IT 2675

Stichting Museumkaart moet gegevens museumkaarthouder verstrekken i.v.m. algemeen belang correcte belastingheffing

Rechtbank Amsterdam 15 november 2018, IT 2675; ECLI:NL:RBAMS:2018:8138 (Staat tegen Stichting Museumkaart) Privacy. Aan de museumkaart is een account gekoppeld waarop persoonsgegevens over de houder worden geregistreerd en waarop bezoekgegevens worden bijgehouden. Uit hoofde van haar bedrijfsactiviteiten beschikt de Stichting hierover. De Staat heeft gegevens gevraagd in het kader van woonplaatsonderzoek o.g.v. art. 4 AWR. De Stichting heeft de gegevens niet verstrekt. De Belastingdienst heeft terecht gesteld dat het bepaalde in art. 6 AVG voldoende grond biedt voor het opvragen en verwerken van de gevraagde informatie. Het belang van betrokkene bij het privé houden van gegevens omtrent zijn/haar museumbezoek dient te wijken voor het algemeen belang van correcte belastingheffing. Vorderingen toegewezen.

4.11. De Belastingdienst heeft verder terecht gesteld dat het bepaalde in artikel 6 van de AVG (die in Nederland sinds 25 mei 2018 geldt in plaats van de Wet bescherming persoonsgegevens) voldoende grond biedt voor het opvragen en verwerken van de gevraagde informatie. De verwerking is krachtens de AVG rechtmatig, indien deze noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zoals in dit geval artikel 53 jo 47 AWR. Uit artikel 6 lid 4 jo artikel 23 AVG volgt voorts dat verwerking voor een ander doel dan waarvoor de gegevens zijn verzameld mogelijk is, indien die verwerking berust op een lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van (onder meer) een belangrijk economisch of financieel belang van een lidstaat, waaronder fiscale aangelegenheden. Ook dat is hier aan de orde, zoals de Belastingdienst terecht heeft gesteld.

4.12. Niet is aannemelijk geworden dat de Belastingdienst niet op prudente wijze met de gegevens van de betrokkene omgaat, of dat zij de gevraagde gegevens op andere, voor betrokkene minder ingrijpende wijze, zou kunnen verkrijgen. Het belang van betrokkene bij het privé houden van de gegevens omtrent zijn of haar museumbezoek, alsook het belang van de Stichting dat het publiek in het algemeen museumbezoek privé kan houden, dient te wijken voor het algemeen belang van een correcte belastingheffing. Vooralsnog is onvoldoende aannemelijk dat toewijzing van de vordering in dit concrete geval een substantieel ‘chilling effect’ zal hebben op het grote publiek om een museumkaart aan te schaffen. Van strijd met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit is dan ook voorshands geen sprake.

4.13. Al met al is de conclusie dat de Stichting zich, in dit concrete geval, niet op goede gronden heeft verzet tegen het verzoek van de Belastingdienst om te voldoen aan de op artikel 53 jo 47 AWR gestoelde plicht tot het verstrekken van de informatie.