse verzoeken van de zijde van [eiseres] , heeft verzuimd tot herstel van de toegang tot de website over te gaan, is daarmee komen vast te staan dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit de overeenkomst.