IT 3646

Schoonmaker die stiekem beelden opnam veroordeeld

Rechtbank Amsterdam 26 augustus 2021, IT 3646; ECLI:NL:RBAMS:2021:4470 Aan de verdachte in deze strafzaak wordt computervredebreuk, het opnemen van beelden, het plaatsen van afluisterapparatuur en het opzettelijk vervaardigen van seksuele afbeeldingen ten laste gelegd. Verdachte is in dienst geweest als schoonmaker bij aangeefster. Tijdens de uitvoering hiervan zou hij een spy-camera hebben verborgen in de slaapkamer van aangeefster, met zicht op het bed. Op zijn telefoon zijn meerdere video's aangetroffen waarop aangeefster te zien is met haar vriend. Verdachte heeft verklaard dat hij de camera heeft opgehangen en deze heeft gekoppeld aan de wifi door middel van het wachtwoord dat hij van aangeefster heeft gekregen om muziek te kunnen luisteren. Hierbij gaf hij aan de beelden alleen live te willen kijken. Dat er filmpjes zijn opgeslagen zou volstrekt onvrijwillig gebeurd zijn. Dit verweer vindt de rechtbank niet aannemelijk en verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de camera in de slaapkamer van aangeefster heeft geplaatst met het oogmerk om haar seksuele activiteiten te filmen. Dit stelt de rechtbank vast op basis van de omstandigheden waaronder de camera is aangetroffen, te weten gericht op het bed, en de verklaring van verdachte dat hij benieuwd was naar het seksleven van aangeefster.

Op de SD-kaart in de camera zijn filmpjes aangetroffen waarop te zien is dat aangeefster en haar vriend seksuele handelingen verrichten. De rechtbank overweegt dat aangeefster en haar vriend geen toestemming hebben gegeven voor het plaatsen van de camera en het filmen. Gelet op de bedoeling van verdachte met het ophangen van de camera acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat het niet zijn bedoeling was om filmpjes op te slaan niet aannemelijk. Hierbij speelt tevens mee dat verdachte een grote hoeveelheid filmpjes heeft opgeslagen op verschillende gegevensdragers en hij ter terechtzitting heeft verklaard geïnteresseerd te zijn in “voyeur”-filmpjes van internet en dat hij deze vaak opslaat. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk videobeelden heeft vervaardigd waarop te zien is dat aangeefster en haar vriend seksuele handelingen verrichten.