IT 3524

Tekenen 'voor akkoord' op voorstel betekent akkoord gaan mét voorstel

Rechtbank Midden-Nederland 24 maart 2021, IT 3524, RB 3521; ECLI:NL:RBMNE:2021:1908 (VO-content tegen gedaagden) VO-content is een stichting die het gebruik van digitale leermiddelen in het voortgezet onderwijs stimuleert. Daartoe is de stichting met gedaagden een gebruiksrecht van de website Eindexamensite.nl overeengekomen voor alle vo-scholen die bij de stichting aangesloten zijn. Gedaagde betwist dit en heeft tegelijkertijd ook een aantal bij de stichting aangesloten vo-scholen commercieel benaderd, terwijl dit niet de afspraak was. De rechtbank bevestigt het bestaan van de overeenkomst nu gedaagde het voorstel heeft ondertekend en beveelt partijen om overeenstemming te bereiken over de wijze waarop gedaagde reclame maakt voor Examensite.nl. 

3.7. De voorzieningenrechter volgt [gedaagden] niet in haar verweer. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan. Tekenen ‘voor akkoord’ op een voorstel, betekent dat je akkoord gaat mét het voorstel. Met andere woorden; [gedaagden] heeft het aanbod van VO-content aanvaard. [gedaagden] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij het ondertekenen van het ‘finale voorstel’ nog een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de door VO-content voorgestelde voorwaarden waarover op dat moment nog geen overeenstemming bestond. De verwijzing naar de e-mail waarin de heer [A] zegt dat [gedaagden] vanaf 1 januari 2021 haar handen vrij wil hebben, baat haar ook niet. Uit de tekst valt te lezen dat die mededeling betrekking had op het al dan niet bereiken van overeenstemming over het schooljaar 2021-2022. Dit betekent dat de voorzieningenrechter aannemelijk acht dat de overeenkomst voor schooljaar 2020-2021 is gesloten. Partijen hebben afgesproken dat VO-content € 100.000,00 zal betalen voor het niet exclusief gebruik van Eindexamensite. [gedaagden] erkent ook dat zij de Eindexamensite aan VO-content ter beschikking heeft gesteld en daarvoor ook heeft gefactureerd. Zij heeft dus uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Dat zij op enig moment in februari 2021 heeft gezegd, ik trek me terug uit de afspraken, ik zal niet meer factureren, maar de site wel ter beschikking blijven stellen, maakt niet dat de afspraken van 31 juli 2020 niet zijn gemaakt.

3.12. De stelling van [gedaagden] dat voornoemde e-mail zo moet worden gelezen dat hij met ‘overeenkomst’ ‘voorstel’ bedoelde en met de samenvatting ‘de kaders van het voorstel’, acht de voorzieningenrechter gelet op de inhoud van de e-mail en de gedragingen van [gedaagden] nadien ongeloofwaardig. [gedaagden] zegt in later e-mails toe géén scholen meer te zullen benaderen met reclame. Hiermee is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dus voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagden] ook voorwaarde sub c, namelijk, het niet benaderen van deelnemers van VO-content in het schooljaar 2020-2021 met reclame, bevestigt.